
Vooraf-je
OEPS! Deze blog werd in de loop van de maand alsmaar langer en langer. Voor een klein deel is dat veroorzaakt door het relatief grote aantal boeken dat hij las, maar veel meer door zijn grote enthousiasme voor Washington Black. Wie dat wil kan dat deel (tussen + + +) desgewenst overslaan of ‘diagonaal lezen’.
_ _ _ _ _ _ _
(zondag 27 december) Voor de periode tussen kerst en oud-en-nieuw is hij in eerste instantie van plan om een Dan Brown te lezen, Het Bernini Mysterie of een van de andere uit zijn reeks rond Robert Langdon. Maar omdat er nog wel heel veel boeken op de tweede rij in zijn boekenkast staan, daar moet nodig wat aan gedaan worden, valt de keus uiteindelijk op Het spel van de engel van Carlos Ruiz Zafón, het tweede deel uit de reeks ‘Het kerkhof der Vergeten Boeken’. Deel één, De schaduw van de wind heeft hij vorig jaar gelezen. Daarover heeft Ruiz Zafón in een interview het volgende gezegd;
‘My references are the 19th-century novelists, the giants of storytelling. What I want to do is take all these 19th-century sagas and rebuild them, using all the techniques from the 20th century, the techniques we've learned from film and pop culture. What if we try to get the grand scale of Dickens and Tolstoy novels using all these new devices to enhance the reading experience?’
‘Het spel’ is de proloog van ‘De schaduw’ en speelt in de jaren twintig van de vorige eeuw. David Martin, medewerker van een krant, krijgt daarin van een Franse uitgever, de mysterieuze Andreas Corelli het aanbod om een geheimzinnig boek te schrijven, een boek dat de wereld zal veranderen. Even daarvoor heeft hij in het Kerkhof der Vergeten Boeken het boek Lux Aeterna uitgekozen. Of heeft het boek juist hém uitgekozen? Het toeval wil dat David onlangs zijn intrek heeft genomen in het huis met de torens, het huis waar vroeger ook Diego Marlasca, de schrijver van dat sinistere boek gewoond heeft. Zodra hij dat heeft ontdekt raakt David geobsedeerd door Diego, die zijn boek ook in opdracht van Corelli geschreven blijkt te hebben.
Al met al is Het spel van de engel vrij duister, het mist de luchtige inbreng van Fermín Romero de Torres’ uit De schaduw van de wind.
Omdat het derde deel uit de inmiddels vijfdelige reeks ook op zijn plank staat besluit hij dat er meteen maar achteraan te lezen. Op de achterflap van ***De gevangene van de hemel ***leest hij het volgende citaat; ‘Als De schaduw van de wind een gothic novel was met humoristische ondertonen en Het spel van de engel een gothic novel in zijn puurste vorm, dan is De gevangene van de hemel een roman vol humor en een zedenschets met wat gothic elementen.’
Daar is hij het helemaal mee eens. Hoofdpersonage in dit deel is Fermín Romero die, wanneer een duister persoon met een porseleinen hand de boekwinkel van de Semperes bezoekt, een bijzonder exemplaar van De graaf van Montecristo koopt, dat signeert en vervolgens achterlaat in de winkel als geschenk voor Fermín, terug in de tijd gekatapulteerd wordt, van 1957 naar 1939 en opgesloten in de gevangenis boven op de Montjuïc. Daar is David Martin een van zijn lotgenoten, maar wel een die hem de list aanlevert waardoor Fermín in staat is om uiteindelijk te ontsnappen. Pas helemaal aan het eind van ‘De gevangene’ laat Daniel Sempere hem kennismaken met het Kerkhof der Vergeten Boeken, waar Fermín een pakje, gewikkeld in papier en bijeengehouden door een touw meeneemt. Het blijkt een manuscript te zijn “De pagina’s waren vies, besmeurd met kaarsvet en bloed. De eerste bladzijde toonde de titel, geschreven in een duivels schoonschrift. Het spel van de engel, door David Martin”
(donderdag 1 januari) Er is voor een recordbedrag aan vuurwerk verkocht. Mensen reden er zelfs voor naar Duitsland, een enkeling helemaal vanuit Amsterdam en spendeerden daar voor enkele honderden en soms zelfs duizenden euro’s aan knal- en siervuurwerk. Zou dit echt voor de laatste keer zijn, vanaf de volgende jaarwisseling geldt er immers een algeheel vuurwerkverbod. Al dat siervuurwerk is overigens wel een mooi gezicht. Daarentegen is het triest om te zien dat geweld tegen hulpverleners toeneemt.
