Vooraf-je
In boeken wordt vaak een vreemde wereld beschreven. Wat te denken van een jongeman die in een 1,75m grote kever verandert. Of een rechercheur die altijd precies op tijd op de plaats delict aanwezig is en zodoende probleemloos de dader kan arresteren. Of een detectiveroman vol verwijzingen naar een tegendraadse negentiende-eeuwse auteur.
In een normale wereld getuigt kleinschaligheid van een ontwikkeling. De meeste zaken beginnen groot en log waarna in de loop der tijd het perfectioneren kan beginnen. Hugo Brandt Corstius vertolkte dat als volgt; “Toen Homerus de poëzie uitvond, schreef hij een gedicht van tienduizend regels. Toen Cervantes de roman uitvond, schreef hij een boek van tienduizend pagina’s.” (Uit een column van Jari van der Ploeg).
Dat citaat is ook wel van toepassing op de boeken van deze maand. Zo vschrijft Derek Walcott een 8000 regels lang gedicht Omeros - waarin hij veelvuldig naar Homerus verwijst - maar zijn zowel De gedaanteverwisseling van Kafka als De bouwput van Platonov vrij beknopt.
+ + + + + + +
(dinsdag 3 februari) In de VPRO-gids staat een artikel over The Salt Path van Raynor Winn. Vorig jaar juli onthulde journalist Chloe Hadjimatheou in The Observer dat dit boek deels gebaseerd is op onwaarheden. Zij heeft er nu ook een podcast over gemaakt, The Walkers: The Real Salt Path.
Een voorbeeld van een door de schrijver geschetste vreemde wereld vinden we in De gedaanteverwisseling van Franz Kafka. Hierin verandert de jonge handelsreiziger Gregor Samsa op een nacht in een 1,75m grote kever. Dit tot grote schrik van hemzelf, hij is de kostwinner van het gezin en hoe moet hij nu naar zijn werk, maar nog grotere afgrijzen van zijn ouders en zus. Na verloop van tijd neemt zijn zus de taak op zich om Gregor in ieder geval van voedsel te voorzien en diens kamer enigszins schoon te houden. Weken en maanden verstrijken waarin Gregor zich steeds ellendiger voelt totdat hij uiteindelijk op een ochtend niet meer wakker wordt.
Na afloop blijft hij met één vraag zitten, zit er een diepere betekenis in dit verhaal verstopt en zo-ja wat is die dan? De enige die hij kan bedenken zijn te twee volgende: al is Gregors uiterlijk veranderd, innerlijk is hij dezelfde gebleven, hij maakt zich nog steeds zorgen om de financiële situatie van zijn medegezinsleden en hij raakt nog steeds in vervoering van het vioolspel van zijn zus. Het tegenovergestelde vindt plaats bij zijn vader, moeder en zus, zij kunnen niet langer bouwen op inkomen van Gregor en vinden alle drie een baan c.q.betrekking waardoor ze financieel onafhankelijk worden.
Bij het grasduinen op internet vindt hij talloze andere interpretaties, variërend van Kafka’s vader-complex, de artiest die strijd voor zijn bestaan in een maatschappij vol kortzichtige medemensen die hem stap voor stap vernietigen (Vladimir Nabokov) tot Gregors gedaante van kever als expressie van zijn erbarmelijk bestaan. Aan de andere kant staan diegene die vinden dat je niet naar een diepere betekenis hoeft te zoeken aangezien het verhaal op zich tot de canon van de wereldliteratuur behoort.
(vrijdag 5 februari) Een kleine, 11,5 bij 15cm, krijttekening van Rembrandt van Rijn is verkocht voor maar liefst 17,9 miljoen dollar (omgerekend 15,2 miljoen euro). Rustende jonge leeuw is daarmee met afstand de duurste tekening van de Nederlandse schilder ooit. De verkoper van het werk is de Amerikaanse historicus en miljardair Thomas S. Kaplan. Hij doneert de opbrengst aan de stichting Panthera, die mede door hem is opgezet en zich inzet voor het behoud van leeuwen, tijgers en andere katachtigen in hun leefgebieden.
Een onlangs ontdekte tekening van Michelangelo is donderdag in de Verenigde Staten geveild voor 27,2 miljoen dollar (omgerekend zo'n 23 miljoen euro). Het is het hoogste bedrag ooit voor een werk van de Italiaanse renaissancekunstenaar. De kleine schets, een studie voor een groter werk op het plafond van de Sixtijnse Kapel in Rome en uitgevoerd in rood krijt, stelt de rechtervoet van de Libische Sibyl voor.
