
Lees je wel eens een boekenreeks?

Voor deze vraag heb ik (INE) inspiratie gehaald even uit mijn eigen leeservaring, want ik ben het jaar gestart met twee reeksen: Het Bureau van Voskuil en Over de berekening van ruimte van Solvej Balle. Dat verbaast me eigenlijk, want de afgelopen jaren waren de boekenreeksen die ik las, op één hand te tellen – of dat dacht ik tenminste ...

Ja hoor, ik begon op de lagere school met de Pitty serie van Enid Blyton, die lazen mijn vriendin en ik, wel elk met een eigen exemplaar, heerlijk leesvoer vonden we dat. Het fijne van een serie is de lengte van het genieten en de herkenbaarheid van personages en schrijfstijl.


Daarna gebeurde er heel lang niets, op de middelbare school las ik vast wel, maar daar heb ik amper herinneringen aan. De eerste echte serie las ik in de jaren ‘80, De aardkinderen van Jean Auel, een toffe serie die helaas steeds minder sterk werd (vond ik), vooral de eerste paar delen waren heerlijk.


En toen was er een dag dat ik Het Bureau van JJ Voskuil ontdekte, dat was op een gegeven moment precies wat ik wilde lezen: gewoon rustig kabbelend, het leven op het Meertensinstituut en het leven van Maarten Koning en zijn vrouw Nicolien. Begin dit jaar heb ik de podcast van deel 1 beluisterd, wat was dat genieten, het luisteren werkt rustgevend.
Ook een serie waar ik heel erg van genoten heb is Mijn Strijd van Karl Ove Knausgård, eindeloos lang lezen over het wel en wee van de schrijver zelf. Alle delen zijn geweldig wanneer je houdt van een personage dat eerlijk vertelt, niet opgesmukt, maar zijn zwakheden openhartig benoemt. Fijne entourage ook. De serie Morgenster van dezelfde schrijver is eveneens geweldig, er komen nog 2 delen, iets om naar uit te kijken.


En verder las ik Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust, was wel een behoorlijke uitdaging, maar zeer de moeite waard, ik houd heel erg van de Franse sfeer in de boeken en de beschreven conventies.


Lees ik wel eens een boekenreeks? Ik doe dat zeker wel al is het lezen van een ‘echte reeks’ al wel wat jaren geleden. Een ‘echte’ reeks is voor mij, wanneer er duidelijk sprake is van meerdere delen onder een overkoepelende naam. De twee reeksen die ik echt allemaal achter elkaar verslonden heb zijn: Het bureau van Voskuil en Mijn strijd van Knausgård. De reeks van Voskuil las ik echt al jaren geleden. Zwanger van mijn eerste kind, lag ik alle weken van mijn zwangerschapsverlof voor de bevalling op de bank deze dikke kleppers te lezen. Ik kon er geen genoeg van krijgen.



Jaren later ontdekte in de reeks van Knausgård. En weer las ik deze boeken op het vanaf het moment dat ze uitkwamen. Hoewel Knausgård over totaal andere dingen schrijft als Voskuil, komen de beide reeksen overeen in de gedetailleerdheid in de beschrijvingen van dagelijkse gebeurtenissen. . De laatste tijd lees ik geen echte reeksen meer al lijkt het mij heerlijk weer een mooie dikke boekenreeks te kunnen ontdekken waarin ik maanden kan verdwijnen. Dus laat de tips maar komen.


