Deze week lees ik in Mijn tante Colette, van Valérie Perrin, voor de bijbehorende leesclub. Het is een boek met een boeiend plot, maar ik ben nog niet helemaal gewend aan de schrijfstijl (ook al ben ik al halverwege). Omdat we pas op 5 mei beginnen met bespreken rem ik mijzelf een beetje af door er een tweede boek naast te lezen. Dat is geworden De Bagdad-Berlijn express van Ana van Es, een journaliste, die goed bekend is met de geschiedenis van het Midden Oosten, specifiek Irak en Syrië. Ik dacht dat het een reisverhaal zou zijn, maar eigenlijk gaat het meer over de geschiedenis van Irak (en omliggende regio) aan de hand van de spoorlijn vanuit Basra, in het zuiden van Irak tot aan Istanbul. Dit boek is echt een voorbeeld van hoe non-fictie geschreven zou moeten zijn: goed onderbouwd en met kennis van zaken geschreven, maar toch héél goed leesbaar. Wat een geschiedenis zeg, heel veel stukjes vallen nu op hun plaats (en wisten jullie dat Agatha Christie ook in Irak heeft gewoond? ) Ik ben momenteel helemaal bezeten van dit boek.