
Dit is het vervolg van mijn toplijst, waarvan de inleiding en de eerste 30 boeken in dit artikel staan vermeld. Het forum beperkt de maximale lengte van artikels en daarom was ik genoodzaakt de lijst in twee stukken te splitsen.
Hopelijk wek ik jullie interesse met mijn toplijst. Willen jullie op de hoogte blijven van (schaarse) wijzigingen? Volg dit artikel dan, want ik zal altijd een reactie plaatsen als er iets gewijzigd is. Zo krijgen jullie een notificatie.
(Dit artikel bevat de nummers 31 tot 45 van mijn toplijst. De laatste vijf stuks worden morgen toegevoegd.)
Laatste update van de toplijst: 18 december 2025

31. Fredrik Backman – Björnstad

Ik heb geen idee of Backman met de Björnstad-trilogie prijzen gewonnen heeft, maar als dat niet zo is, dan zou dat wel moeten. Björnstad, Wij tegen jullie en *[De winnaars ](https://www.hebban.nl/boek/de-winnaars-fredrik-backman)*zijn stuk voor stuk toppers en vormen daarenboven zo’n serie waarvan het geheel meer is dan de som van de delen. Backman schetst hier voortreffelijk hoe een Zweeds stadje uit elkaar getrokken wordt door geheimen, en daarnaast samengehouden wordt door ijshockey. Backman gebruikt een bijzondere stijl hier. Hij vertelt de lezer bij het begin van een hoofdstuk al wat er staat te gebeuren. Je weet dus wat er komt. Vervolgens beschrijft hij dat zo voortreffelijk, boeiend en spannend, dat je toch met plezier het hele hoofdstuk verslindt. Backman toont zich hier, maar ook met andere boeken, een meesterverteller.
32. Eva García Sáenz de Urturi – De Kraken-trilogie

De stilte van de witte stad was het eerste deel van de Kraken-trilogie en ik was meteen onder de indruk. Dat werd met de andere twee boeken (De riten van het water en De heren van de tijd) niet minder. Een hele trilogie die in zijn geheel 5 sterren kreeg, het overkomt me niet vaak. Dat het gebeurt met Spaanse boeken, is echter niet zo verwonderlijk, want ik vind dat Spanje wel vaker topauteurs voortbrengt. Denk maar aan Zafón. Ondertussen voegde de schrijfster al twee boeken aan de trilogie toe, en is het een Kraken-serie geworden. Die toevoegingen vond ik ook heel goed, maar ik gaf ze 4 sterren. Daarom houdt ik het in mijn toplijst bij de originele trilogie.
33. Nicholas Eames – Kings of the Wyld [Engels]

Kings of the Wyld is echt wel een speciaal boek. Het is fantasy met humor en een flinke dosis nostalgie. De verteller, Clay Cooper, voelt zich oud want hij heeft een gezin en is met pensioen. Met pensioen als bandlid. Dan denk je natuurlijk meteen aan muziek, maar een band in dit boek is een groep zwaardvechters die in te huren zijn als monsterdoders (een beetje een soort heksers, dus). Door omstandigheden voelt Clay zich genoodzaakt de oude band weer samen te brengen, en trekken ze op avontuur. De rest van de beschrijving lees je er zelf maar op na, maar als je nu The boys are back in town in je hoofd hoort spelen, dan heb je de sfeer beet. Hoe dan ook is wat volgt een hilarisch avontuur. Het vervolg, Bloody Rose, heb ik met evenveel plezier gelezen. Het derde boek, Outlaw Empire, is al jarenlang aangekondigd maar lijkt maar niet te verschijnen. Zeven jaar wacht ik er nu al op, helaas.
34. Hugh Howey – Silo-trilogie