Vanaf hoeveel boeken spreek je over een serie? Ik houd het op vier, vier boeken. Drie boeken noem je een trilogie, geen serie of boekenreeks dus. In de genres die ik graag lees, geschiedenis non-fictie en literaire romans, komen niet zoveel series voor. Sommige titels die ik las zijn wel zo dik dat je die als serie zou kunnen uitgeven. Denk bijvoorbeeld aan Oorlog en vrede van Tolstoj.
Slechts één serie las ik: Het bureau van Voskuil. Zeven delen, meer dan 5.000 pagina’s. Als ‘proloog’ las ik dan ook nog het 1.200 pagina’s tellend boek Bij nader inzien. Heerlijk om tijden lang ondergedompeld te worden in het leven van Maarten Koning. Geen schokkende levenswandel, maar een man die studeert en vervolgens werkzaam is op een kantoor, allemaal gewoon in Nederland. Hoe bestaat het dat je die 6.000 bladzijden geboeid bent en, inderdaad Tea, met een gevoel van heimwee achterblijft?
Toevallig ben ik een paar weken terug in een serie begonnen: Mijn strijd van Knausgard. Deel 1 Vader dus gelezen. En net als Voskuil is het verhaal gebaseerd op zijn eigen leven. De andere 5 delen staan in mijn boekenkast te wachten, dat komt wel goed.


Tenslotte is er nog een serie, waarvan ik denk dat ik die ook ooit wel ga lezen. Dat is Over de berekening van ruimte van Solvej Balle.

Oei, een boekenreeks, daar ben ik eigenlijk totaal niet goed in. Ik lees ze bij uitzondering maar meestal met een trieste afloop. Ik kan me zeker voornemen om alle boeken uit een reeks te gaan lezen, alle delen uit de reeks aanschaffen en starten met het eerste boek. Bij uitzondering haal ik dan het tweede boek. Hierbij heb ik geregeld ook leesafspraken gemaakt met anderen, om mij aan te sporen de volledige reeks te gaan lezen. Zo had ik grootse plannen met de reeks van Roy Jacobsen. Het eerste boek vond ik geweldig. Het tweede boek koste me enorm veel moeite, terwijl ik het erg mooi vond en het derde en vierde boek bleef liggen.



Zo verging het ook de reeks van Jón Kalman Stefánsson. Hemel en hel was zo hemels mooi… Kijk naar de reeks van Elena Ferrante. Ik was helemaal weg van het eerste deel, De geniale vriendin, dat al heel wat jaren had staan wachten op mijn enthousiasme. Dit moest goed gaan. Nu ben ik weer enkele jaren verder en nog altijd kijkt deel twee mij droevig aan. Er zullen vast nog meer reeksen zijn die een naar aan hun einde zijn gekomen.


Ik heb vooral aanraders. De boeken van Jón Kalman Stefánsson, Roy Jacobsen en Elana Ferrante zijn prachtig.
Reeksen die ik niet zou aanraden maar die erg geliefd zijn bij duizenden andere lezers zijn de boeken van Carlos Ruiz Zafón. Ze worden bejubeld maar helaas, niet mijn ding. Ook de boeken van Dan Brown heb ik na twee delen niet meer opgepakt, omdat ik een andere leessmaak ontwikkelde. De Millenium Trilogie daarentegen heb ik verorberd, twee keer.


Waarom lees ik eigenlijk wel of niet een rijtje boeken? Tja, dat weet ik dus niet. Ik wil het wel, maar ik loop steeds vast na het lezen van een, of maximaal twee, boeken. Terwijl ik in mijn jeugd en vooral ook jaren geleden nog bij jeugdboeken wel degelijk een hele reeks kun uitlezen.



Maar wat kan ik terugverlangen naar mijn jeugdjaren. Om heel veel redenen, maar vooral ook vanwege de reeksen boeken die ik toen verslond! Denk aan Saskia en Jeroen, de reeks van Lotje, De olijke tweeling, heerlijke reeksen van Enid Blyton zoals De dolle tweeling, Pitty op kostschool, De vijf, de boeken van Mariska de Circusprinses, alle boeken van Goud Elsje, reeksen stripboeken en ik vergeet hier vast nog twintig andere voorbeelden. Ik was al heel wat jaren uit mijn jeugdjaren toen Harry Potter verscheen. Dat is mijn reeks der reeksen. Deze boeken las ik allemaal meer dan tien keer, bizar maar waar. Deels ook in het Engels. De hongerspelen had gelukkig maar drie delen want volgens mij was mijn reeks-virus toen aan het tanen. De reeks van Divergent las ik niet uit. Halverwege het derde boek ben ik gestopt geloof ik. Waarschijnlijk is reeksen-lezen vooral iets uit mijn jeugdjaren en heb ik er nu het geduld niet meer voor. Het gevolg is dat ik reeksen nu zelfs vermijd.