Bij het nieuwjaarsconcert vanuit de Wiener Musikverein staat dit keer een jonge dirigent op de bok. In een artikel in de VPRO-gids staat te lezen “Sterdirigent Yannick Nézet-Séguin geeft het traditionele Weense Nieuwjaarsconcert een opkikkertje.” En wat deze editie extra bijzonder maakt: er staan twee werken op het programma van vrouwelijke componisten, Josephine Weinlich en Florence Price. Het duurde tot 2009, wanneer een groot deel van haar composities teruggevonden wordt eer Florence Price, die Afro-Amerikaanse roots heeft, de erkenning krijgt die ze verdient.
In diezelfde VPRO-gids heeft kort daarvoor het bericht gestaan dat de Nederlandse tegenhanger, het nieuwjaarsconcert van het Nederlands Blazers Ensemble zijn laatste jaar beleeft vanwege de opgelegde bezuinigingen bij de omroep.
Omdat zijn achterburen naar Schiphol moeten en er op Nieuwjaarsdag zo vroeg in de ochtend nog geen treinen rijden staat hij voor dag en dauw op om hen naar de luchthaven te brengen. Als dank hiervoor zit er in de tas met overblijvertjes eten het boek Nieuw oud van Tineke Abma. Een toepasselijkere titel op deze dag is nauwelijks denkbaar. Na een algemene inleiding over waarderend kijken naar de ouderdom volgen drie delen met de thema’s ‘Verbondenheid en zingeving’, ‘Liefde en zorg’ en ‘Worden wie je bent’. Elk deel bevat 12 korte stukjes die vaak opgehangen zijn aan ‘levenslessen van rolmodellen op leeftijd’. Vooral het derde deel vindt hij inspirerend. Daarin komen o.a. Jeroen Krabbé (80), Louise Bourgeois (98, zij brak op haar 70-ste door met een tentoonstelling in het MOMA), Joni Mitchell (81) en Yayoi Kusama (95) aan het woord. De Japanse kunstenares Kusama is vooral bekend van haar polkadot-schilderijen en haar gigantische pompoenen. Bij het lezen van dit stukje komen er meteen herinneringen naar boven aan een reis naar Japan waar hij een aantal van die kleurrijke, metershoge pompoenen heeft gezien.
De dagen rond oud en nieuw zijn bij uitstek geschikt om terug te blikken naar het afgelopen jaar en vooruit te kijken naar het nieuwe jaar. Als dat terugblikken dan ook nog eens aangewakkerd wordt door de oproep om je all-time toplijst bij te werken en daar bovenop door een vraag naar je top-3 van het afgelopen jaar kan je er al helemaal niet onderuit.
Om voor zichzelf enige houvast te hebben voor de boeken die hij komend jaar wil gaan lezen heeft hij een lijst met zeven categorieën gemaakt: 1) top tien, zoals Een jaar uit het leven van Gesine Crispal, Het tellen van de dagen, Notities van een theoreticus en Het leven een gebruiksaanwijzing. 2) drie boeken uit zijn themalijst Nederlands-Indië. 3) drie boeken uit zijn themalijst Slavernij. 4) vijf boeken van een Nobelprijswinnaar. 5) drie boeken uit zijn lijst ‘de 21’. 6) de eerste vier delen uit de serie De tandeloze tijd. 7) minmaal vijf boeken voor meeleesprojecten en challenges. Dit lijkt hem een betere strategie dan net zoals vorig jaar een lange lijst met titels en een speciale boekenplank waarvan aan het eind van het jaar blijkt dat hij vooral als een ongeleid projectiel gelezen heeft. Iets waar overigens helemaal niets mis mee is. Omdat van het lezen van ‘de 21’ afgelopen jaar helemaal niets is gekomen besluit hij om er een challenge van te maken; ….