Zijn volgende boek wordt Heterdaad van Johan Harstad, een ietwat vreemde detective. Heel anders dan het dikke, schitterende Max, Mischa en het Tet-offensief. Heterdaad bestaat uit twee delen, 14 ultrakorte ‘detectiveromans’ geschreven door een zekere Frode Brandeggen, in lengte variërend van drie tot dertien pagina’s plus één onvoltooide. Daarna volgen 80 pagina’s met eindnoten verzorgd door Bruno Aigner, een fictieve Duitse annotator, noten die variëren van slechts een enkele zin tot wel zes pagina’s. In schrijfstijl verschillen de twee delen van elkaar als dag en nacht. Brandeggen schrijft ultrakorte zinnen terwijl in die van de annotator duidelijk Harstads breedsprakigheid uit Max, Mischa en het Tet-offensief is te herkennen. Zo bevat een beschrijving van detective Heterdaad het volgende; “Traditioneel gezien heeft een privédetective - dus iemand zonder enige officiële band met de politie - wettelijk gezien niet het recht om arrestaties te verrichten en kan hij ook juridisch aansprakelijk worden gesteld als hij zich met het politiewerk bemoeit of dat belemmert. Brandeggen heeft lang met deze problematiek geworsteld en stond een poosje op het punt om het personage te veranderen in een ruimdenkende, eenzame politierechercheur, om dit probleem te omzeilen. Uit zijn aantekeningen bij deze roman blijkt echter duidelijk dat hij die oplossing verwierp en in plaats daarvan een uitgebreid achtergrondverhaal uitwerkte om te verklaren hoe Heterdaad zich ontwikkelde van een waakzame burger (de aantekeningen noemen Charles Bronsons personage Paul Kelsey in de film Death Wish uit 1974) tot iemand die het recht in eigen hand nam en die daardoor problemen kreeg met de politie, die gaandeweg echter met tegenzin moest toegeven dat zijn inzet toch verbluffend positieve resultaten opleverde en hem als gevolg daarvan - zij het nog steeds met grote tegenzin en onder aanzienlijke twijfel - een speciale privédetectivelicentie verleende die hem in staat stelde om op eigen houtje te opereren en arrestaties te verrichten, mits hij binnen bepaalde kaders bleef en regelmatig aan de politie rapporteerde.”
Harstad is helemaal in zijn element wanneer hij Bruno Aiger - die overigens ook zelf in een van zijn eigen noten voor ‘voetlicht treedt - een paginalange verhandeling laat schrijven over Parkour, “een loopdiscipline waarbij je op de meest effectieve manier van A naar B moet komen”, en daarbij precies het tegenovergestelde van wat freerunning beoogd. Hij noemt daarin niet alleen de uitvinder van deze discipline, de Fransman David Belle, maar ook een van van Brandeggens vrienden, de Brit Michael Björn Edwards, die hem met Parkour in aanraking bracht en die over een sub-discipline ervan een pamflet schreef en een instructie-DVD uitbracht - Harstad heeft zelfs een daarbij horende hoes ontworpen.
(maandag 9 februari) Uit een onderzoek in opdracht van het Diabetes Fonds blijkt dat zo’n 400.000 mensen diabetes type 2 hebben zonder dat ze het zelf weten.
Hij krijgt bericht dat het door hem gereserveerde boek Omeros van Derick Walcott in de bieb gereed ligt. Dat noopt hem ertoe zijn leesplanning om te gooien en De heerlijkheid van het leven voorlopig in de pauzestand te zetten, er zitten nu immers 4 biebboeken tussen zijn leesstapel.
Hij besluit om als eerste << 53 dagen >> ter hand te nemen, Perecs detectiveroman, dit als tegenhanger van - maar van een heel ander kaliber dan - Harstads Heterdaad. In navolging van Stendhal die zijn roman La Chartreuse de Parme in 52 dagen had geschreven had Perec zich als doel gesteld om zijn roman in 52 + 1 dagen te voltooien. Dat lukte hem bij lange na niet.
Wat een spiegelroman had moeten worden bleef bij een onvoltooid, bijna afgerond eerste deel. Deel één ‘53 dagen’ speelt in Grianta, de hoofdstad van een fictieve oud-Franse kolonie aan de westkust van Afrika en draait om de verdwijning van een schrijver van detectives, Robert Serval, en een door hem nagelaten manuscript. Dat manuscript speelt in een compleet andere omgeving, het koude Noorwegen, en draait om een eveneens mysterieuze verdwijning. Daarin zou volgens de schrijver de sleutel rondom zijn eigen mysterieuze verdwijning te vinden zijn, iets waarop de verteller zijn tanden stuk bijt. Elke aanwijzing die de ik-persoon denkt te vinden wordt bijna meteen weer teniet gedaan door een volgende.