‘Expecto Patronum’. Al is eigenlijk ‘riddikulus’ mijn favoriete spreuk van die geweldige reeks van zeven delen, die ik meerdere malen las. En voorlas. Eerst zelf in het Engels en dan bij ieder nieuw deel weer van vooraf aan. En later voorgelezen in het Nederlands. Want Harry Potter mag natuurlijk niet ontbreken in de literaire opvoeding. Het zesde deel HP and the Half-Blood Prince staat in m’n top-50 allertijden. Funfact: sommige van die spreuken werken dus echt, hè. Siri op je telefoon luistert naar ‘Lumen’, ‘Nox’ en ‘Accio’ .


Maar eigenlijk ben ik verder niet zo’n serie-lezer. Ik las uit mijn ouderlijke boekenkast de Pim Pandoer-boeken toen ik jong was. De enige die ik nu dan nog soort van volg is de Langdon-serie van Dan Brown. Verder lees ik toch het liefst losstaande romans: nieuw idee, nieuw verhaal.


Maar wanneer wordt een reeks een reeks? Na twee delen? Drie? Vier? In dat geval ben ik toch wel hooked aan De memoires van Abel Sikkink van Bert Wagendorp. Het vierde deel mag wat mij betreft best weleens aangekondigd worden.


Als een drieluik ook meetelt, zet ik hier graag de USA-trilogie van John Dos Passos in de etalage: The 42nd parallel, 1919 en The big money. Een maatschappelijk panorama van de Verenigde Staten rond en na de Eerste Wereldoorlog. Dos Passos bouwt zijn verhaal geweldig en vol details op met een mozaïek van personages, dat hij afwisselt met ‘Newsreels’ van bestaande krantenberichten. Daardoorheen verweeft hij ‘The Camera Eye’, een soort stream of conscience fragmenten van zijn eigen jeugd. Hoewel vaak het tweede deel in een reeks wat minder gewaardeerd wordt, is 1919 mijn favoriet van deze trilogie. Misschien omdat daarin voor mij de puzzelstukjes steeds meer op hun plaats vielen en ik het grotere patroon zag.



En ik dacht dus dat ik niet vaak een reeksje boeken las! Maar als ik de antwoorden van de anderen even overloop, blijk ik de meeste van die reeksen ook gelezen te hebben! Ook ik verslond in mijn jeugd De vijf van Enid Blyton, maar ook De vijf detectives, een andere reeks van haar hand. Ook las ik de hele reeks van De aardkinderen van J.M. Auel. Ik deel de mening van Tea: de eerste boeken zijn aanraders, de laatste afknappers. Mijn strijd van Knausgard las ik ook van Vader tot Vrouw. Net als het reeksje van Roy Jacobson en dat van Elena Ferrante.


En de Millennium-trilogie natuurlijk.


En nog wel wat meer van wat ik in de antwoorden las.
Aan Voskuils Het Bureau ben ik dus bezig, net als aan De berekening van ruimte van Balle. Aan het werk van Proust ben ik eens overmoedig begonnen, maar ik ben nog steeds gestrand in deel 2.


En toch kan ik er nog twee reeksjes aan toevoegen! De seizoensreeks van Ali Smith vond ik echt top. En natuurlijk had ook Knaugard zijn seizoenen. Beide zijn de moeite waard en laten zich graag lezen op het ritme van de jaargetijden.



Zagen jullie het? Harriet is op zoek naar nieuwe reeksen! Hebben jullie nog meer tips voor haar?
En is er iemand die aan Gigi durft te vertellen dat De Hongerspelen uit meer dan drie boeken bestaat?