Er is een tijd van komen en een tijd van gaan, voor een aantal van de afgelopen jaar gelezen boeken komt de tijd van gaan er nu aan. Ze moeten plaatsmaken voor nieuwe aanwinsten en kunnen nieuwe lezers blij gaan maken.
(vrijdag, 9 januari) Luchthaven Schiphol laat weten dat ze verwachten dat vandaag wél alle vluchten kunnen vertrekken. Voor veel reizigers zal dat een opluchting zijn na een week waarin er dagelijks tussen de 400 en 700 vluchten geannuleerd werden. Er zijn passagiers die al voor de vierde of vijfde dag in de ellenlange rij staan om hun gecancelde vlucht omgeboekt te krijgen en soms noodgedwongen, want op doorvlucht en geen visum, overnachten op inmiddels ‘ingevlogen’ veldbedden.
De NS informeert haar reizigers dat ook komend weekend de winterdienstregeling van kracht zal zijn.
Schaatser Tim Prins staat vandaag wél aan de start van het EK-afstanden. Het is voor hem een veelbewogen week geweest. Danny Vera’s hit van enkele jaren geleden ‘Life is a rollercoaster’ gold voor hem zeker. Tijdens het OKT mist hij op 5/1000 in een onderling duel met Kjeld Nuis kwalificatie op de 1000m, waarna hij zich twee dagen later revancheert ten koste van diezelfde Nuis. Daarmee kwalificeert hij zich volgens de met wiskundige precisie vastgestelde matrix alsnog voor de Olympische Spelen in Milaan. Maar er zijn zoals vaker altijd ‘mitsen en maaren’ en ‘(ijs)beren op de weg. Dat blijkt ook nu weer, het scenario van vier jaar geleden herhaalt zich, de keuzecommissie offert hem op ten gunste van de ploegenachtervolging. Dat heeft als ongewild(?) neveneffect dat Nuis alsnog zijn Olympische titel op de 1500m mag verdedigen.
Na twee boeken van Zafón is het tijd voor iets heel anders, Alles wat ze dragen kon van Tiya Miles. Miles benadert en behandelt het onderwerp slavernij op een vrij wetenschappelijke manier, een eerste snelle scan leert hem dat het boek voorzien is van tachtig pagina’s met noten. Dat doet hem besluiten om er een tweede boek naast te lezen, Washington Black van Esi Edugyan.
+ + + + + + +
Barbados, 1832. Christopher Wilde, Titch, een gedreven wetenschapper krijgt van zijn broer Erasmus, de ‘meester’ van een katoenplantage de 11-jarige Washington Black, Wash, in bruikleen als assistent voor zijn wetenschappelijke activiteiten. Voor Wash voelt dat alsof alsof hij aan een nieuw, twééde leven begint.
Erasmus, de plantage eigenaar en Titch staan wat betreft gedachtengoed/standpunt over slavernij diametraal tegenover elkaar. Titch houdt zich namelijk naast zijn grote obsessie, de aeronautica en het observeren van de natuur ook bezig met het rapporteren over de wreedheden die de slaven te verduren hebben.
Het verschil tussen Titch en Wash kan niet groter zijn; de één Wit, een man die veel van de wereld gezien heeft, de ander Zwart, een tot slaaf gemaakte jongen die nog nooit één voet gezet heeft buiten de suikerrietplantage waar hij is opgegroeid. Zo kan Titch bijvoorbeeld niets met het bijgeloof van Wash over een leven na de dood.
“We verzamelden regenwater in tonnen om de zuurgraad te testen, vingen in diezelfde tonnen sidderalen om hun elektriciteit te meten; plukten kevers met groene schildjes uit de mest in de weiden om ze in flesjes troebel serum te stoppen. Titch deed me versteld staan. Ik had nog nooit zo’n bevlogen mens meegemaakt. Op het veld was hij een en al oog, een en al neus, een en al vingers als messen die in de aarde wroetten. Na afloop was zijn tong zwart en hadden zijn tanden de groene zweem door het proeven van gras en aarde. Hij draafde langs richels, klom tot halverwege bladderende bomen, en liep een keer geheel gekleed de oceaan in om een zeldzame krab te pakken, zijn overhemd opbollend in de branding.” Niet veel later vertelt Titch aan Wash, nadat deze gevallen is tijdens hun beklimming van Corvus Peak, de beoogde plek voor proefvluchten met de Wolkenkliever “Ik viel toen ik de Chimborazo beklom, in de Andes. Het is een grote vulkaan, misschien wel de allergrootste. Eenentwintigduizend voet. Zo hoog dat er het hele jaar sneeuw op ligt. Het was een dwaze beklimming.”
