Vooraf-je
Zoals in de vorige blog al vermeld staat deze maand voornamelijk in het teken van Duitse schrijvers, Benedict Wells en Günter Grass, in diens Mijn eeuw vordert hij met een gemiddeld tempo van 2 jaar per dag. Maar ook Margaret Atwood komt aan bod, misschien met een terugblik op Alias Grace maar mogelijk ook met een ander boek uit haar omvangrijke oeuvre.
+ + + + + + +
Becks laatste zomer, Benedict Wells debuut leest hij als eerste. “Beck had niet veel vrienden. Vroeger wel, heel veel zelfs, maar hij ergerde zich altijd aan hen. Hij begreep nooit wat die mensen aan hem vonden, waarom hij hen interesseerde. Hij was wantrouwig en gaf niet veel van zichzelf prijs. Tegenwoordig had hij een legertje oppervlakkige kennissen om mee te biljarten of te clubben, dat lag hem beter.”
Beck is een uitgebluste leraar op een middelbare school “Hij was een leraar die al tegen de veertig liep, een ouwe lul die hier niets te zoeken had en zich bij de jongelui voor gek zette. […] Bijna geen van allen hadden ze ooit nog een moeilijke beslissing hoeven nemen. Misschien was dat wel de verschrikkelijkste waarheid. Het ouder worden zou hen dwingen fouten te maken en af te stompen en hun dromen bij te snoeien tot ze in een gewoon bestaan pasten. Als ze geluk hadden, zouden ze tenminste een herinnering aan een vrolijke jeugd overhouden. En anders zouden ze net zo worden als hij.”
In de zwijgzame, teruggetrokken Rauli die een talentvolle gitarist blijkt te zijn ziet Beck zijn eigen, vroegere verlangen om als musicus zijn brood te kunnen verdienen terug. Beck werpt zich op als zijn manager, maar zoals zo vaak in het echte leven beduveld ook hij protégé. Het is onvermijdelijk dat ze elk hun eigen weg gaan. Nog één keer zoeken ze elkaar op “Even wilden ze elkaar omhelzen, maar uiteindelijk gaven ze almaar alleen maar een hand. Toen Rauli glimlachte, voelde Beck dat de jongen het wel zou redden met zijn muziek. Hij zou onder een andere naam groot worden uitgebracht en daarna zou hij alleen nog maar vage herinneringen hebben aan de oude tijd, toen hij nog gewoon Rauli Kantas uit Litouwen was. Net zoals Robert Zimmerman uit Duluth in Minnesota op een gegeven moment werd verdrongen door zijn nieuwe alter ego Bob Dylan.”
(donderdag, 2 april) Na ruim een maand uitstel is de raket van de Artemis-2 maanmissie afgelopen nacht gelanceerd. Na een aantal rondjes om de aarde zullen de vier astronauten morgen aan hun reis naar de maan beginnen. Vanaf dan is er geen weg meer terug voor hen, anders dan om pas na het geplande rondje om de maan na tien dagen weer op aarde terug te keren.
De Roemeense gouden helm en twee van de drie armbanden zijn terecht. Er is een deal met de verdachten gesloten, de precieze details daarvan blijven voorlopig, tot aan het proces, geheim.
Hij gaat meteen maar voor de tweede Wells, Op het geniale af. De zoektocht van Francis Dean, een roadtrip in gezelschap van grootste vriend Grover en de mysterieuze Anna May naar zijn verwekker / biologische vader kan hem minder bekoren.
Veel meer onder de indruk is hij van Besjes in het bos, een nieuwe bundel korte verhalen van de inmiddels 84-jarige Margaret Atwood. Toen hij dit boek in de bieb zag staan was hij wel benieuwd hoe dit zou bevallen in vergelijking met het vorige maand gelezen Alias Grace. Het boek bestaat 3 delen, het eerste, Tig & Nell en derde, Nell & Tig over de twee oude besjes worden onderbroken door acht losse (Atwood noemt het zelf “een allegaartje”) verhalen.
Uit Boek vol levens. Een soort memoires komt het volgende fragment over Atwoods lievelingskat Blackie, die overlijdt in de tijd dat ze in Ierland aan haar roman Alias Grace werkt. “Hij wordt herdacht in het verhaal ‘Morte de Smudgie’ in Old Babes in the Wood. (Ja, ik heb echt een kattenversie gemaakt van de ‘Morte d’Arthur’ van Tennyson, en mijn zus heeft Blackie echt in de vriezer gelegd zodat ik haar na terugkeer een staatsbegrafenis kon geven.)”
