4a. Margaretha is goed uitgewerkt, van haar weet ik voldoende geschiedenis. Door haar gedachten en belevenissen kan ik me van haar motivaties een goed beeld vormen. Het is duidelijk dat zij door haar inkluising een oplossing gevonden denkt te hebben, of in ieder geval meer tijd om over een oplossing na te denken, voor haar zwangerschap. Zij vraagt zich af of zij religieus genoeg is voor inkluising, of dat juist haar hoofdreden voor de inkluising juist het tegendeel bewijst. Haar worsteling daarmee had aan de ene kant meer of zwaarder belicht mogen worden. Aan de andere kant zou dat de vaart misschien uit het verhaal genomen hebben. Uiteindelijk vind ik het op de gekozen manier mooi in balans.
De roodbaardige man is een stuk minder uitvoerig uitgewerkt. Ik weet niet wie het is, wat precies zijn connectie is, maar dat doet er helemaal niet toe. Zijn motivatie voor zijn acties, de moord op de jonge Gelkinge en zijn aanslagen op Margaretha, worden wel expliciet belicht. Precies genoeg voor het verhaal. Ik schrijf in mijn korte verhalen ook vaak over personages zonder naam. Als je maar weet bij welke persoon de handelingen en de gedachtes horen, de roodbaardige man in dit geval, is het duidelijk genoeg.
B. Ik heb geen derde perspectief gemist, dat zou misschien ook iets teveel van het goede zijn.
C. Anna zou, als er dan persé een derde perspectief bij zou moeten komen, mogelijk interessant kunnen zijn, omdat zij dicht bij Margaretha staat, maar verder van de inkluizing. Bovendien zijn de acties van Margaretha van verregaande invloed op haar bestaan. Nu ik daar meer over nadenk, zou ik een deel twee over het verdere verloop van het leven van Anna boeiend kunnen vinden.