
Hieronder zien jullie een stukje van een gesprek dat hier op het Forum werd gevoerd. En zeg nu zelf: konden we dit laten passeren? Een nieuwe vraag werd ons in de schoot geworpen!


We zijn dus op zoek gegaan naar 'romans van dichters'. Mensen die we kennen als dichter, maar ook een of meerdere romans hebben geschreven.

Deze vraag doet me het klamme zweet uitbreken: ik ben geen poëzielezer. Niet dat ik poëzie niet kan waarderen, maar het komt er niet van, altijd weer wordt het een roman. Nu moet ik gaan spitten en zoeken naar een voorbeeld van een dichter die ook romanschrijver is. En ja, zoekt en gij zult vinden is ook hier van toepassing.
Ik vond Ilja Leonard Pfeijffer. In de eerste plaats wordt hij als dichter genoemd. Deze auteur heeft zo’n bloemrijke stijl van schrijven dat hij er er alle kanten mee uit kan. Hij schrijft gedichten, maar die ken ik nog niet, daar kan nog verandering in komen. Welk boek kies ik dan om te kijken of het poëtische terug te vinden is in een roman? Meteen gaan mijn gedachten naar 2018 toen we met een Hebban leesclubje Peachez, een romance bespraken. Een roman waarover veel te vertellen en discussiëren valt. Een prachtig boek, vol oudheid, liefde, hunkering, stijlfiguren en de tegenstelling van verlangen en de realiteit.
Natuurlijk is de taal een blikvanger, wat te denken van de opening? Hier hoeven geen woorden meer aan toegevoegd worden: dit is pure poëzie!
In het paars was zij mijn bruid.



Als ik iets prachtig vind, dan is dat wel een verhaal geschreven in poëtische zinnen. Een roman van een dichter valt bij mij daardoor vaak erg in de smaak. Ik mag niet alles noemen dus ik beperk met even tot Levi Weemoedt, die geweldig dicht en ook heerlijk, fijn-pessimistische verhalen schrijft. Ik kocht onlangs nog zijn laatste dichtbundel, Vreugde heeft geen vat op mij, want ik ben fan. Daarnaast noem ik Maud Vanhauwaert die enkele jaren geleden hoge ogen gooide met haar roman Tosca. Toch, als ik mijn favoriete roman van een dichter moet noemen, de ultieme dichter-schrijft-roman-tip, dan ga ik meteen voor Een geest in de keel van Doireann Ní Ghríofa.
Doireann Ní Ghríofa, alleen die naam vind ik al mooi en poëtisch, is een Ierse schrijfster die voor dit romandebuut al bekend was om haar dichtbundels, die ik jammer genoeg niet gelezen heb. Dit proef je in het gehele verhaal, in de mooie en ritmische zinnen en het mooie woordgebruik. Daarbij is dichten, een eeuwenoud gedicht en een bijna vergeten vrouwelijke dichter het onderwerp van het boek. De roman gaat over de zoektocht van de schrijfster naar het levensverhaal van een Ierse 18e eeuwse dichteres. Ní Ghríofa bewonderde haar werk al in haar jeugd en in dit boek staat dat ene heel beroemde gedicht van haar centraal. Een gedicht dat van mond tot mond werd overgedragen en voorgeschoteld wordt als lesmateriaal aan Ierse leerlingen.
Ik vond het een geweldig boek en dit maakte mij nog meer verknocht aan gedichten, dichters en dichtbundels. Jouw tip is dus erg welkom.