Dit boek leerde ik kennen via de Klassieker Meeleesclub van de SF&F Club op Hebban. De wereld is naar de vaantjes en mensen worden in een ondergrondse silo opgesloten om er te overleven. In deze lange, verticale schacht leven de mensen dus bovenop elkaar. Fantastisch om te lezen hoe Hugh Howey het mysterie opbouwt en daarna weer ontrafelt. Na Silo kwamen nog Schakel en Stof om de trilogie compleet te maken. Dit soort boeken zorgt voor een heerlijk aantal uren escapisme en ik krijg er maar niet genoeg van. Wie me meer van dit weet te tippen, krijgt een eervolle vermelding.
35. Terry Hayes – Ik ben pelgrim

Ik ben pelgrim was ooit nummer 1 in de Hebban 1000, en dat is niet onterecht. Het is dan ook een heel goede thriller. 760 pagina’s en in geen tijd uit. Het boek werd door Bruna uitgegeven en het is me gaan opvallen dat Bruna wel vaker boeken uitgeeft die hoog scoren bij mij. Het zorgt ervoor dat ik de brochures van deze uitgeverij net iets aandachtiger bekijk dan sommige andere. Ik ben doorgaans niet echt fan van spionageverhalen. Dat is een subgenre van spanning dat ik meestal links laat liggen. Maar zoals altijd: leve de uitzonderingen! Ik vond trouwens ook Het jaar van de sprinkhaan van Hayes heel goed. Velen knapten af op de sciencefictioninsteek, maar als liefhebber van dat genre overtuigde hij mij natuurlijk alleen nog maar meer.
36. M.R. Carey – Rampart-trilogie [Engels]

Net als Silo leerde ik deze serie kennen via de Klassieker Meeleesclub van de SF&F Club op Hebban. De boeken draaien rond Koli en spelen zich in de toekomst af waarin het met de wereld niet goed is afgelopen. Mensen zijn teruggevallen op leven in kleine dorpjes, en de andere dorpen zijn de vijand. Zelfs de planten zijn vijandig geworden. Koli is een jongen die een toekomstig Engels spreekt dat charmant en grappig is. Precies daarom is dit ook een overtaalbare trilogie. Koli’s wereldbeeld is naïef, maar daar komt door zijn avonturen wel verandering in. De trilogie bestaat uit The Book of Koli, The Trials of Koli en The Fall of Koli. Ik herhaal wat ik bij Silo schreef: wie me meer van dit weet te tippen, krijgt een eervolle vermelding.
37. Taran Hunt – The Immortality Thief [Engels]

Sciencefiction met humor is niet alleen aan mannelijke auteurs voorbehouden. Taran Hunt is daar het bewijs van. Met The Immortality Thief schreef ze een hilarisch boek dat zich vrijwel uitsluitend op een verlaten ruimteschip afspeelt, met wat vijandige aliens om het spannend te maken. Sean Wren heeft de keuze: een leven lang in de gevangenis, of naar dit schip reizen om het geheim van onsterfelijkheid te gaan zoeken. Meer dan 600 pagina’s telt het boek en het werd helaas nooit vertaald. Maar dit was genieten! Ook de opvolger The Unkillable Princess is van eenzelfde niveau, maar dat speelt zich dan buiten het schip af. Een aanrader!

Joe Hill, zoon van Stephen King, schrijft (onder andere) boeken zoals zijn vader die schreef toen hij jong(er) was. Horror met die typische bovennatuurlijke insteek. Niet alles van Hill is vertaald, dus ik las meerdere boeken van hem in het Engels. Nosferatu las ik in het Nederlands. Net als het boek hierboven is het een klepper van meer dan 600 pagina’s, en je verveelt je geen seconde. Ook dit is een aanrader. Ik zie dit boek mettertijd nog wel stijgen in mijn top 50 als het tijd gehad heeft om te rijpen.
39. Stephen Baxter – Proxima [Engels]