In het derde deel haalt Nel herinneringen op aan de inmiddels overleden Tig. “Er zijn poorten in de ruimtetijd, ze openen en sluiten zich als kleine kikkerbekjes. Daar gaan dingen in, ze verdwijnen gewoon, maar dan komen ze zonder aankondiging ineens terug. Dingen en mensen, ze zijn er en dan zijn ze weg en dan zijn ze er misschien weer. Je kunt het niet voorspellen.” Het is niet alleen Nels stem die we hier horen maar ook die van Atwood zelf, haar echtgenoot Graeme is ook nog niet zolang geleden overleden.
Een prachtig, indrukwekkend verhaal, ‘Een stoffig middagmaal’ gaat over de vader van Tig, de Jolly Old Brigadier “In 1941 werd de JOB bevorderd tot majoor en begin 1943 tot brigadier-generaal, met zijn vierendertig jaar de jongste in het Canadese leger. Hij trok met de Britten en de Canadezen op door Sicilië en daarna door Italië terwijl de Duitsers zich in noordelijke richting terugtrokken, tijdens hun aftocht steden en dorpen opbliezen en een spoor van verwoesting en honger achterlieten. Hij trok met zijn brigade voorbij Napels, vocht bij Ortona, stak de rivier de Moro over. Toen kwam Monte Cassino, waar een van de zwaarste gevechten van de oorlog werd gevoerd. En dat was nog maar het begin. Het ergste moest nog komen.” Atwood vervlecht het verhaal over de JOB met dat van oorlogsverslaggever en schrijfster Martha Gellhorn die uitgebreid verslag doet van de de strijd bij Monte Cassino.
Toeval bestaat niet! Eén dag later komt hij in Mijn Eeuw van Günter Grass in het deel over de Tweede Wereldoorlog waarin hij jaren na dato Duitse oorlogsverslaggevers tijdens een reünie herinneringen laat ophalen aan hun belevenissen het volgende fragment tegen “Heroïsche taferelen had op zijn hoogst de verdediging van Monte Cassino opgeleverd.”
Atwood’s verhaal ‘Interview met een dode’, waarin ze met behulp van een medium een interview heeft met George Orwell is veel luchtiger van toon. Ze hebben het niet alleen over 1984 maar ook over Animal Farm “Uw werk is echt van onschatbare waarde en u bent - hoe zal ik het formuleren - een bron van inspiratie. Al moet ik zeggen dat toen ik voor het eerste een boek van u las, ik nog niet oud genoeg was om het te begrijpen. Ik was een jaar of acht, negen. Dat boek was Animal Farm. Ik dacht dat het een kinderboek was, zoiets als Charlotte’s Web. […] Ik wist niet dat Animal Farm over de USSR ging en over de demonisering van Trotski. Ik had geen idee wie Trotski was! Ik dacht dat de dieren gewoon dieren waren. […] Het was zo oneerlijk!” Waarop ze Orwell laat bekennen dat oneerlijkheid zijn grootste drijfveer was.
(donderdag, 9 april 2026) De Gezondheidsraad presenteert de nieuwe, zevende, versie van de Schijf van Vijf. De inmiddels 10 jaar oude, vorige versie was danig aan een herziening toe. Met de nieuwe richtlijnen, die gebaseerd zijn op de nieuwste inzichten op het gebied van voeding en eetpatronen, gaat ze verder dan de Gezondheidsraad.
Het einde van de eenzaamheid; “Het tegengif voor eenzaamheid is niet toevallig samenzijn met willekeurige mensen. Het tegengif voor eenzaamheid is verbondenheid.” Uiteindelijk vindt Jules Moreau die verbondenheid, eerst met Alva die hij al vanaf hun schooltijd kent en daarna ook weer met zijn broer en zus.
Zowel Jules als Alva worden al vroeg in hun leven met een groot verlies geconfronteerd en gaan daar elk op hun eigen wijze mee om. Jules met dealen met de dood van zijn ouders, “Ik dacht aan de onbevreesde, zelfbewuste jongen die ik toen was. Maar die was ten tijde van de dood van mijn ouders nog niet sterk genoeg geweest en had het veld moeten ruimen voor een ander deel van mijn persoonlijkheid. Ik miste hem niet. Wat is soms wel miste was de uitgelatenheid die ik op mijn tiende vaak had gevoeld. Zou er in mijn leven ooit nog iets gebeuren waardoor ik weer in zo’n dwaze, zorgeloze roes zou worden gekatapulteerd, al was het maar heel even?”
Alva met de dood van haar zus Phine, “Ik had in die tijd depressies en ook zelfmoordgedachten. Maar dan dacht ik altijd: en als Phine nou toch nog terugkomt en ik ben er niet meer?”