Fernando Pessoa! Over deze vraag van de boekhouding hoefde ik niet na te denken. Deze Portugese dichter schreef ook een boek. Nou ja, het is wel een boek, maar Pessoa schreef er ongeveer z’n hele leven aan. Boek der rusteloosheid. Het is daarmee ook een onvoltooid manuscript. Het is ook geen afgerond verhaal. Het is een fragmentarisch dagboek van een hulpboekhouder te Lissabon en beschrijft o.a. het leven op kantoor, doorspekt met allerlei gedachten over leven en dood. In soms schitterende oneliners laat hij korte hoofdstukjes eindigen. Ik denk dat je daarin wel de dichter in de romanschrijver kunt herkennen.
Om een beeld van zijn manier van werken te schetsen een quote van Wikipedia:
Pessoa's literaire nalatenschap, die gevonden is in zijn legendarische 'kist' (of 'kisten'), bestaat uit meer dan 27.000 manuscripten, in een bijna onleesbaar handschrift gekrabbeld op kladblokjes, losse vellen, caférekeningen, waslijsten, kranten, en toiletpapier...
Er valt nog veel meer te vertellen over het unieke leven van Fernando Pessoa. Wie interesse heeft raad ik aan de hele Wikipedia pagina over hem te lezen.
Een briljante schrijver die met zijn boek in mijn persoonlijke top 5 staat.



Dit is een Boekhouding naar mijn hart: romans van dichters zijn vaak haute cuisine. Om de tijd voor te nemen en zo de smaken goed te proeven. En te laten tintelen. Atletisch als ze zijn met taal nemen de poëtische romanciers hun leningheid mee naar het proza.
Voorbeeld van Nederlandse bodem is voor mij Ilja Leonard Pfeijffer. Wist hij me in de coronatijd te raken met zijn wekelijkse actuele sonnetten in de boekenbijlage in de NRC, Grand Hotel Europa is een multi-gangenmenu om je vingers bij af te likken: om het verhaal, het vakmanschap, en niet in de laatste plaats om de de taal: sierlijk en eloquent.
Toeristen zijn pelgrims op zoek naar een heiligheid die zij zelf vernietigen.
Mijn huidige recent-ontdekte favoriet in dit subgenre komt - misschien niet geheel verrassend - van de andere kant van de plas: Ocean Vuong. Deze Vietnamees-Amerikaanse dichter kroop met zijn debuutroman Op aarde schitteren we even mn hart in.
Om te schitteren moeten we eerst gezien worden.
Hij is van een ander kaliber dan Pfeijffer: zijn dichterlijke achtergrond verschuilt zich in zijn romans niet eens zo zeer in de woordkeuze als wel in de poëtische overpeinzingen en observaties:
Because to remember is to fill the present with the past, which meant that the cost of remembering anything, anything at all, is life itself. We murder ourselves, he thought, by remembering.
(Uit: The emperor of Gladness)
Kan niet wachten op zijn volgende roman!



Het nadeel aan het verzamelen van de stukjes, is lezen wie en wat de anderen uitkozen. Daarom schrijf ik soms mijn stukje voor alle antwoorden binnen zijn en gebruik ik het ongewijzigd, ongeacht de keuze van mijn mede-boekhouders. Maar dit keer deed ik dat niet, voor mij dus geen Pfeijffer, Pessoa of Vanhauwaert.
Gelukkig las ik onlangs Tot alles in beweging komt van Ester Naomi Perquin, het boek waarvan de eerste zin eigenlijk de aanleiding vormde voor deze vraag.
De eerste keer dat mijn vader stierf deed hij dat alleen voor mij.
De auteur is voormalig Nederlands Dichter des Vaderlands en dat is goed te merken in haar debuutroman. Het boek, een terugblik op het verleden van voormalig gevangenisbewaarder en auteur Ela, munt uit in mooi taalgebruik. Het boek is – ja, het blijft in de mode – een vorm van autofictie en er zijn heel wat verhaallijnen en thema’s in verwerkt, maar toch is het steeds de taal die blijft bovendrijven en je tot denken kan aanzetten. Kijk maar eens naar dit zinnetje, waarmee ik meteen mijn betoog kan beëindigen:
Praten over stilte is alsof je een zaklamp op een donker hoekje richt om de schaduw aan te wijzen.



Hebben jullie nog tips over dichterlijke romanschrijvers? Geef ze ons en elkaar, wij hebben er nog helemaal geen genoeg van!