Dit is de tweede serie van Stephen Baxter in mijn toplijst. Ze bestaat uit twee boeken die Proxima en Ultima heten. Er hoort ook nog Obelisk bij, een bundel kortverhalen die zich in ditzelfde universum afspelen. Een van de krachtige elementen van deze boeken is de wereldopbouw, want hoofdpersonage Yuri Jones wordt naar de planeet Proxima Centauri c gestuurd en het leven daar wordt op bijzonder boeiende wijze beschreven door Baxter, zoals Andy Weir bijvoorbeeld ook doet, met veel echte wetenschap om een en ander te onderbouwen. Ik heb zeer van beide boeken genoten. De verhalenbundel achteraf is oké maar geen must.
40. N.K. Jemisin – Het Vijfde Seizoen

Ik heb lang gewacht met het lezen van de serie waarvan dit het eerste boek is. Jemisin won met alle drie de boeken de Hugo Award en dat vond ik heel verdacht. Ik geloofde wel dat het eerste boek terecht had gewonnen, maar drie keer op rij, daarvan vermoedde ik dat het op zijn minst ook te maken had met het feit dat de schrijver een vrouw was en bovendien gekleurd. Zelf lees ik boeken zonder ook maar enigszins geïnteresseerd te zijn in gender, kleur, geaardheid en wat nog meer van een auteur. Mij gaat het om het verhaal. Maar we weten ondertussen wel dat niet iedereen zo denkt. Toen ik de serie eindelijk ging lezen, zag ik mijn vermoeden bevestigd. Dat eerste boek is inderdaad geweldig goed, en ook bijzonder origineel. Hoe alles aan het eind samenkomt is echt topklasse. Dit boek verdiende een plaats in mijn top 50 en ik raad het elke SF&F-liefhebber aan. Het tweede boek echter vond ik vier sterren waard, en het derde zelfs maar drie. Ik las andere boeken die die jaren op de shortlist van de Hugo stonden. Zo verloor The Collapsing Empire van John Scalzi dat ik vijf sterren gaf het van De stenen hemel, het boek dat ik maar drie sterren gaf. En De obeliskpoort werd naar mijn mening zeer onterecht beter bevonden dan *[Het einde van de dood ](https://www.hebban.nl/boek/het-einde-van-de-dood-cixin-liu)*van Cixin Liu. Lees dus vooral dat eerste deel.

Omdat ik de eerste twee plaatsen van mijn toplijst op Hebban kon samenvoegen hier, kwam er een plaatsje vrij onderaan. Na enig beraad vond ik dat de Bobiversum-trilogie van Dennis E. Taylor het waard was om die plaats op te vullen. En dan niet op plaats 50, maar tien plaatsen hoger. De boeken zijn origineel en zitten vol humor. Wat begon als een trilogie (Wij zijn legio (wij zijn Bob), Want wij zijn met velen en Al deze werelden) zijn er nu al meer, maar die las ik niet. Ik weet niet of er nog veel rek in het verhaal zat om meerdere delen te rechtvaardigen. Ik las ze in de vertaling van Iceberg Books en omdat zij ook niet verder dan drie delen vertaalden, hou ik het daar zelf ook bij.
42. Anthony Ryan – Draconis Memoria

Het eerste deel van deze serie – Het vuur van de draak – was tevens het eerste boek dat ik ooit voor Hebban recenseerde. Ik kreeg het toegestuurd als soort van drukproef, op A4-papier in twee delen die met plastic spiraalband waren gebonden. Dat was wel teleurstellend en van de belofte van Hebban dat recensenten achteraf het boek alsnog toegestuurd kregen, is nooit wat in huis gekomen. De andere twee boeken – Het legioen van vlammen en Het keizerrijk van as – heb ik gelukkig wel als boek in huis, maar in de boekenkast is het lelijk zo. Hoe dan ook, dit eerste recensieboek was meteen een schot in de roos. Meer dan 700 pagina’s en op minder dan een week had ik het gelezen en gerecenseerd. Dit is zo’n boek waarin de persoonsnamen ook vertaald werden, en dat was een goede beslissing, wat ik verder zelden vind. Het tweede boek was even goed, het derde was nog altijd heel goed maar zonder nog verrassend te zijn. Maar zelfs dan hoort de serie nog altijd in mijn top 50 thuis.
43. Lize Spit – Het smelt