Twee ingrijpende gebeurtenissen laten Titch en Wash geen andere keuze dan overhaast uit Barbados te vertrekken. Niet over zee per schip, zoals Wash in eerste instantie denkt maar door de lucht, in de Wolkenkliever. Die is echter niet opgewassen tegen de eerste de beste storm waardoor ze hun reis toch per schip moeten vervolgen. In Amerika wachten hun een tweetal verrassingen. Titch leest op een aanplakbiljet dat zijn broer een premie heeft uitgeloofd voor het terugbrengen van Wash. Tevens komt hij er bij een kort bezoek aan een bevriend wetenschapper achter dat zijn vader zeer waarschijnlijk nog in leven is, de twee hebben onlangs nog met elkaar gecorrespondeerd. Deze zonderlinge man is daarnaast ook stationschef van een halte op de ondergrondse spoorweg, de door gevluchte slaven gebruikte route om naar het vrije noorden te reizen. Wash krijgt hierdoor de kans om daar ook gebruik van te maken maar hij kan nog niet zonder het veilige gevoel dat Titch hem geeft. Ze vervolgen hun weg naar het noorden van Canada en treffen daar temidden van sneeuw en ijs Titchs vader aan, een in zichzelf gekeerde en moeilijk te doorgronden man. De rechtlijnige Titch worstelt daar mee, waarop hij besluit om op een gegeven moment ook de strijd aan te gaan met de onherbergzame natuur.
Wash, die heel zijn leven de warmte van Barbados gewend is krijgt genoeg van al die sneeuw en kou. Hij keert terug naar de bewoonde wereld, maar zelfs temidden van de loyalisten in Nova Scotia voelt hij zich als 13-jarige Zwarte met een verbrand gezicht niet op op zijn plek. Jaren gaan voorbij waarin hij zich diep ongelukkig voelt, maar dan op een dag begint hij weer te schetsen “En zo ontdekte ik mezelf weer, in jeugd ver achter me. Ik was op de een of andere manier een vreemde in mijn eigen vel geworden. Hoe had ik alle verwondering, alle nieuwsgierigheid uit me kunnen laten wegsijpelen. Het verbaasde me. […] ik besefte opeens hoe groot mijn talent ooit was geweest, hoe natuurlijk en mysterieus. Als kind van elf - ongeoefend, een slaaf - had ik de meest heldere boomkikkers en wuivende palmen geschetst.” Hij trekt elke ochtend naar het strand om te tekenen, en “het was op zo’n stille ochtend, het water bitterkoud, dat mijn leven zijn volgende plotselinge wending zou nemen.” Er zit nog iemand anders te tekenen, een jonge vrouw. Ze bewondert zijn prachtige tekeningen en vraagt of hij haar les wil geven. Van de zeedieren die ze samen tekenen heeft ze evenveel kennis als Wash. Niet zo vreemd voor een dochter van een marien zoöloog. Deze laat hem op fascinerende wijze met de onderwaterwereld kennismaken en brengt daarmee Wash op een idee.
Net zoals het ontwerpen en de bouw van de Wolkenkliever de droom van Titch was, wordt het ontwerp en de realisatie van het ‘Huis van de Oceaan’ dat voor Wash. “Ik had erop zitten zweten en misselijkmakende vergissingen gemaakt, en uiteindelijk zou mijn naam nergens te zien zijn. Was dat erg? Ik wist niet of dat erg was. Ik wist alleen dat ik in het reine moest komen met dat verlies, en anders de hele onderneming, en iedereen die daarmee samenhing, achter te laten.” Waarna hij tot de volgende conclusie komt “Ik had wetenschap altijd gezien als de grote gelijkmaker. Het deed er niet toe wat je ras, geslacht of geloof was; de wereld was vol feiten die ontdekt moesten worden. Ik had er nooit bij stilgestaan op welke manieren ze misbruikt kon worden.”
