Van chaos in mijn hoofd naar een roman met een kop en een staart. In mijn vorige blogs vertelde ik over het ontstaan en inspiratiebronnen: een zwingelput in de buurt van Noorbeek en de jeugdzorg aan het eind van de vorige eeuw. Misschien herinner je nog dat ik eerder vertelde dat een verhaal bij mij associatief ontstaat. Ik heb er geen probleem mee om van een vakwerkhuisje in de Zuid-Limburgse heuvels af te dwalen naar de woeste zee aan de Ierse westkust.

Niet alles in een keer
In de stilte de echo begon drie jaar geleden ook zo. Met hulp van flashbacks en wisseling van personages hopste ik door de gebeurtenissen, locaties en de decennia die voor het verhaal van belang waren. Achteraf niet zo gek dat ik erin vastliep en het manuscript weglegde. Toch bleef het verhaal zich opdringen en doorgroeien in mijn hoofd. Ik liet wat ik had lezen aan twee goed schrijfvrienden. Natuurlijk verzopen ze in het verhaal, al waren ze te aardig om dat zo direct te zeggen. In plaats daarvan plaatsten ze een paar zinnige opmerkingen. Vooral deze hielp me verder: Je hoef niet alles in een keer te vertellen. Ik zette er een andere schrijfregel naast: hou bij elkaar wat bij elkaar hoort. Eigenlijk bedoeld voor de zinsopbouw, maar hij hielp me ook bij het ordenen en structureren. Ik koos voor het tijdsverloop als rode draad. De twee belangrijkste personages kregen daarbij om en om het woord. En natuurlijk mochten ze ook nog met flashback terug naar het verleden. Doe we dat immers niet allemaal: terugdenken aan van alles en nog wat? Niks menselijks is mijn personages vreemd.
Schrijven en schrappen
Het fijne van deze aanpak was ook dat ik niet van alles hoefde te schrappen. Een kleine twee jaar geleden begon met het uitwerken van het eerste gedeelte en alles wat daarin niet inpaste, verplaatste ik vrolijk naar later in het verhaal. Tegen de tijd dat ik bij het betreffend stuk aankwam, kon ik er met afstand naar ken. Soms gaf ik het een plek, soms herschreef ik het en heel soms gooide ik het weg. Het begrip ‘kill your darlings’ is voor mij relatief. Soms doe ik afstand van een zin die ik erg geslaagd vind en mijn redacteur niet. Eigenwijs laat ik hem dan eerst staan, dat is het recht van de auteur. In een volgende ronde denk ik dan vaak: ze had wel een punt. De allerlaatste zin herinner ik me nog. Dat was toch wel een beetje een darling. Nu ben je vast nieuwsgierig. Vooruit, het ging om deze zin: “…tot ze net zo explodeerde als de heldinnen in de Bouquetromannetjes die zij en de andere meisjes verslonden.” Bijna had ik hem niet gedeeld, wat nu ik hem zo zie staan vind ik hem vreselijk kitscherig en ben ik blij dat ik de zin heb geschrapt. Lang leve een goed redacteur!
Uit de massa?
Vandaag worden de boeken geleverd bij het Schiedams Boekhuis (foto). Zondag komen ze uit de doos en verhuizen ze naar Cultureel café ’t Spul, twee deuren verder in straat, voor de feestelijke lancering en boekpresentatie. Natuurlijk ga ik eerst genieten van het feestje wat we daarvan maken. Maar daarna begint het grote hopen dat ‘In de stilte de echo’ zijn weg vindt naar heel veel lezers. Want dat blijft misschien wel het aller moeilijkste in dit vak: opvallen tussen al die andere mooie boeken die verschijnen. Wat denk jij? Vindt je ‘In de stilte de echo’ een boek dat opvalt in de massa? En, nog belangrijker: wil je het gaan lezen?
Wil je ook bij de lancering zijn?
Je bent zondag 15 maart vanaf 14:00 uur welkom bij Cultureel café ’t Spul, Hoogstraat 92 Schiedam.
En had ik eigenlijk al gemeld dat ‘In de stilte de echo’ uitstekend past bij het thema van de Boekenweek? Bij deze!