Er is al veel gezegd en geschreven, maar wat mij direct opviel, was de schrijfstijl van Joseph Conrad. Zoals Alix al opmerkte: de natuurbeschrijvingen zijn een klasse apart. Al van in het begin vermoedde ik dat de auteur zelf zo'n reis had ondernomen. Later zag ik dit inderdaad bevestigd. Enkele citaten:
Het opvaren van die rivier was als een reis naar het vroegste begin van de wereld, toen de planten de aarde overwoekerden en de grote bomen koningen waren. (…)
Terwijl we moeizaam een bocht omtuften, was er ineens een glimp van rieten muren, van gepiekte daken, een uitbarsting van geschreeuw, een wirwar van zwarte armen en benen, een massa klappende handen, stampende voeten, deinende lichamen en rollende ogen onder het zwaar neerhangende, bewegingloze gebladerte.
Soms een vleugje humor zoals bij de beschrijving van de kaalheid van Kurtz: De wildernis had hem over zijn bol geaaid en ziet, hij was kaal als een bal - een ivoren bal.
Behalve heel wat opsommingen bediende Conrad zich van tegenstellingen zoals De aarde zag er onaards uit
Er zijn heel wat uitspraken die nu (gelukkig) niet meer kunnen over zwarte mensen, maar ik fronste toch ook mijn wenkbrauwen bij zijn opinie over vrouwen:
Wij moeten hen (= de vrouwen) helpen in hun eigen mooie wereld te blijven, om te voorkomen dat de onze nog slechter wordt.
Later werd de auteur bijna neergesabeld om dit boek, terwijl je het als een product van zijn tijd moet zien. Het vangt een tijdsgeest die zich niet zo makkelijk in woorden laat uitdrukken.
Conclusie: blij dat ik het eindelijk gelezen heb!