Dat wederzijdse verlies verbindt hen ook “Ja, ze zijn een half jaar geleden overleden. Het was alsof ik voor elk woord een schep in een stijf bevroren akker moest rammen. Alva knikte en keek me lang aan, ongewoon lang, en ik zal nooit vergeten hoe we op dat moment elkaars binnenwereld in konden kijken. Heel even zag ik het verdriet dat zich achter haar woorden en gebaren verborg, en zij op haar beurt zag wat ik diep in mijn binnenste bewaarde. Maar verder gingen we niet. We bleven op elkaars drempel staan en stelden elkaar geen vragen.”
Alva verdwijnt uit zijn leven, Jules heeft “nooit de moed gehad haar voor me te winnen” en is “altijd alleen maar bang geweest haar te verliezen. […] Ik had alleen het gevoel dat alles met mij anders zou zijn gegaan als zij er nog was. De jaren na het internaat, de verkeerde studiekeuze die niemand me had afgeraden, en uiteindelijk mijn verhuizing, nee mijn vlucht van München naar Hamburg. Op niet één van mijn foto’s stond Alva en zonder haar was er niets meer wat me tegen de eenzaamheid beschermde.”
Uiteindelijk vinden ze elkaar weer terug. Alva, altijd met een boek binnen handbereik en in de meest vreemde houdingen lezend “Ik heb eigenlijk alleen maar gelezen om te vluchten, om me door een paar zinnen of een verhaal te laten troosten.” Jules die uiteindelijk toch de moed vindt om novellen te schrijven die een blik in zijn innerlijk zijn, “Er waren dingen die ik niet kon zeggen, alleen schrijven. Want als ik praatte, dacht ik en als ik schreef, voelde ik.”
(zaterdag, 18 april) Het jaarlijkse Bloemencorso Bollenstreek trekt 1 miljoen bezoekers. De oproep om over te gaan naar gifvrij geteelde biologische bloemen klinkt elk jaar luider. De gemeente Haarlem heeft zelfs vanwege het gebrek aan ambitie hiervoor haar jaarlijkse subsidie flink teruggeschroefd.
Gisteren zag hij De verhalen in ons, Hoe het verlangen om schrijver te worden een uitweg was uit een eenzame jeugd, in de boekhandel staan. Op de achterflap leest hij “In dit boek schrijft Wells over zijn moeilijke, eenzame jeugd en de helende kracht van het schrijven. De verhalen in ons is een persoonlijke zwerftocht van zijn jeugd tot zijn eerste publicaties. Aan de hand van zijn leven en zijn eigen werk, maar ook van dat van andere bekende auteurs, vertelt Benedict Wells over de kracht van het schrijven. Een wijs en ontroerend boek over de magie van literatuur.” Alweer een boek voor de WIL-lijst.
Bij de keuze voor het volgende te lezen boek voelde hij zich weer even een ongeleid projectiel. Hij was eerst van plan om voor Het tellen van de dagen te gaan, maar veranderde al snel naar het eerste deel van *De tandeloze tijd-*reeks. Ook dat idee haalde het niet, uiteindelijk wordt het Animal Farm van George Orwell. Dit als voorafje voor het volgende maand te lezen 1984 en de feministische hervertelling ervan Julia van Sandra Newman. Zijn leestempo gaat evenwel zodanig achteruit dat het wrange Dierenboerderij, slechts 120 pagina’s dun, aan het eind van de maand nog steeds niet helemaal verteerd is.
+ + + + + + +
Toe-tje
De voorbije maand gaf aanleiding voor de nodige instromers;
voor zijn verjaardag:
- De koffiedief; Tom Hillenbrand
- Een jaar met Simon; Pauline Slot
- Verre bergen en herinneringen; Orhan Pamuk
- Boek vol levens. Een soort memoires; Margaret Atwood.
Een bezoek aan kringloopwinkel(s):
Animal Farm / Dierenboerderij; George Orwell. Aanleiding hiervoor is het korte verhaal ‘Interview met een dode’ uit Besjes in het bos van Margaret Atwood.
Tortilla Flat; John Steinbeck
De reis naar de maan in 28 dagen en 12 uren; Jules Verne. Aanleiding hiervoor is de net voltooide reis om de maan van de Artemis-2.
De wereld van gisteren; Stefan Zweig
Het handboek van de inquisiteurs; António Lobo Antunes
Reisverslag van een kat; Hiro Arikawa
Kom hier dat ik u kus; Griet op de Beeck
De aanslag; Harry Mulisch
Erik of het klein insectenboek; Godfried Bomans
Kaas; Willem Elsschot
Een hart van steen; Renate Dorrestein
Het weer in Afrika; Marthe Gellhorn
Mijn naam is Sei Shonagon; J. Blensdorf
Uit ‘n minibieb:
- De vergelding; Jan Brokken
Gelukkig waren er ook enkele uitvliegers:
- Heterdaad; Johan Harstad
- Becks laatste zomer; Benedict Wells
- Op het geniale af; Benedict Wells