
Weet jij nog wat er in onze leesclub De zeventiende gebeurde? Het zou een mooie ondertitel zijn. Want als er één ding is dat Alex Schulman ons in De Zeventiende liet zien, dan is het wel dat ons geheugen als een doolhof vol verstopte gangen en verrassingen kan zijn. Nu zal het in dit geval wel meevallen, maar toch … we gaan ons geheugen opfrissen. Nog één keer plakken we de post-its op het prikbord. En maken we een reconstructie van onze belevenissen met en gesprekken over het verhaal van Vidar Åkeby.
Eindverslag || Reconstructie van een leesclub

4 februari 2026 - 15 maart 2026
Het is 4 februari wanneer de deuren van onze leesclub opengaan. Vijftien geluksvogels hebben bericht gekregen dat ze mogen meedoen. De sfeer is opgetogen en er worden vreugdedansjes gemaakt: we hebben er zin in. Onze leesclub is op Hebban de eerste in een nieuw jasje, wat betekent dat er opwarmvragen op de cafétafel klaarliggen. Over het ontwerp van de cover bestaat veel overeenstemming: de diepblauwe kaft is mooi, sober en mysterieus en prikkelt direct gevoelens van eenzaamheid en onheilspellende beklemming.
De levering van de boeken verloopt nogal gespreid: uitgesmeerd over een week ploffen ze op de mat. Wanneer de laatste haar exemplaar ontvangen heeft, is de eerste al klaar. Gwennie: “Ik ben het boek nu (een stuk rustiger …) voor de tweede keer aan het lezen!” Het maakt voor het onderlinge plezier niet uit. Tijdens het lezen zoeken we elkaar steeds weer op. Om te vertellen wat we verder nog lezen of hoe ver we zijn. En we verkennen ter vermaak Zweden, het land van auteur Alex Schulman en decor van onze roman.
Op 25 februari begint het serieuze werk van de leesclub: we gaan De zeventiende bespreken en uitpluizen. Bij die kick-off staat de openingszin centraal: “Het begon met een dode rat in de kelder.” Ga ik deze zin ooit nog vergeten? Richelle: “Toen de geur van die dode rat werd beschreven. Blegh!” De zin pakt menig clublid bij de lurven en sleurt ons het verhaal in. Mignon vermoedt in het kadaver een vooruitwijzing naar de verdere roman, waarin zaken “levend lijken maar dood zijn.”
En daar zit wat in. Hoe ons hoofdpersonage Vidar Åkeby met die rat omgaat - of eigenlijk niet omgaat - blijkt veel te zeggen over hem als persoon. Waarbij zijn ontwijkgedrag nog het minste is. Saskia noemt hem een ‘zonderlinge eenling’ en ook Arianne zegt: “Hij staat behoorlijk alleen in de wereld.” Omdat hij de verteller is, leven we intens met hem mee. Zijn obsessieve gedrag roept emoties op, zeker wanneer hij het contactverbod aan zijn laars lapt.
Emotioneel betrokken raken we ook bij de 8-jarige Vidar, die we stukje bij beetje leren kennen via de obscure telefoongesprekken met het familievakantiehuis. Het jochie manoeuvreert omzichtig rond zijn ouders om vooral geen reacties uit te lokken. Sommigen zouden hem graag een knuffel geven. “Ik had met hem te doen”, zegt Katja. Al kunnen we ook met hem lachen. Richelle: “Ik heb hardop gelachen om het deel waar Vidar zijn vader de stuipen op het lijf jaagt met de straaljagers.” Onze zucht naar gegunde geborgenheid geldt overigens niet alleen voor de jonge Vidar maar ook voor zijn oudere zus Tora. Mirjam: “Mijn hart ging naar beide uit.”
Dat we zowel de jeugdige als de volwassen Vidar leren kennen, komt door een bijzondere telefoonverbinding vanuit het nu met het oude vakantiehuis op één dag, 17 juni 1986. “Erg mooi hoe die telefoongesprekken de twee tijdlijnen met elkaar verbinden”, vindt Mignon. Die gesprekken met zijn jeugd leveren Vidar - én ons - steeds weer nieuwe puzzelstukjes op die helpen het heden te begrijpen. “Schulman maakt van de puzzel die hij Vidar beetje bij beetje laat oplossen, ook mijn puzzel”, stelt Gwennie. Al speurend groeit het ongemak over het uiteindelijke totaalplaatje. Diana: “Door de flashbacks en subtiele vooruitwijzingen voel je voortdurend dat er iets niet klopt, maar je weet nog niet wat.”
Dat ongemak en het onheilspellende begin hebben bij veel clubleden voor spanning gezorgd. Literaire roman of niet, dat is voor sommigen dan ook de vraag. “Voor mij voelt dit minder als een klassieke roman en veel meer als een psychologische thriller”, stelt Karen. Saskia is het roerend met haar eens vanwege “De aanwezigheid van een misdaad / een mysterie waarbij het oplossen van de ware toedracht van groot belang is. Het tempo van de onthulling ligt laag maar dat remt de leesvaart niet.”
In onze club prijzen we die gedoseerde opbouw van het verhaal. Voor Marga vormen de puzzelstukjes “een heel scala aan emoties” en Tineke ziet dat de spanning in het verhaal wordt opgebouwd “door wat er níet verteld wordt”. “Schulman bouwt zijn verhaal langzaam op, zowel in het heden als in het verleden”, vertelt Silvia.
