Per ongeluk blijk ik mee te doen aan deze challenge Gea.
Ik startte met Käsebier verovert de Kurfürstendam van Gabriele Tergit verscheen in 1931, maar is nog best actueel. Derderangsvolkszanger Käsebier treedt op in een variëteit in een achteraf theatertje. Een luie journalist schrijft er een stukje er over als bladvulling, maar dan gaat iedereen aan de haal met deze 'ontdekking'. Er komen Käsebier-sigaretten, -schoenen, -poppen en slimme investeerders bouwen een Käsebier-theater. Tegen de achtergrond van de wereldcrisis, enorme inflatie en de neergang van de Weimarrepubliek.
Ik was onder de indruk van de lichte toon in De gebroeders Maxilari van David Pefko, dat zich in Amsterdam afspeelt. Twee jongens van 15 en 16 groeien op in armoede. Hun moeder heeft een gat in de hand. Zij brengt haar dagen door in bed en de jongens proberen de schuldeisers op afstand te houden. Dan krijgen ze een vakantiebaantje en doet hun baas een voorstel dat hun grote droom - een eigen winkel - mogelijk lijkt te maken. Spannend en ontroerend.
En in Het meisje in de trein van Paula Hawkins, dat ik nu lees, reist het meisje dagelijks met de trein van haar woonplaats naar Londen. Onderweg ziet zij in de achtertuin van een huis taferelen die licht zouden kunnen werpen op de verdwijning van de vrouw des huizes.