Midden in hoofdstuk 12 stopt de door Perec uitgetypte tekst. De opzet voor het resterende anderhalve hoofdstuk van deel één en het hele deel twee hebben twee vrienden uit een brij aan nagelaten aantekeningen - de ordner ‘53 dagen’ en daarin gevonden opgevouwen blaadjes, twee blocnotes en twee schriften - weten te destilleren.
Deel twee, met de cryptische titel ‘Un R est un M qui se P de L de la R’ - gebaseerd op een uitspraak van Stendhal ‘Een roman is een spiegel waarmee men langs de weg wandelt’ - speelt zich af in de Franse streek La Chartreuse ten tijde van het verzet tegen de Duitsers. Ook in dit deel verdwijnt er een Robert Serval, hier een voormalig verzetsman in wiens achtergelaten auto een manuscript met de titel 53 dagen gevonden wordt. Ook hier weer talloze mysterieuze aanwijzingen. De door Perec gecreëerde spiegeling bestaat eruit dat de moordenaar en de vermoorde uit deel één gespiegeld worden in deel twee.
Het lijkt er sterk op dat Perec tijdens het schrijven van 53 dagen een voor hemzelf onoplosbare puzzel heeft gecreëerd, vergelijkbaar met wat hij in Het leven een gebruiksaanwijzing gedaan heeft voor zijn personage Bartlebooth. Maar dat is weer een heel ander verhaal!
(zondag 15 februari) Na een eerste voorjaarsdag keert op carnavalszondag de winter nog één keer terug. Er valt enkele centimeters sneeuw. Dat blijkt voor een aantal feesttenten te veel te zijn, zij worden ontruimd vanwege dreigend instortingsgevaar.
Omeros is een dikke pil, de tweetalige uitgave telt 680 pagina’s. Derek Walcott heeft de Ilias van Homerus ‘hertaald’ naar een gedicht van 8.000 regels en gesitueerd in het hier en nu van het Caribische eiland Saint Lucia.
De onderwerpen die langs drie verhaallijnen in Omeros aangesneden worden variëren van de schoonheid van het eiland, de koloniale last, de gefragmenteerde Caribische identiteit tot de rol van een dichter in de post-koloniale wereld.
In de eerste verhaallijn zijn de hoofdfiguren de visser Achille en taxichauffeur Hector - zijn kano heeft hij ingeruild voor een minivan, zijn strijdwagen - die strijden om de gunst van de vrijgevochten Helen. Hun namen zijn een duidelijke verwijzing naar de Ilias van Homerus.
“… Hector ran, splashing
in shallows mixed with the drizzle, towards Achille,
his cutlass lifted. […] The duel of these fishermen
was over a shadow and its name was Helen.”
Vertaald naar het Nederlands wordt dit;
“… Spetterend
door de branding vermengd met motregen rende Hector naar Achille,
houwer in de aanslag. […] De tweestrijd tussen deze vissers
draaide om een schaduw en haar naam was Helen.”
Tijdens een droom reist Achille driehonderd jaar terug, naar Congo. Daar herbeleeft hij hoe zijn stamleden overvallen worden, vervolgens verkocht en als slaven in St. Lucia terecht komen.
De tweede verhaallijn loopt via de Engelse majoor Dennis Plunket - zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben een kras op zijn ziel achtergelaten - die zich verdiept in de geschiedenis van het eiland en ontdekt dat een verre voorouder als matroos gediend heeft tijdens de beslissende slag van de Engelsen tegen de Fransen, en diens vrouw Maud, die maar niet kan wennen aan de volledig andere Caribische wereld, een tegenstelling waardoor het echtpaar steeds verder van elkaar wegdrijft.
In de derde is Walcott zelf aan het woord. Hij verhaalt over zijn verblijf in Amerika en zijn reis door Europa - Portugal, Engeland, Ierland, Italië, Griekenland - zijn dementerende moeder en - in dialoogvorm - zijn vader, die hem stimuleert om zijn hart te volgen en, net als hijzelf gedichten te schrijven.
“In this pale blue notebook where you found my verses” -
My father smiled - “I appeared to make your life’s choice,
and the calling that you practice both reverses
and honours mine from the moment it blent with yours.”
‘In dat bleekblauwe schrift waarin je mijn gedichten aantrof’ -
mijn vader glimlachte - ‘leek ik hetzelfde gekozen te hebben
als jij, en de roeping die jij najaagt keert de mijne om
en eert die ook, vanaf het moment dat ze met de jouwe samensmelt.’
