Ik moest erg wennen aan de schrijfstijl. Het is erg utitwijdend, zonder dat het mij helpt om een beter beeld van de situatie te krijgen of dat ik het mooi gevonden vergelijkingen vind.
Zeker de eerste 60 pagina's heb ik mij er doorheen geworsteld en ben, net als vele anderen hier, een lijstje van de personages gaan bijhouden, hun namen (waarom wordt iemand met 4 0f 5 verschillende namen aangeduid in een boek…) en hun onderlinge relaties. Dat hoef ik zelden in een boek, meestal is het te onthouden. Maar hier worden eenvoudige dingen ingewikkeld verteld.
Gek genoeg ben ik er wel aan gewend geraakt of de schrijfster is inderdaad iets minder uitvoerig gaan beschrijven, als kwam ik op het laatst ook weer gedrochten van zinnen tegen, soms ook met taalfouten in het NL. Ik heb me er maar bij neergelegd…
Ik heb bij anderen hier uit de leesclub ook al van die zinnen gelezen waarvan ik zelf ook de kriebels kreeg. Ik geef hier daarom nog een paar andere:
Ik weet echt niet wat ik van deze zin moet vinden. En dan heb ik nog stukken ertussenuit gelaten hier. Volgens mij gaat het feitelijk over een verkrachting, maar ik vind het ronduit ongepast om dat zo op te schrijven.
"Gna Bastiana (..) koń de lichtblauwe ogen (…) niet weerstaan Een complimentje van hem, geveinsde verlegenheid van haar, een handige dichtbegroeide olijfboomgaard met weelderig gebladerte en wat er daarna gebeurde , leidde ertoe dat Nardina uit de hemel neerdaalde."
En dan deze op pag 45 . Niet helemaal verkeerd, maar voor mij wel het toppunt van overdreven en wollig taalgebruik.
"De lente die zojuist was ontsnapt aan de gevangenschap van de laatste winterdagen, hing bruisend in de lucht."
Je went er dus duidelijk aan. Want als ik op pag 274 lees dat 'de twijfels in zijn hoofd opbolden als vocht in blaren' frons ik niet eens meer met mijn wenkbrauwen.
Voor mij doet de schrijfstijl afbreuk aan het verhaal. Ik vind het moeilijk om je te concentreren op de hoofdlijn van het verhaal.
Als de schrijfster heel vroeg in het boek sinaasappels in een boodschappentas een wedstrijdje te laten doen in de bus en de advocaat daar als een trommelend klein kind van te laten genieten is wel wat veel om als lezer allemaal te bevatten. Het is een volstrekt overbodige scene in het hele boek en leidt af van de in mijn ogen wel belangrijke rode draad in het boek: de positie van de vrouw door de jaren heen.
Wat betreft de extra vraag: de schrijfstijl doet mij denken aan Zuid-Amerikaanse schrijvers (zoals ook al door Mosa hier genoemd), maar ook andere Spaanstalige schrijvers, zoals Carlos Ruiz Zafón en Ildefonso Falcones