Ook dit jaar heb ik weer flink genoten van veel boeken. Misschien heb ik ook wel kansen gemist: ik heb nou eenmaal de gewoonte om als een boek mij na 50 bladzijden niet pakt meteen te stoppen, ook als iedereen roept dat het een meesterwerk is. Maar ja, de boeken die ik wel uitlees, lees ik in de regel blij of zelfs jubelend uit, en ik verlies heel weinig tijd aan boeken die mij minder goed liggen of waarvoor ik op dat moment niet in de juiste stemming ben. Dus voorlopig hou ik vrolijk vast aan deze gewoonte. Hieronder ga ik niet alle gelezen boeken opsommen: ik ga mij alleen even heftig afdromen door terug te denken aan de highlights.
Net als vorig jaar had ik vooral de hoogste pret met het herlezen van oude favorieten. Mijn topboek van 2017 was daarom het overdonderende, barokke en briljante "De kaneelwinkels & Sanatorium Clepsydra" van Bruno Schulz, dat ik voor de derde of vierde keer las. Volkomen buitensporig en exuberant proza, waarin alle materie voortdurend in gisting is en metamorfoseert, en waarin de wereld zich als een voortdurend veranderend grillig raadsel ontvouwt. Typisch proza waarvoor de ene lezer totaal allergisch is terwijl de andere lezer er helemaal verslaafd aan raakt, en ik hoor duidelijk bij die laatste groep. Want Schulz blies mij weer helemaal omver, en zal dat bij volgende herlezingen vast weer doen. Ook van zijn afgelopen jaar vertaalde "Brieven" genoot ik overigens zeer. Voorts herlas ik jubelend twee boeken van de ongehoord ongewone Andrej Platonov: "Tsjevengoer" en "De Bouwput" (laatstgenoemd boek in een herziene vertaling). Geweldig hoe die man totale satire op het vroege communisme combineert met een lyrische lofzang op het onderliggende verlangen naar betere werelden, hoe hij adembenemd jubelende en opvrolijkende lyriek combineert met volstrekt bodemloze tragiek die je strot helemaal dichtknijpt, en hoe hij dat alles doet in een door zijn ongewoonheid voortdurend verbijsterende en ontregelende stijl. Misschien herlees ik in 2018 het overige werk van Platonov, en deze twee prachtwerken herlas ik vast niet voor het laatst. Datzelfde geldt ook voor Gogol, wiens verhalen ik in 2017 in nieuwe vertaling herlas. Zodat ik weer helemaal aangestoken werd door de inspirerende waanzin van Gogols groteske wereld. Tenslotte herlas ik ook "De koperen tuin" van Vestdijk, samen met een aantal Facebook-genoten die ook Hebban-lid zijn, en dat was een genot. Even genotvol was trouwens het lezen van "De vuuraanbidders", en - samen met het klassiekergenootschap op Hebban- een reut Anton Wachter- romans. Die had ik nog lang niet allemaal gelezen, en zeker niet allemaal in samenhang. Mijn Hebban-stukkie daarover heeft zelfs de Vestdijk-kroniek gehaald, wat ik best een beetje stoer vond.
In 2017 maakte ik bovendien kennis met Kazuo Ishiguro, de Nobelprijswinnaar die ik alleen van naam kende. Geïntrigeerd en verrast door zijn prijs las ik eerst "The remains of the day", wat mij zeer ontroerde door de ongelofelijke combinatie van onderkoeldheid en onder die onderkoeldheid schuilende oceanen van verdrongen en versmoorde emotie. Vervolgens las ik "Never let me go", en was ik volkomen flabbergasted: in dit boek was de verdrongen emotie nog pregnanter en aangrijpender, en bovendien had ik nooit eerder zo'n mix gezien van Kafkaeske vervreemding met Proustiaanse meanderende overpeinzingen over aard en waarde van ons geheugen. Dit boek maakt op wel heel navrante wijze voelbaar hoe gefnuikt ons leven is en hoe groot de afrgrond is die gaapt tussen ons en onze zogenaamd vertrouwde wereld, maar dat gebeurt dan in zo'n briljante stijl en vorm dat je daar als het ware toch op een bepaalde wijze mee verzoend wordt. Alsof kunst ons door zijn schoonheid en dieper tastende inzicht soms toch voor even kan verzoenen met de onverzoenlijke kanten van het bestaan. Of zo. Ook de andere vier romans van Ishiguro las ik achter elkaar uit, met veel plezier, al haalden ze geen van allen het torenhoge niveau van "Never let me go".