Steeds weer refereert Walcott aan de in de Ilias beschreven strijd tussen de Grieken en de Perzen. Dat doet hij bijv. bij het de beschrijving van de beslissende oorlog om de heerschappij van St. Lucia, maar ook wanneer er een plaatselijke verkiezingsstrijd uitgevochten wordt. Maar ook aan de Odyssee; Circe en de zwijnen, Penelope die 10 jaar wacht op de terugkeer van Odysseus.
Het is wel zaak om tijdens het lezen bij de les te blijven aangezien Walcott regelmatig binnen één hoofdstuk van perspectief wisselt. Hij switcht voortdurend van Achille en Hector naar majoor Plunkett en Maud of naar zichzelf.
(zaterdag 21 februari) op de laatste dag dat er Nederlanders actief zijn op de Olympische Spelen worden er nog twee gouden medailles behaalt, waardoor het totaal op 10x goud komt - wat de derde plaats in medailleklassement oplevert - gelijkelijk verdeeld tussen de langebaan-ploeg en het shorttrack-team.
Ook Omeros gaat tussendoor enkele dagen in de wachtstand vanwege De bouwput van Andrej Platonov dat over drie dagen terug naar de bieb moet.
Centrale figuur is Vosjstov, net ontslagen wegens te veel nadenken tijdens het werk, iets wat hem het gevoel geeft dat hij “terzijde werd geschoven in de stilte van de obscuriteit, als een probeersel van het leven zijn doel te bereiken.” Hierop besluit hij huis en haard te verlaten. Niet ver van huis komt hij op een plek waar zich nu nog slechts een bouwput bevindt maar waar een uniek algemeen-proletarisch huis moet verrijzen. “Als je alleen omlaagkeek naar de dorre nietigheden van de bodem en de grassen die in gedrang en armoede leefden, dan had het leven geen hoop in zich; de algehele, wereldwijde onooglijkheid, en ook de menselijke onbeschaafde mistroostigheid […] brachten zijn ideologische gestel aan het wankelen.”
De overgang naar het tweede deel kondigt zich aan wanneer een boer lege, tijdens de graafwerkzaamheden gevonden grafkisten komt terugvorderen. Vosjstov besluit hij het spoor van de grafkisten te volgen en komt hierdoor terecht in een kolchoz. In die kolchoz voelt de ‘activist’ zich het meest belangrijk, hij is immers degene die met grote regelmaat nieuwe directieven van het centrale comité toegestuurd krijgt. Bij een van zijn klusjes - aan hem opgedragen door de activist - constateert Vosjtstov dat de kippen geen eieren meer leggen, de oorzaak blijkt dat diezelfde activist de allerlaatste haan opgegeten heeft. Hierop antwoordt die dat “het van belang is op te helderen wie de eerste haan heeft opgegeten, en niet de laatste. […] Allen stonden op om te gaan zoeken naar de saboterende eter die omwille van zijn voeding de eerste haan had uitgeroeid.”
Volgens het nieuwste directief moeten alle nog overgebleven kapitalistische boeren, de eenpitters, zich aansluiten bij de kolchoz. Degene die dat niet doen, worden als koelakken beschouwd en onteigend, waarna ze op een vlot naar zee zullen afdrijven. De zich noodgedwongen aansluitende boeren hebben als laatste daad van verzet al hun paarden laten verhongeren, hun voorraadschuren tegen heug en meug leeg gegeten en hun akkers in brand gestoken, daarmee hun vee en gewassen de overgang naar het collectivisme besparend.
Op zijn nachtkastje ligt al enkele weken Mijn eeuw van Günter Grass, waarin Grass in 100 korte hoofdstukken aan de hand van een gefingeerd personage een karakteristieke gebeurtenis uit een jaar van de afgelopen eeuw beschrijft. Wat betreft opzet doet het hem enigszins denken aan Ooggetuigen van de vaderlandse geschiedenis van Geert Mak met dat verschil dat Mak enerzijds echte ooggetuigen aan het woord laat en anderzijds een veel grotere periode uit de vaderlandse geschiedenis bestrijkt. Ook Wereldgeschiedenis van Nederland lijkt in de verte op Mijn eeuw, maar ook dit bestrijkt een veel grotere periode.
+ + + + + + +
Toe-tje
Gedurende de maand zijn er weer diverse boeken aan komen waaien;
Het leven van Henry Brulard; Stendhal
Wat is een klassieke roman; J.M. Coetzee
The World goes on; László Krasznahorkai
Het meesterstuk; Anna Enquist
Alias Grace; Alice Munro
Mevrouw Bentinck; Hella S. Haasse
De bot; Günter Grass
Het verzameld werk van Franz Kafka