Vooraf-je
Maart stond grotendeels in het teken van een, onevenwichtig, retourtje Curaçao. Dat bestond namelijk uit een heenreis van 10 uur, met het vliegtuig en een terugreis van 20 dagen, met de boot, met als kort intermezzo een busrit van 20 minuten van het vliegveld naar de haven.
Drie weken off-line zijn heeft zo zijn voordelen, lekker rustig, maar betekent ook dat deze blog aan de korte kant is.
+ + + + + + +
Als leesvoer zitten in de bagage Alias Grace van Margaret Atwood en Het meesterstuk van Anna Enquist. De scheepsbibliotheek zal voor verdere aanvulling (moeten) zorgen. In de loop van de drie weken plukt hij uit het zeer diverse aanbod Tafeldans van Eric Bos, De bibliothecaresse van Auschwitz van Antonio Iturbe, Kairos van Jenny Erpenbeck en Het periodieke stelsel van Primo Levi.
In Alias Grace beschrijft Margaret Atwood de geschiedenis van Grace Marks, die als tiener van 16 jaar tot de doodstraf, later omgezet in levenslange gevangenis, veroordeeld wordt voor de dubbele moord op haar werkgever en diens minnares. Tijdens haar gevangenisstraf voert Grace talloze gesprekken met psychiater Simon Jordan die zichzelf ten doel gesteld heeft om door middel van het naar bovenhalen van herinneringen haar onschuld te bewijzen.
“Als je midden in een verhaal zit is het helemaal geen verhaal, maar een chaos; een duister geraas, een verblinding, een ravage van gebroken vals en versplinterd hout, als een huis in een wervelstorm, of een boot die door ijsbergen wordt verbrijzeld of over stroomversnellingen wordt meegesleurd, en elke opvarende moet machteloos toekijken. Pas later wordt het iets wat op een verhaal lijkt, wanneer je het vertelt, aan jezelf of aan iemand anders.”
Atwood werd op het spoor van Grace Marks gezet door het lezen van Life in the Clearing versus the Bush van Susanna Moodie. Dat resulteert in 1970 in de gedichtencyclus The Journals of Susanna Moodie waarna in 1974 de voor CBS-televisie gemaakte film The Servant Girl volgt. Pas in 1986 ziet Alias Grace het licht, haar gefictionaliseerde historische roman.
Tafeldans van Eric Bos is een soort ‘dubbelganger’, met eenzelfde thematiek. Psycholoog Edwin Feininger, een collega van Freud, wordt door de Oostenrijkse keizerin Elisabeth, alias Sisi, gevraagd om haar te behandelen voor de veelvuldige en langdurige depressies waaraan ze lijdt. Onderstaande drie fragmenten uit Tafeldans zouden ook zo maar uit Alias Grace hebben kunnen komen.
“De wonderkuur wordt door Joseph Breuer wel vergeleken met een archeologische opgraving. We graven immers ook in de psyche van onze patiënten, laagje voor laagje, tot we hebben gevonden wat we zoeken. […] Het is slechts een metafoor, dit archeologische beeld van de psyche, maar het werkt verhelderend.”
“Taal is gevoel en emotie. Ze beschermt ons tegen nieuwsgierige blikken, maar geeft ons ook bloot. Ze leidt het luisterend oor om de tuin, maar ook zichzelf. Ze is de sleutel tot de psyche en het luikje waardoor we naar binnen kunnen kijken.”
“Ze bestaat uit meerdere vrouwen die zich gedurende het gesprek afwisselend tonen.”
Leuk om deze twee boeken na/naast elkaar te lezen.
Tot zijn grote verrassing staat er na anderhalve week ineens tussen de Engelstalige boeken Kairos van Jenny Erpenbeck, een boek dat al geruime tijd op zijn WIL-lijst staat. Erpenbecks verhaal over de heftige, maar na verloop van tijd steeds destructiever wordende verhouding van de jonge Katharina met de veel oudere Hans, zich afspelend in de ten onder gaande DDR blijkt een voltreffer te zijn. De engelstalige versie, vertaald door Michael Hofmann was goed voor de International Booker Prize 2024. In eigen land werd Kairos al in 2022 gewaardeerd met de Uwe-Johnson-Literaturpreis, een tweejaarlijkse prijs, vernoemd naar de in 1984 overleden schrijver van het vier-delige, monumentale Jahrestage / Een jaar uit het leven van Gesine Crespahl. Dat boek staat overigens al een jaar geduldig op leestijd te wachten.
Van De bibliothecaresse van Auschwitz en Het periodieke stelsel leest hij uit tijdgebrek, ook 20 dagen zijn niet onuitputtelijk, respectievelijk de eerste drie hoofdstukken en drie van de 21 korte verhalen. Beide smaken naar meer.
+ + + + + + +
Toe-tje
Van Jenny Erpenbeck gaat hij zeker meer lezen, zij heeft hem op het spoor van Duitse schrijvers (m/v) gezet. Overigens ontdekt hij een week na thuiskomst in zijn boekenkast Een handvol sneeuw. Hij is dan echter al bezig in Becks laatste zomer, een van de drie boeken van Benedict Wells die ook in zijn kast staan.