Al lezend en besprekend maken we heel wat sprongen in de tijd. Met Vidar speuren we naar een verband tussen zijn jeugd en het nu. Want daar is wel wat aan de hand: als docent op een middelbare school is hij geschorst vanwege mishandeling van een leerling. Wanneer we de verschillende betrokken personages bespreken, moet vooral moeder het ontgelden: “verbitterd” (Mirjam), “een nare gemene stekelige vrouw” (Saskia). De scene met het stripverhaal rond ‘mama is een heks’ doet onze magen samenkrimpen.
Dat we zo meeleven met Vidar komt volgens ons door Schulman’s schrijfstijl: relatief sober zonder fratsen en tegelijk kruipt het verhaal onder je huid. “Eenvoudig en tegelijk erg filmisch. Je kan je de scenes gemakkelijk voorstellen”, vindt Karen. Volgens Sanne maakt de Zweedse schrijver goed gebruik van ‘show don’t tell’: “Er staat bijvoorbeeld nergens in het verhaal dat Vidar bang is voor zijn moeder of op zijn hoede. Als lezer mag je dat zelf uit de scenes halen. (…)Toch voel je als lezer heel goed de angst, onveiligheid en beklemming.”
Moeder mag dan de boeman zijn, in hun ‘liefdeloos huwelijk’ komt ook vader er niet goed vanaf. Omdat hij, zoals Mignon het verwoordt, duidelijk zijn taak als ‘rolmodel voor zijn zoon’ mist. In hoeverre die kindertijd de volwassenen Vidar parten speelt, wordt maar zoetjes aan duidelijk. René: “Zijn geheugen laat hem in de steek.”
“Het hele verhaal bestaat uit verdwenen herinneringen”, voegt hij daar bij de volgende discussievraag aantoe. We zien allemaal een onbetrouwbaar geheugen, zowel voor Vidar’s jeugd als in zijn volwassen leven. En tegelijk hoe die kindertijd onverwacht “en telkens door het heden ‘prikt”, aldus Diana. Als lifters in zijn hoofd zien we de mysterieuze werking van Vidar’s brein. Niet alleen ervaren we zo zelf die black-out maar voelen ook de onthutsing over het onverwerkt trauma wanneer volgens Silvia via de schermutseling met leerling Melberg “de uitspraak van zijn moeder weer aan de oppervlakte” komt: Laat me los, ik walg van je.’
In die ontknoping vinden we ieder onze kern van De zeventiende. Voor Marga is dat “de vraag waarom?” en voor anderen hoe je kindertijd onbewust doorwerkt in je leven. Het is die onvoorspelbare werking van het brein die tot onze verbeelding spreekt: “Het brein is een raadsel” (Gwennie). Het maakt van De zeventiende voor ons een boeiend verhaal in een rijke verpakking. Om voor jezelf over door te mijmeren. Sanne: “een intiem familiedrama en psychologische spanning met een vleugje filosofie.”
Niet alleen de gedachte erachter, maar ook Vidar’s verhaal zelf geeft in onze club stof tot doordenken. Arianne zit het ‘nog steeds niet lekker dat het heden niet iets verder is uitgewerkt. Het voelt nog steeds onaf’. En ook Karen denkt dat een afsluitende rechtszaak ‘een extra laagje aan de afronding had kunnen geven’. Voor Katja en veel anderen is het ‘niet belangrijk” hoe het heden juridisch afloopt.
Op woensdag 11 maart komt de rechtszaak nog in de groep ter sprake, net als andere losse eindjes en eigen vragen die nog leven. Zoals de opzet van het Zweedse schoolsysteem, de betrouwbaarheid van de verteller en het vakantiehuis als personage. Omdat Schulman de reputatie heeft in zijn romans veelvuldig te putten uit zijn eigen jeugd, blijft ook het autofictieve gehalte ons bezighouden. Gwennie: “Ik vraag me al lange tijd af hoe het nu écht zit in het leven van Alex Schulman?”
Met die eigen vragen sluiten we de discussie in onze leesclub over De zeventiende af. Dan gaan we ieder voor onszelf aan de slag om de recensie te schrijven. Daarin laat ieder nog één keer zijn licht schijnen over Vidar’s verhaal en ‘de echo van 17 juni 1986’ (Karen). Op 15 maart kunnen we tevreden en voldaan de leesclubdiscussie afsluiten. Tesamen komen we tot een prachtige gemiddelde waardering van 4 sterren. En als we stiekem buiten de lijntjes kleuren en halve sterren uitdelen zelf tot 4,1 sterren.
Na die afsluiting volgt voor mij als coördinator nog de eervolle taak het eindverslag te schrijven. Daarin mag ik nog eens terugkijken op onze leesclub. Die terugblik geeft een warm en fijn gevoel. Met plezier hebben we samen Schulman’s roman besproken: serieus waar het moet en met humor waar het kan. En met genoeg ruimte voor eigen inbreng en initiatief: Arianne deelt zelf het emotionele en aansprekende gedicht ‘Verdriet in een doosje’.
Het onderlinge vertrouwen is voor mij het mooiste aan deze leesclub geweest. De geborgenheid die leden voelen om ook hun persoonlijke, intieme en eigen kanten te laten zien. Van onze angsten voor slangen, wespen en spinnen, de ontroerende AI-foto van René tot de openhartige ontboezemingen van Marga en Saskia. @Gwennie @ikkediana @Rene van der Sanden @Mirjam Brondsema @Silvia @Tineke Fraij @Saskia Jacobs Labree @Richelle @Katja van Neer @Arianne @Sanne @Karen Steyaert @MignonRV @Marga van der Vegt : Chapeau en dank jullie wel.
Het is 31 maart. Ik sluit deze leesclub.
Bronnen: Pixabay (zoekterm: post-it), Leesclub De Zeventiende, Hebban, Nickelart, Freep!k (zoekterm: rat)