Laat ik er niet omheen draaien: Joseph Conrad was naar mijn smaak een buitengewoon grote en uitzonderlijk geniale schrijver. Jaren geleden las ik bekende highlights als ‘Lord Jim’, ‘The heart of darkness’ en ‘Secret Agent’ en stond ik paf. Wat minder lang geleden las ik ‘Nostromo’, en stond ik alweer paf. Nu heb ik dan ‘Under western eyes’ uit, en wederom ben ik helemaal flabbergasted. Allejezus, wat een boek en wat een schrijver!
Het boek draait om Russische revolutionairen in Rusland zelf en (als complotterende exil-revolutionairen) in Zwitserland, die met bruut en nietsontziend geweld bressen proberen te slaan in de al even brute tirannie die Rusland in zijn greep houdt. Op meesterlijke wijze maakt Conrad de duistere kanten van deze revolutionairen zichtbaar, terwijl hij tegelijk op al even meesterlijk de vuige kanten laat zien van het regime waartegen zij in opstand komen. Aldus tovert hij de lezer bovendien een zeldzaam beklemmend decor voor ogen vol van spionage en contraspionage, waarin elke revolutionair een dubbelspion zijn kan en elke agent een dubbelagent. In dit bijna schizofreen duistere en ongewisse decor zoomt Conrad in op de student Razumov, een wees die positie in de wereld poogt te krijgen door hard werk en studie, maar die meegesleept wordt in een draaikolk van verraad en niet te delgen schuld. Eerst wordt hij, zijns ondanks, tot medeplichtige gemaakt door de revolutionair Haldin die net een moordaanslag gepleegd heeft. Daarna raakt hij in een door Conrad echt fenomenaal beschreven toestand van paniek en morele vertwijfeling, die hem op even ondoorgrondelijke als meeslepende wijze ertoe beweegt om diezelfde Haldin uit te leveren aan de politie. En dat verraad doordrenkt hem weer van een ijzingwekkend gevoel van wroeging dat hem tot totale redeloosheid drijft.
Conrad doet hier volgens mij een bewuste en geslaagde poging om Dostojevsky’s “Misdaad en straf” naar de kroon te steken: ook een boek over een misdadiger die lijdt onder zijn misdaad. Maar de misdaad van Conrads Razumov is irrationeler dan die van Dostojevsky’s Raskolnikov: laatstgenoemde pleegde een moord op grond van een filosofisch idee, Razumov drijft iemand de dood in uit redeloze paniek. Bovendien is er voor Raskolnikov uiteindelijk nog een soort vergeving mogelijk, terwijl Razumov alleen maar oog in oog staat met de onvergeeflijkheid van zijn daad en het gapende morele gat in zijn innerlijk. Dat schuldgevoel wordt echt bijzonder navrant beschreven. Zo ook het morele gat waar Razumov kapot aan gaat. Conrad kan echt als geen ander schrijven over morele leegte, onoplosbare vertwijfeling, en andere duistere spelonken in de menselijke ziel. Zoals hij ook als geen ander kan schrijven over hoe weerloos we allemaal zijn tegen de irrationale chaos in ons eigen hoofd en in de wereld om ons heen.
Dat alles beschrijft hij dan in zulke prachtige zinnen dat ik steeds geneigd ben te jubelen, ondanks de sombere inhoud. Bovendien is het proza van Conrad niet alleen maar somber: het is naar mijn gevoel ook verzoenend, hoe paradoxaal dat ook lijken moge. Ten eerste omdat al die somberheid en chaos zo grandioos en stijlvol wordt opgeschreven. Maar ook omdat zijn personages dan wel geen verlossing vinden, maar soms wel een soort acceptatie van het onaccepteerbare. Een wankele acceptatie, maar toch. Razumov bijvoorbeeld ontstijgt zijn slechtheid en schuldgevoel niet, en gaat zonder meer treurig ten onder, maar hij heeft dan wel een kort moment van lucide zelfinzicht gehad, heeft even een visioen van onbaatzuchtige goedheid, en heeft tenminste een klein deel van zijn machinaties ongedaan gemaakt. Die fragiele verzoening, zeer onvolkomen maar ook heel wezenlijk, wordt door Conrad bijzonder trefzeker opgeschreven.
Conrad hanteert daarbij een even opmerkelijk als effectief vertelperspectief. Het verhaal wordt namelijk niet verteld door een alwetende verteller, maar door een tastende en twijfelende verteller die vol verbazing vorm en zin probeert te ontdekken in een warboel die hij nauwelijks begrijpt. De verteller is namelijk een oudere Engelsman, een taalleraar die wel de Russische taal begrijpt maar die niets zegt te begrijpen van de zo extreme Russische ziel, en die als personage wel aanwezig is bij diverse gebeurtenissen maar dan als buitenstaander die er niets van begrijpt. Wel kan hij putten uit de geheime dagboeken van Razumov, die hij parafraseert en interpreteert, maar ook hier weer vol twijfel en met het gevoel voor een raadsel te staan. Aldus ontstaat in veel passages een werkelijk prachtig dubbel perspectief: Razumov die in zijn geheime dagboeken vertwijfeld in gesprek gaat met zichzelf en niet tot een slotsom kan komen, de verteller die dit vertwijfelde zelfgesprek interpreteert op basis van eigen observaties en fantasie maar die ook niet tot een slotsom kan komen.
Door dat dubbele perspectief wordt op m.i. prachtige wijze het raadsel onderstreept dat Razumov is, voor zichzelf en voor anderen. Ook ik, als lezer, begrijp Razumov uiteindelijk niet: daarmee moet ik mij dan maar verzoenen, net als de verteller en Razumov zelf. Maar tegelijk vind ik het bijzonder inspirerend om ruim 300 bladzijden te hebben meegeleefd met een verteller die het raadsel niet miskent, maar respecteert. Ik vind het geweldig hoe Conrad, door dat dubbele vertelperspectief en door gebruik te maken van die twijfelende en tastende verteller, ruim 300 bladzijden lang de lezer uitnodigt om, net als die twijfelende verteller, aandacht te hebben voor het onbegrijpelijke en om niet te snel te vluchten in een oordeel of een versimpelende ervaring. Ik bewonder Conrad, omdat hij het onverklaarbare niet verklaart, maar toont.
Fenomenale schrijver, die Conrad. Blij dat ik weer een boek van hem gelezen heb!