Toen ik begon met schrijven, had ik nooit gedacht dat Marnix Meijer ooit meerdere boeken zou vullen. Toch begon het allemaal met één simpele opmerking.
"Waarom schrijf je niet eens een detective?"
Die vraag kwam van iemand die ik nog bijna dagelijks zie. Sterker nog, Meijer is deels op hem gebaseerd. Binnen twee dagen was het personage geboren.
Vanaf het begin wist ik dat ik geen rechercheur wilde creëren. Ik zocht iemand die buiten de gebaande paden denkt. Iemand die niet alleen wil weten wat er is gebeurd, maar vooral wie de mensen achter het verhaal zijn.
Daarom werd Meijer geen politieagent, maar een voormalig journalist. Iemand die na een flinke val uit het vak verdween en tegenwoordig een café runt. Toch is hij in hart en nieren journalist gebleven. Cynisch, recht voor zijn raap en altijd op zoek naar de waarheid.
Dat de serie zich in Leeuwarden afspeelt, was voor mij vanzelfsprekend. Ik ben er geboren en opgegroeid. Veel locaties in de boeken zullen lezers herkennen, al blijft het natuurlijk mijn versie van de stad.
Ook De Scamele was snel gekozen. Het is mijn stamkroeg. Ik ken de sfeer, de verhalen en de mensen die er komen. Daardoor hoef ik weinig te verzinnen en voelt het bijna vanzelf echt.
Al tijdens het schrijven van het eerste boek had ik het gevoel dat Meijer meer dan één avontuur zou krijgen. Toch voelde het pas echt als een serie toen de eerste proefdruk werd gelezen. De reactie van die eerste lezer gaf me het vertrouwen dat er meer in zat.
Het grootste verschil tussen het eerste en tweede boek zit voor mij in de personages. Tijdens het eerste deel was ik ze nog aan het ontdekken. Je bedenkt mensen, laat ze praten en kijkt hoe ze reageren als je ze in een lastige situatie zet.
Bij het tweede boek was dat anders. Toen kende ik ze.
De cynische oud-journalist bleef zich overal mee bemoeien, maar ook de andere personages kregen steeds meer kleur.
Rinus werd meer dan een bijfiguur. Carla kreeg een grotere rol. Douwe groeide uit tot de intellectuele scherpslijper van het gezelschap. Waar Rinus vaak voor de luchtigheid zorgt en Carla met beide benen op de grond blijft staan, zegt Douwe meestal hardop wat de anderen alleen denken.
Zelfs Sherry, de hond van Meijer, kreeg meer ruimte.
Misschien zijn de grootste hoofdrollen uiteindelijk wel weggelegd voor Leeuwarden en De Scamele zelf.
Het schrijven van deel twee vond ik lastiger dan het eerste boek. Niet alleen omdat het draait om een politieke moord, maar ook omdat je als schrijver automatisch probeert een volgende stap te zetten.
Toch kwam er tijdens het schrijven een moment waarop ik wist dat het goed zat. Niet door een spectaculaire ontknoping of een slimme plotwending, maar doordat de personages hun eigen leven begonnen te leiden. Vanaf dat moment voelde het verhaal vanzelfsprekend.
Wat de toekomst van de serie brengt, weet ik nog niet precies. Wat ik wel hoop, is dat lezers over tien jaar langs hun boekenkast lopen, een Meijer-boek zien staan en denken:
"Daar heb ik weer eens zin in."
Een rauwe detective. Een thriller met humor. Verhalen die zich afspelen tussen bekende straten, vertrouwde gezichten en een stad die nooit ver weg is.
En wie weet stap je na het lezen zelf eens De Scamele binnen voor een drankje.