Haalden andere voor mij nieuwe boeken dat in 2017 wel? Zelden. Maar "De geschiedenis van geweld" van Edouard Louis vond ik ronduit verpletterend. Met ongehoorde verbeeldingskracht, diepgang en empathie en in een uitnemend originele stijl en vorm beschrijft Louis hierin een hem overkomen trauma, inclusief alle ongemeen heftige en conflicterende affecten en emoties. Adembenemend vond ik vooral hoe hij daarbij zichzelf niet spaart, hoe hij opkomt voor zijn versie van het verhaal en tegen de klippen op vermijdt om in een geijkt "slachtoffersverhaal" te worden gevangen, en hoe hij ook de dader met inzet van al zijn verbeeldingskracht en denkkracht poogt te begrijpen. Even imponerend hoewel heel anders vond ik "Machten der duisternis" van Anthony Burgess: een boek waarin je hele delen wereldgeschiedenis uit de vorige eeuw volgt via de bijzonder vermakelijke lotgevallen van een zeer onbetrouwbare verteller. Een verteller die met veel succes mikt op de lach, maar die lach wordt steeds zwartgalliger en sardonischer. En juist dat past op geniale wijze bij de absurditeit van onze zo groteske wereldgeschiedenis, en bij de moedwil en misverstand die in het leven helaas hoogtij vieren. Ook had ik weer de grootste pret met Karel Capek: eerst met "Meteoor", vervolgens met "Een doodgewoon leven" (herlezing). Dit zijn twee heel verschillende boekjes, maar allebei met veel verbeeldingskracht geschreven, en die verbeeldingskracht is dan voor Capek de enige manier om meer te ervaren dan dat we normaal kunnen ervaren, dieper te kijken dan dat de conventies ons toelaten te kijken, en alleen zo krijgen we dan enige greep op de grillige pluriformiteit en raadselachtige rijkdom die schuilgaat in onze ogenschijnlijk zo doodgewone leventjes.
Was er meer dan dit? Jazeker. "De onbeheerde hamer" van Rene Char bijvoorbeeld: een geweldig inspirerende zoektocht naar nieuwe werelden aan gene zijde van kennis en moraal, vormgegeven in even duistere als euforiserende verzen en prozagedichten. Prachtig vertaald, bijzonder helder geannoteerd: echt een schoolvoorbeeld van hoe een tweetalige dichtbundel er uit kan zien. Volgend jaar lees ik vast van hem (en van dezelfde vertaler en annotator) ook "Woede en mysterie". Ook Clarice Lispector vond ik een ontdekking. "Het uur van de ster" vond ik een ongelofelijk meeslepende zoektocht naar het volstrekt andere, naar ervaringsintensiteiten aan gene zijde van de taal die alleen door ontsporingen van stijl en vorm voelbaar worden. En ook haar "Complete Stories" vond ik vaak ongemeen fascinerend. Van haar zal ik in 2018 meer gaan lezen. De nieuw vertaalde verhalen van Juri Oljesja vond ik helemaal geweldig door hun ongeremde en onconventionele verbeeldingskracht, die een verrassend nieuw licht op de dingen werpt en zelfs mijn muffe wereldbeeld voor eventjes helemaal verfrist. Het lezen van Joseph Roth was ook dit jaar weer vreugdevol: ik genoot vooral van zijn reportages in "In het land van de eeuwige zomer" en "Reisen in die Ukraine und nach Russland". Want Roth is niet alleen in zijn romans, maar ook in zijn verbeeldingsrijke en gevoelige reportages echt de maestro van de vergeten of ten ondergang gedoemde werelden. Ten slotte werd ik aan het eind van het jaar helemaal meegesleept door het zojuist vertaalde "De horizon" van Wieslaw Mysliwski. De vertaler noemt dit "mijn favoriete roman van mijn favoriete schrijver", en zelf werd ik door dit boek nog meer weggeblazen dan door zijn vorige mijns inziens zo geweldige boeken. Niet te geloven hoe Mysliwksi mij pagina's lang weet te fascineren met een verhaal over zoeken naar een verloren schoen, of over het uitzoeken van een stropdas, en hoe hij via zulke ogenschijnlijk alledaagse topics hele werelden oproept vol onverwachte diepten, ongehoorde tragiek en even sublieme als pijnlijke schoonheid. Ik heb het boek net uit, maar ik herlees nu alle 622 bladzijden weer opnieuw want ik kan er geen afscheid van nemen. Recensie volgt in 2018. Wat een boek, mensen, wat een boek.
Edit: een tijdje nadat ik deze blog geschreven had besefte ik ineens dat ik Frank Witzel niet genoemd had, terwijl ik mij aan het begin van 2017 toch bijzonder amuseerde met "Hoe een manisch-depressieve tiener in de zomer van 1969 de Rote Armee Fraktion bedacht". Een volkomen idioot leesfeest, dat in tientallen verschillende stijlen ook tientallen verschillende onderwerpen behandelt, uiteemlopend van Derrida tot Adorno tot songteksten van de Beatles. Een waanzinnig boek in een waanzinnige stijl over een waanzinnige hoofdpersoon in waanzinnige tijden. En die waanzin is vooral een protest: de hoofdpersoon (en ook schrijver Frank Witzel zelf) lijkt bewust te kiezen voor een puberaal soort pluriformiteit, om te ontsnappen aan de hem verstikkende eenvormigheid van 'normale' mensen in het 'normale' Duitsland. Wat een boek, mensen, wat een boek. Volkomen onterecht dat ik het eerst vergat te noemen, terwijl het echt een van de hoogtepunten van mijn leesjaar was!
In 2017 heb ik kortom weer flink veel leesplezier gehad, vooral van het herlezen van een paar oude favorieten, maar ook van een aantal boeken die in 2017 op de markt kwamen. Vooral de Polen Schulz en Mysliwski maakten dit leesjaar schitterend. Hopelijk wordt 2018 net zo mooi!