Met Het smelt heeft Lize Spit potten gebroken. Ik weet niet of er ooit een andere Vlaamse debutant zoveel boeken verkocht heeft, maar niet verwonderlijk kostte het Spit daarna moeite om weer schrijfritme te vinden. De opvolger Ik ben er niet kwam er pas na vijf jaar. Het smelt is beklemmend, met heel flashback naar een tijd die ik volop heb meegemaakt maar Spit niet, en toch klopt het allemaal. Een deel van de charme van het boek vond ik dan ook die herkenbaarheid. Ik las dingen uit mijn jeugd die ik zelf al lang vergeten was, zoals merknamen van bepaalde producten. En verder is het natuurlijk gewoon een geweldig goed verhaal. Het smelt zakt – hoe toepasselijk – net als smeltend ijs langzaam maar zeker naar onderen in mijn top 50. Het boek wordt er niet slechter op, maar er zijn gewoon zoveel andere goede boeken en series die ik daarna las. Maar helemaal wegsmelten doet het boek gelukkig niet.
44. Hiro Arikawa – Reisverslag van een kat

Ik ben een kattenmens. We hebben zelf ook zo’n exemplaar in huis. Denkt alleen aan zichzelf en wordt desondanks enorm graag gezien. Reisverslag van een kat was daarom ook een uitgelezen (ha!) boek voor mij. Achter het verhaal van een kat op roadtrip schuilt echter een diepe tragedie die het boek in het rijtje plaatst bij boeken als Het kleine meisje van meneer Linh of En elke ochtend wordt de weg naar huis steeds langer. Die boeken staan met reden hoger in mijn top 50. Maar toch is het boek nog altijd mijn top 50 waard. De opvolger De kat die bleef is heel wat minder goed. Meer van hetzelfde, en het voelt een beetje als uitmelken aan.
45. Elvis Peeters – Wat alleen wij weten

Ook dit is zo’n teder en ontroerend boek over afscheid nemen. Dat is niet bepaald een thema waar ik graag en veel over lees. Zulke onderwerpen komen altijd te dichtbij en dat ontspant mij niet. Maar de uitzonderingen halen vaak mijn top 50. Wat alleen wij weten is met 80 pagina’s heel dun en bevat ook nog tekeningen. Die hebben een betekenis. Als het boekje dikker was geweest, was het nooit zo goed geworden. Ik blijf het mensen aanraden.

Op de onderste vijf plaatsen staan enkele thrillerseries, maar de volgorde ervan is eigenlijk inwisselbaar. Zie het maar als vijf ex aequo’s, en er ontbreken nog wel wat series die evenwaardig zijn.
46. Deon Meyer – De Bennie Griessel-serie

Deon Meyer heeft met Bennie Griessel en zijn kompaan Vaughn Cupido een ijzersterk duo gecreëerd. De ene is blank, de andere zwart en hun interactie is doorspekt met typische Zuid-Afrikaanse en Xhosa woorden en zit vol humor. De setting waartegen de boeken zich afspelen is deels heel herkenbaar, en deels exotisch. De plots zijn daarenboven ijzersterk. Een van de betere thrillerseries die er bestaan.
47. Jo Nesbø – De Harry Hole-serie

De naam van het hoofdpersonage zorgt in het Engels voor hilariteit. Verder valt er weinig te lachen want zowel Harry Hole als de plots zijn bijzonder hard en serieus. Hole is niet bepaald een personage waar het goed mee gaat maar zijn doorzettingsvermogen zorgt er wel voor dat hij zijn zaken weet op te lossen. Ik kijk uit naar elk nieuw boek in de serie, maar ook de andere thrillers van Nesbø mogen er zijn.
48. Toni Coppers – De Liese Meerhout-serie

