Zonder de reacties gekeken te hebben, is het antwoord op de vragen voor mij deze geworden.
a: Wat, of welke zin heeft tijdens het lezen van het voorwoord de meeste indruk op je gemaakt (positief of negatief) en kun je dat uitleggen? En heeft dit je verwachting voor het boek veranderd?
Ik was er nog wel, maar tegelijkertijd was ik er niet. 'Jij lachte altijd, zei mijn vader toen ik in de puberteit kwam en steeds over mijn moeders laatste maanden en mijn gevoelens als kind probeerde te praten. 'Ik had niet door hoe slecht het met je ging.'
Dat is ook precies wat er met een KOPP kind gebeurt; de aandacht gaat naar degene met wie het slecht gaat en diens partner. Maar veel te weinig naar het kind. Ze denken dat kinderen niets meekrijgen. Maar ze voelen loyaliteit, conflict, maar worden er overal buiten gehouden. Want het is immers besteed aan "grote mensen". Terwijl je als kind grip op de wereld om je heen probeert te houden. En daardoorals kind ook in de redderssyndroom schiet of in de overlevingsstand en een masker opzet naar de buitenwereld om je hoofd omhoog te houden.
b: Vind je de titel van het boek passend na het lezen van het voorwoord? Waarom wel/niet?
De koffers symboliseren wel de suggestie dat moeder al weg is 😉. Uit het hart en uit het hoofd. En ik begrijp heel goed dat ze weg wil. Het leven draait om haar man. Het houdt haar klein en is verstikkend.