Deze dag van de lezer is een mooi moment om mijn lezers te bedanken en lezers die mij nog niet lazen kennis te laten maken met mijn nieuwste roman.
In de vorige eeuw begon ik mijn carrière in de jeugdzorg. Mijn eerste vaste baan was bij een meidenwegloophuis als hulpverleenster. De meest aangrijpende verhalen over en gevolgen van seksueel misbruik, mishandeling en eerwraak heb ik daar gehoord en gezien. Ze zijn nooit uit mijn hoofd verdwenen en van sommige meiden vraag ik me af hoe het ze verder is vergaan in het leven. In mijn roman ‘In de stilte de echo’ heb ik dit een plek gegeven. Wat als? Mijn fantasie vulde het in tot een fictief verhaal. Maar een roman speelt zich niet af in een zogenaamde 'white room': de setting is ook belangrijk.
Eerder vertelde ik al dat het Zuid-Limburgse Noorbeek hiervoor een belangrijke inspiratiebron was. Vandaag vertel ik hoe mijn ontdekking van dit pittoreske dorpje een plek kreeg in ‘In de stilte de echo’ en deel ik een paar fragmenten.

Voorlezen tijdens de boekpresentatie bij Du Nord in Noorbeek
Haar oog viel op een rood boek met kleine foto’s op de voorkant: een krant lezende man aan een tuintafel, de ingang van een kasteelachtig gebouw, kussens op een bed, frambozen en een koffiekop. Ze pakte het op. ‘Nederland & België. Bijzondere logeeradressen’ luidde de titel. ‘Wat is dit?’
‘Ik zag het liggen toen ik nieuwe vulpeninkt kocht. En omdat we nog een weekendje weg willen, nam ik het mee.’
Ze opende haar mond om tegen te sputteren en sloot hem gelijk. Ze sloeg het open op haar schoot en bladerde erdoorheen. Schiermonnikoog, Tubbergen, Schuddebeurs, Lutjegast. Foto’s van een bar, koeien, een hemelbed, een houtkachel, wijnglazen en een imposante trapopgang. Een landgoed-hotel, een Romantik Hotel, een hostellerie, een jachtslot en een herberg. Haar hart miste een slag en ze bracht de gids dicht naar haar gezicht. Herberg Sint Brigida in Noorbeek. Nomen est omen, begon de beschrijving.
‘Zit er iets leuks bij?’
‘Wat betekent Nomen est omen precies?’
‘Hoe kom je daar nu bij? Het is Latijn en er wordt mee bedoeld dat iemands naam een voorteken is.’
‘Dat meen je.’ Ze tikte op de foto van de herberg. ‘Kijk! Mijn echte moeder heet Brigida.’ Of een kaarsje in haar werd aangestoken.
Bovenstaand fragment is een scene uit ‘In de stilte de echo’. Een fictief verhaal waarin het bestaande Zuid-Limburgse Noorbeek een belangrijk deel van de setting is. Ik ontdekte dit dorp twintig jaar geleden toen ik op zoek was naar een logeeradres in het Limburg. Daarvoor gebruikte ik bovenstaande gids die nog steeds in mijn boekenkast staat. En ik heb meer bestaande elementen in mijn laatste roman gebruikt. Bijvoorbeeld de eerst keer dat ik in Noorbeek aankwam. Het was de tijd dat de A2 nog dwars door Maastricht liep. Hoofdpersoon Noortje en haar vriend Arnold beleven het zo:
Stapvoets reden ze door een zonnig Maastricht, het laatste stuk autoweg voordat ze bij het Zuid-Limburgse heuvelland aankwamen. Hoe dichter ze bij hun einddoel kwamen, hoe langzamer de tijd leek te gaan. Onrustig draaide ze op haar stoel: wie bedacht nu dat een snelweg dwars door een stad moest lopen? Aan de gevel van een flat hing een man in spreidstand met zijn ene voet op de buitenrand van zijn balkon en met de andere op een richel in het metselwerk. Terwijl hij met een hand de balkonbalustrade omklemde, haalde hij een wisser over het raam naast het balkon. Ze stootte Arnold aan. ‘Moet je kijken wat een debiel.’
‘Laat dat. Ik moet op het verkeer letten.’ Hij trok op en ze hoopte dat de man zijn waaghalzerij tot een goed einde bracht.
Ze verlieten de stad en een paar minuten later draaiden ze de provinciale weg op. Ze reden door dorpjes en de weg werd steeds bochtiger.
In een volgend dorp doemde een groot vliegerkruis met een gekruisigde Jezus voor hen op; ze bogen naar rechts en direct daarna weer naar links. Ze zoefden een heuvel af, langs een vakantiepark en een paar minuten later reden ze via een nauw straatje Noorbeek binnen. Aan de rechterkant verscheen een kerk, aan de linkerkant een plein waar mensen op het terras zaten. Het voelde alsof ze in het buitenland waren. Arnold boog linksaf langs het terras. ‘Dit is de Dorpsstraat,’ zei hij. ‘Let jij op of je nummer zesendertig ziet?’
Gespannen tuurde ze naar de panden langs de weg, sommigen heel oud. De witte gevel van Herberg Brigida met de geraniums voor de ramen op de eerste verdieping herkende ze pas van de foto op het moment dat ze er bijna voorbijreden. ‘Stop, hier is het!’ riep ze.