In al die jaren wordt hij alsmaar achterhaald door zijn verleden en kan hij die ene vraag waarop hij zo graag het antwoord op wil hebben maar niet loslaten. Maar zelfs in de verzengende hitte van de Sahara krijgt hij geen volkomen duidelijkheid.
+ + + + + + +
Zonder ook maar één moment te hoeven twijfelen geeft hij Washington Black 5* en meteen ook een plek in zijn persoonlijke top-50.
Een achtdelige tv-serie met dezelfde naam verscheen in juli 2022. Het Belgische dagblad De Standaard karakteriseert de serie als ‘Indiana Jones met een vleugje Jules Verne’.
Nog een terzijde: Door Washs omschrijving van Titch, opgeteld bij diens eigen verhaal over de beklimming van de Chimborazo lijkt die wel gemodelleerd naar Alexander von Humboldt zoals door Andrea Wulf beschreven in het prachtige De UITVINDER van de NATUUR. Titch heeft dezelfde grote nieuwsgierigheid en brede belangstelling. Al op de eerste pagina van haar boek staat te lezen “Het was 23 juni 1802, en ze [von Humboldt en zijn drie metgezellen] waren bezig met het beklimmen van de Chimborazo, een prachtige koepelvormige dode vulkaan in de Andes.”
Het boek behandelt het thema Slavernij weer vanuit een andere hoek dan bijv. James, Tom Sawyer en Huckleberry Finn (gaat hij binnenkort lezen met het Klassieker Genootschap), Vrij stroomt de rivier, en The Underground Railroad van Colson Whitehead. Over dat laatste onderwerp bestaat er overigens een veel ouder boek The Underground Railroad Records van William Still uit 1872. Still die bekend staat als de vader van de Underground Railroad verzamelde in zijn boek getuigenissen van 649 slaven die via deze vluchtroute wisten te ontsnappen.
Bij het gezin van Still heeft korte tijd de dichteres, activiste en sufragette Frances Ellen Watkins Harper ingewoond, wat ons bij Alles wat ze dragen kon brengt - Miles verwijst in een van haar vele voetnoten naar een gedicht van Watkins Harper - een boek dat het thema Slavernij van een hele andere kant belicht.
Bij een kofferbak-sale duikt tussen een bundeltje textiel een draagtas op met daarop een tekst geborduurd. Die tekst is afkomstig van Ruth Middleton en verwijst naar haar grootmoeder Ashley en diens moeder Rose.
De tas wordt tentoongesteld en komt onder de aandacht van Tiya Miles. Zij is er zo door gefascineerd dat ze op zoek gaat naar de personen achter die namen. Dat resulteert eerst in een aantal artikelen en uiteindelijk in een boek. Met de hulp van diverse personen en gebruikmakend van talloze bronnen en secundaire literatuur, het boek bevat 80 pagina’s aan noten, ontstaat een hartverscheurend verhaal. Rose, een Zwarte slavin werkt als huishoudster en naaister in de stadsvilla van een plantage-eigenaar in het diepe zuiden van Amerika. Ze bevalt van een dochter, Ashley die al op jonge leeftijd van haar moeder wordt gescheiden, zij wordt ondergebracht op de plantage zelf. Na het overlijden van de eigenaar ziet zijn vrouw zich gedwongen om een deel van de eigendommen, ook slaven worden daaronder verstaan te verkopen. Zo ook de negenjarige Ashley. Rose slaagt er nog wel in om haar dochter voor diens gedwongen en nu definitieve vertrek een draagtas mee te geven met daarin een haarlok van haarzelf, drie handenvol, bijeengescharrelde Pecannoten en een daar haarzelf genaaid jurkje. Die draagtas is alles wat Ashley dragen kon.
Op de dag dat hij het laatste hoofdstuk leest komt de song The Family Tree van Venice langs. Met daarin een heel toepasselijk refrein …
Now as we say goodbye
To one of our own
We may be lonely
But we're not alone
[zie voor een uitgebreidere sfeertekening van het boek de (binnenkort te plaatsen) recensie]
(donderdag 22 januari) Het zilvermuseum in Doesburg, dat zich in de Martinikerk bevindt, is afgelopen nacht overvallen, de gehele collectie antiek zilver is gestolen. Volgens het museum betreft het meer dan 300 voorwerpen, waaronder mosterdpotjes en voorwerpen uit de boter-, azijn- en tabaksindustrie.
