
In januari hadden we geen Tien om naar uit te zien. Zoals meestal verscheen er in die maand niet genoeg Vlaamse fictie, hoewel het kantje boordje was. Februari mag dan wel de kortste maand zijn, er verschijnt meer dan genoeg nieuwe fictie om een selectie te kunnen maken. En hoewel we het in principe niet doen, hebben we uitzonderlijk toch nog een keer een non-fictieboek opgenomen. Hieronder onze selectie.



Laat ik met het non-fictieboek beginnen. Dat is van de hand van professor Edward De Maesschalck (79). Zijn vorige boek (De hertogen van Brabant (400-1430)) staat al heel lang op mijn verlanglijst en ga ik zeker nog aankopen. De Maesschalck geeft ook een lezing over dit onderwerp en die ben ik nog niet zo lang geleden gaan kijken/luisteren. Hij heeft met geen woord gerept over dit nieuwe boek en daarom verraste het mij toen ik het zag in de voorjaarsbrochure van zijn uitgeverij. En ik ben geïnteresseerd! Ik heb al over Jeanne d’Arc gelezen maar nog nooit een volledig boek. Laat ik maar meteen verklappen dat geen van de andere boeken me zo erg aantrekt als dit.
Zo, nu we mijn keuze van de maand al meteen achter de rug hebben, wil ik nog even aanstippen wat me nog meer opviel. In ieder geval, alleen al door de titel, is dat Hoe vermoord ik mijn uitgever? van Chee Embrechts. Het zou cosy crime zijn (wie o wie bezorgt me hiervoor een alternatief in onze eigen taal dat betekenisvol is en niet kneuterig klinkt). Het is niet bepaald een misdaadgenre dat ik frequenter lees dan wanneer de hitte van een juli- of augustuszon mijn hersenen tot pap heeft gesmolten en ik niet tot veel hersenactiviteit in staat ben, maar de humor die beloofd wordt en die ook al in de titel zit, prikkelt me. Misschien zorgt de klimaatopwarming voor de gelegenheid voor één dag met een broeierige februarizon?
Als tweede is er ook nog Relaas van de schipbreuk van het handelsschip Mytilida van Marijn Brouckaert. Het is een schipbreukverhaal vanuit het perspectief van een mossel, met penseeltekeningen van Astrid Verplancke. Het is een dunne novelle van 96 pagina’s die me door de originele insteek en de tekeningen nieuwsgierig maakt.

Een eerste oppervlakkige scan van de tien covers en titels maakt me niet heel enthousiast. Om een of andere reden die ik nooit achterhaald heb, heeft de figuur van Jeanne d’Arc me altijd al aangesproken. Die titel viel me als eerste op maar ik weet nu al, aangezien de voorraad ongelezen boeken die ik oh zo graag wil lezen in de boekenkast zooooo groot is, dat dit non-fictieboek nooit aan de beurt zal komen. De korte inhoud van de overige boeken kan me niet echt overtuigen, en daarom snoei ik tot ik de drie literatuurboeken overhoud. Ik denk dat ik van die drie het meeste affiniteit heb met Je moeder van Rosalie Dielesen. Het is een autobiografisch debuut en ik ben absoluut geen vragende partij om een zoveelste boek waarin een auteur zijn of haar eigen verhaal per se op de wereld wil loslaten. Maar van de tien, voor mij, op dit moment (morgen kan dat zomaar anders zijn) het meest bij mij passend.


Genoeg keuze voor een korte maand als februari, maar zit er iets naar jullie gading tussen? We willen het weten!