Inhoudsopgave boek:
https://forum.hebban.nl/d/2184-thriller-manuscriptinhoudsopgave**
Dit is het vervolg op:**
https://forum.hebban.nl/d/2185-thriller-manuscript-proloog1
Donderdag, 25 maart - 10u10
Geconcentreerd keek hij in de spiegel. Hij tikte de richtingaanwijzer aan en nam de eerste afslag links. De regen bleef onophoudelijk op de voorruit roffelen terwijl hij langzaam over de smalle laan reed. Een fel licht naderde razendsnel in zijn achteruitkijkspiegel en verblindden hem.
Davy Vandenbroeke hield van de kracht en de snelheid van zijn Audi A6. Na vele jaren sparen en talloze overuren had hij eindelijk zijn droomwagen kunnen kopen. De bolide was gebouwd voor snelheid en Davy kreeg het dan ook danig op zijn heupen van de trage Corolla die de open weg voor hem blokkeerde.
‘Ga van de baan, zondagsrijder!’ Gefrustreerd trok hij met zijn lichten en kleefde aan de achterbumper van de grijze Toyota. Dat die loser maar niet denkt dat ik in de graskant ga rijden! Luid toeterend ging hij van links naar rechts op zoek naar een opening die er niet was. Het aanhoudende getoeter sneed door de stilte van de ochtend. Tot de Corolla plots vertraagde.
Gelukkig was Davy gezegend met scherpe reflexen en kon hij nog net het stuur omgooien, de zware auto toch de graskant in sturen en de roestbak voorbij scheuren. De Audi begon te slingeren, gleed dwars over het natte asfalt en kwam tot stilstand in het midden van de weg. De Toyota kon niet anders dan ook fors op de rem gaan om een frontale aanrijding te vermijden.
‘Godverdomme!’ vloekte Davy luid. Het half opgedronken blikje Redbull, dat tussen zijn benen had gestaan, was door het drieste manoeuvre tegen de voorruit gekatapulteerd. Het plakkerige vocht droop van zijn dashboard en stuur naar beneden.
Woedend sprong Davy uit zijn Audi. De techno-beat die daarbij vrij kwam, scheurde door de stilte. Met gebalde vuisten stormde hij op de andere wagen af.
‘What the fuck doe jij? Kijk waar je rijdt! Heb je stront in je ogen?’
De bestuurder van de Toyota hoorde de razende stem als een verre echo. Ijzig kalm hield hij zijn handen op zijn stuur geklemd. Hij keek toe hoe de jongeman alsmaar dichterbij kwam. Met beide vuisten beukte deze op de het zijraam van de Toyota. De harde klappen op het raam brachten de bestuurder terug naar de realiteit.
‘Stap uit, lafaard!’ Het glas trilde onder de kracht.
De deur van de wagen werd met een ruk opengetrokken.
‘Kom op, durf je niet?’ schreeuwde de jonge kerel. Spuug vloog in het rond.
Traag klikte de man zijn veiligheidsgordel los en stapte uit de wagen.
Genoeg was genoeg.
‘Wat ga je doen, oude lul? Ga je…’
De patser zag de eerste klap niet komen. Voor hij het besefte, sloeg hij achterover tegen het asfalt. Bloed spoot uit zijn gebroken neus.
‘Gek!’ De woorden verdronken in het bloed dat in Davy’s keel liep. Zwaar ademend stond de man boven de twintiger. De woorden drongen niet meer tot hem door. Een zalige ontlading maakte zich van hem meester. Zijn gebalde vuisten trilden van de adrenaline. Davy probeerde overeind te krabbelen, maar kreeg geen kans. De man sloeg opnieuw en opnieuw. Hij kon niet meer stoppen. Hij voelde hoe zijn woede zich als een storm een weg naar buiten baande.
Davy rolde zich in een bolletje en probeerde zich te beschermen tegen de razernij.
Tevergeefs.
Een harde vuist raakte hem vol in het gezicht en spleet zijn lip open. Een keiharde trap volgde en trof hem in zijn buik. Het gezicht van de jongeman veranderde in een hoop bloedend vlees.
Uiteindelijk ebde de razernij weg. Hijgend keek de man naar de waanzin die had veroorzaakt. Voor de eerste keer in jaren voelde hij zich... licht. Een ongekende rust daalde over hem neer. Hij wierp zijn hoofd in zijn nek en voelde de koude regen op zijn gezicht. Donkerrode strepen bleven achter op zijn broek nadat hij zijn handen probeerde proper te vegen. Hij wierp nog een laatste blik op de kermende gedaante op de grond en slenterde terug naar zijn auto. Rustig klikte hij zijn gordel opnieuw vast. Hij manoeuvreerde rond de sportwagen en vervolgde zijn weg naar huis.
Een kleine grijns verscheen op zijn gezicht die al snel uitgroeide tot een brede, luide lach. Tranen sprongen in zijn ogen. Hij kon maar aan één ding denken.
Man, wat voelde dit goed!