Nu Washington Black uit is maar Alles wat ze dragen kon nog niet heeft hij een nieuwe luchtige tegenhanger nodig. Dat wordt Reis om de wereld in 80 dagen van Jules Verne. Geen exemplaar uit de befaamde reeks Blauwe Bandjes, maar een Rainbow-pocket. Zelfs na 45 jaar weet hij nog precies hoe het verhaal afloopt, zoals waarschijnlijk iedereen die dit boek ooit heeft gelezen, maar al de gebeurtenissen tijdens de reis zelf zijn diep in zijn geheugen opgeborgen. Hij is er deze keer iets minder enthousiast over, Verne vermengt de avontuurlijke reis met heel veel feitjes en weetjes, zo vermeldt hij dat Foggs treinreis door Amerika zowel langs de Humboldt rivier als de Humboldt Ranges gaat. Het is te merken dat hij bij het schrijven veelvuldig gebruik gemaakt heeft van zijn collectie van 20.000 systeemkaarten.
Verne was vaak de werkelijkheid ver vooruit, zoals bij Vijf weken in een luchtballon, Twintigduizend mijlen onder zee en De reis naar de maan in 28 dagen en 12 uur. Bij het verhaal van Phileas Fogg kijk hij minder ver in de toekomst. Slechts zeven jaar nadat hij zijn verhaal geschreven heeft, maakt in 1989 Nellie Bly de ‘reis om de wereld’ werkelijkheid, zij heeft er zelfs acht dagen minder voor nodig dan Vernes romanhelden. Een jaar later verschijnt haar boek over die reis, Around the World in Seventy-Two Days. Daarin valt ook te lezen dat zij zelfs de tijd heeft genomen om in Amiens op bezoek te gaan bij Jules Verne himself. De kans is groot dat zij binnenkort voor ‘t voetlicht wordt gezet!
(zaterdag 24 januari) De A2 bij Breukelen is een tijdje afgesloten geweest vanwege kraanvogels op de rijbaan … Eentje was er doodgereden, de ander bleef maar in de buurt rondlopen. Net als ooievaars blijven kraanvogels heel hun leven bij elkaar. Het ging hier om ontsnapte, want geringde grijze kroonkraanvogels, een soort die in Afrika veelvuldig voorkomt maar sinds een jaar of twintig ook sporadisch in Nederland broedt. Tijdens hun reis om de wereld spot Passepartout in Japan de daar voorkomende soort, de ‘what’s in a name’ Chinese kraanvogel; “Overal zag hij kraaien, eenden, sperwers, wilde ganzen en een groot aantal kraanvogels, die door de Japanners met eerbied worden behandeld en voor hen het symbool zijn van een lang en gelukkig leven.” En om in dat lange leven de wens tot gezondheid in vervulling te laten gaan hoef je enkel 1000-origami kraanvogels te vouwen.
Volgens een advertentie in de VPRO-gids, is een van ‘De mooiste boeken voor het nieuwe jaar’ De kraanvogels vliegen naar het zuiden van Lisa Ridzén. Hij had nog niet eerder van dit boek gehoord, een diep ontroerend en teder debuut over ouder worden, de macht over je eigen leven behouden, vriendschap en de speciale band tussen mens en dier. Binnenkort maar eens lezen als tegenhanger van Nieuw oud.
Uit het niets duikt er een nieuw doelwit op voor het ongeleid projectiel; Heterdaad van Johan Harstad. Maar daarover volgende maand meer.
———————
Toe-tje
De afgelopen vier weken heeft hij met veel plezier de zoektocht gevolgd van oorlogsverslaggever Sinan Can en hoofd beeldende kunst van het Rijksmuseum Pieter Roelofs naar de plekken die ten grondslag lagen aan en inspiratie waren voor het door de gebroeders Van Lymborch prachtig geïllustreerde 15e-eeuwse boek Les Trés Riches Heures.
Een maand voor ‘t voetlicht : inhoudsopgave