De eerste boeken van Coppers met Liese Meerhout speelden zich in Brussel af en vond ik oké maar ook niet meer dan dat. Dat veranderde toen Meerhout naar Antwerpen verkaste. Ik heb niet méér met Antwerpen dan met Brussel, maar ergens werkte die achtergrond gewoon beter en vanaf dan was ik aan de serie verknocht. Vanaf Antwerpen kwam ook Masson in het verhaal, en Meerhout had wellicht die partner nodig om zelf ook tot bloei te komen. Ondertussen is elk nieuw boek van Coppers een feest, met als voorlopig hoogtepunt de manier waarop Coppers de 20ste Liese Meerhout heeft "gevierd". Wat ik niet zo’n feest vind is de beslissing van uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts om oudere boeken van deze serie opnieuw uit te geven onder een andere (doorgaans ingekorte) naam en er vervolgens alles aan te doen om het te laten voorkomen alsof dit een nieuw boek is. Het zet mensen aan tot onbedoelde miskopen. Denk aan De moord op Arno Linter en Iris was haar naam. Ook Hebban laat zich erdoor beetnemen want de boeken staan apart op de auteurspagina. Die boeken werden oorspronkelijk bij uitgeverij Manteau uitgegeven maar dan nog hoeft de lezer daar niet de dupe van te zijn.
49. Jo Claes – De Thomas Berg-serie

Thomas Berg is een wat atypische rechercheur. Hij is klassiek geschoold en geïnteresseerd in mythologie en oude kunst, weet een en ander van klassieke muziek en kan voortreffelijk koken. Hij is in zijn denken en doen eerder ouderwets voor zijn leeftijd. De misdaden die Jo Claes ons op die manier voorschotelt, hebben ook altijd wel een link met een of ander Leuvens kunstwerk of gebouw. Soms wat vergezocht, en Thomas Berg is in sommige boeken echt wel een flinke zeur, maar de plots blijven tot op de dag van vandaag boeiend.
50. Bernard Minier – De Martin Servaz-serie

Thrillerseries vanuit Frankrijk worden weinig vertaald. Vlaamse uitgeverijen vertalen sowieso al weinig thrillers en de Nederlandse uitgeverijen – vermoed ik tenminste – kijken sneller naar Scandinavië dan naar de zuiderse landen. Maar weinig is niet hetzelfde als geen, en Bernard Minier is zo iemand die een heel goede serie lopen heeft die toch vertaald is. De serie met Martin Servaz in de hoofdrol speelt zich af rond Toulouse en de Pyreneeën en heel vaak sneeuwt of regent het. Er werden zeven delen van de serie vertaald, maar sinds maart 2022 zijn er geen nieuwe vertalingen meer verschenen. In Frankrijk zijn er al negen delen, maar de Nederlandse uitgeverij ging daarna voor de vertaling van het eerste deel van een andere serie van Minier. Enigszins zorgwekkend, maar hopelijk slechts een stilte voor de storm want de serie is zeer de moeite waard.

Wanneer je een top 50 samenstelt, vallen er in de loop der jaren onvermijdelijk boeken weg omdat ze plaats maken voor andere. Ik heb die boeken nooit echt weggegooid, maar ze een plaatsje gegeven vanaf het nummer 51. Hieronder staan de auteurs en titels die zo ooit plaats hebben moeten ruimen, zonder verdere verklaring evenwel. Hoe lager gerangschikt, hoe langer het geleden is dat het boek wegviel.
- Stephen King – De Mr. Mercedes-trilogie
- Sue Monk Kidd – Witte vleugels, zwarte vleugels
- Stephen King – De groene mijl
- Bjørn Andreas Bull-Hansen – De Jomsviking-serie
- Thea Beckman – Kinderen van Moeder Aarde
- Stephen King – De gloed
- Pepper Kay – De Pepper Kay-serie