
Al vrij vroeg in De zeventiende - op pagina 26 om precies te zijn - twijfelt Vidar aan zijn eigen mentale gezondheid. “Bevind ik mij in het beginstadium van een psychose?” De onverwachte en oncontroleerbare activiteit van de brei in zijn bovenkamer brengt hem van zijn stuk en lokt hem steeds dieper het doolhof van zijn eigen jeugd in. In die zoektocht schuilt een hoop hersenwerk en -werking.
Vraag 6 || Brein brei
Toen we bij vraag 2 Vidar (en Vidar) onder onze vergrootglazen legden, bespeurden we allerlei trekjes en zagen tekenen van aandoeningen die iets zeggen over het brein, de psyche. @Richelle : “Vidar kwam tijdens het lezen op mij over als iemand met wat autistiforme kenmerken.” @Rene van der Sanden vraagt zich af of Vidar ‘last (heeft, red.) van black outs’, @Mirjam Brondsema am stelt dat ‘hij worstelt met een jeugdtrauma’ en @Karen Steyaert bespeurt ‘een bijna narcistisch trekje’. Dat Vidar afentoe zelf aan zijn mentale staat twijfelt, is ineens een stuk begrijpelijker geworden.
Hoe ons brein werkt, is fascinerend, wonderlijk en soms onverklaarbaar. De cassette-bandjes van Tora laten @Sanne, @Marga van der Vegt, @Mirjam Brondsema en @Tineke Fraij een warme en vrolijke wandeling over memory lane maken. Heerlijk, al heeft de tijd vat gehad op die herinnering. Iets vergelijkbaars overkomt ook Vidar: een gebeurtenis in het heden gooit een onbekend luik naar het verleden open. @Silvia: “Wat hem heeft getriggerd?” Alex Schulman heeft De zeventiende volle aandacht voor de werking van het brein.
“(…) beginnen er kleine herinneringen naar boven te komen. Het kwam onverwacht, net als in park Humlegården in maart: als je over de door de winter getekende, kale hellingen wandelt en plotseling voorjaarsbloemen in het oog krijgt. Waar kwamen die ineens vandaan?” (28)
Vraag 6: Op welke manieren speelt de werking van het brein een rol in het verhaal? En met welk effect? Welke thema’s stopt Schulman is het doolhof van het brein? En wat denk jij: wat wil hij daarmee zeggen?
Schulman’s verhaal van De Zeventiende bevat één - ok, met de reconstructie meegerekend twee - opvallend hoofdstuk, dat begint op p222 en eindigt op p226. @Katja van Neer noemde het slot ervan bij vraag 5 al als haar opvallende zin / passage, maar krijgt hier toch nog even extra aandacht.
“Zo ging de speer voorbij, maar trof me toch.
Wie was de speerwerper?
Ik ben het, de doorboorde, die het vraagt.”
Bonusvraag: Hoe hebben jullie dat hoofdstuk gelezen? En vooral het slot? Wat denk je dat hier aan de hand is?
Bronnen afbeeldingen: Hebban en Pixabay
‼️Alvast een kleine reminder: Denken jullie aan je recensie? Jullie hebben nog even de tijd, tot en met zondag 15 maart. De recensie zelf post je op de boekpagina van De zeventiende. In de reacties op de startpagina van onze leesclub plaats je een quote uit je recensie en je sterwaardering. Voor vragen over je recensie kun je in het leesclubcafé terecht.