In welk opzicht valt het verhaal van Stad O. op? Was er een bijzondere of verrassende plotwending? Taalgebruik dat anders was dan je had verwacht? Was er een moment dat je je wenkbrauwen fronste? Schoot je ergens in de lach (of misschien een gniffeltje)? Was er ergens iets leuk of ergerlijk waarbij je dacht: wat zouden andere deelnemers hierbij denken?
Het verhaal van Stad O. viel me op door de grote tegenstelling tussen de luxe en luchtigheid in stad O en de schaarste en ellende Daarbuiten. Een flinke tegenstelling, wat zou de reden zijn daarvoor? Plotwending, dat Semra de briefjes bij Bethe en Tobias op hun deur had gehangen, verraste me. Ik ging zo mee met gedachte van Bethe dat het de huisloze buurman/architect zou zijn. Het taalgebruik eigenlijk meteen in in het begin al, de vergelijkingen, poëtische zinnen. Voor mijn gevoel kwamen er minder van deze zinnen naarmate de spanning in het verhaal, bij Bethe opliep. Zoals er op de leefwijze werd gehamerd bij Bethe, vrouwen die zwanger wilden worden, de druk voor mijn gevoel vooral bij de vrouwen werd gelegd: Geef hem een kind" dat vond ik vrouwonvriendelijk, daarbij fronste ik mijn wenkbrauwen inderdaad. Gniffelen, hmmm, kan ik me niet herinneren eigenlijk 🤔 misschien wanneer ik van de andere lezers iets terug lees dat ik denk, oh ja! Het einde, daarvan gen ik benieuwd wat anderen daarvan vinden, denken.