Een cliënte zat tegenover me en vertelde iets over haar relatie wat ik nooit meer ben vergeten. Ze zei: "We hebben het eigenlijk helemaal niet slecht samen. Maar ik mis ons.” Niet: ik mis jou. Niet: jij doet iets verkeerd. Maar: ik mis ons. Ik mis wie wij waren toen we nog nieuwsgierig naar elkaar waren. Toen we elkaar nog vragen stelden. Toen we elkaar niet alleen zagen als partner, maar ook als mens.
Dit was één van de vele momenten die uiteindelijk leidden tot mijn roman As Good As It Gets. Het verhaal van Sophie, een vrouw die op papier alles heeft maar zich stilletjes afvraagt of ze nog wel echt aanwezig is in haar eigen leven. Sindsdien hoor ik van heel veel lezers: ik herken dit. Niet per se de situatie. Maar dat gevoel daaronder.
Eén van de grootste misverstanden over relaties is dat we denken dat ze stuklopen door grote gebeurtenissen. Door een affaire. Door een enorme ruzie. Door een crisis die alles op zijn kop zet. Soms. Maar veel vaker is er iets heel anders aan de hand. Veel vaker sluipt er langzaam iets naar binnen. Niet omdat iemand iets verkeerd doet. Niet omdat iemand op een dag besluit minder zijn best te doen. Maar omdat het leven gewoon... gebeurt.
In het begin van een relatie gaat alles vanzelf. Je bent nieuwsgierig naar elkaar. Je stelt vragen. Je luistert aandachtig. Je merkt alles op. Dat berichtje. Dat nieuwe shirt. Dat verhaal dat de ander al drie keer heeft verteld, maar waar je nog steeds geïnteresseerd naar luistert. Maar na verloop van tijd raken we gewend. Ons brein houdt van efficiëntie. Het maakt van alles wat vaak terugkomt een gewoonte. Met autorijden. Met tandenpoetsen. Maar ook met de persoon naast je in bed. En wat vanzelfsprekend wordt, krijgt minder aandacht. Voor je het weet ben je niet langer geliefden die samen het leven beleven, maar twee mensen die samen het leven organiseren.
Ik moet altijd een beetje lachen wanneer mensen zeggen: "Wij hebben eigenlijk nooit ruzie.” Want dat klinkt fantastisch. Maar eerlijk? Ik weet niet altijd of dat een goed teken is. Soms betekent het dat twee mensen heel goed met elkaar omgaan. En soms betekent het dat twee mensen al heel lang niets meer zeggen van wat er werkelijk speelt. Dat verschil is belangrijk. Wat ik ook zo interessant vind: we denken vaak dat relaties stuklopen door wat er gezegd wordt. Door ruzies. Door harde woorden. Maar ik denk dat veel relaties eerder vastlopen door alles wat nooit wordt gezegd. Door de dingen die we inslikken. Door de gesprekken die we uitstellen. Door de behoeften die we niet uitspreken. Door de teleurstellingen waar we maar overheen proberen te stappen. Want kwetsbaar zijn is spannend. Zeker in een relatie. Op het moment dat jij hardop zegt wat je nodig hebt, loop je ook het risico dat de ander daar niet op reageert zoals je had gehoopt. En dat doet pijn. Dus zwijgen we. En hopen we dat de ander het vanzelf ziet. Dat de ander het vanzelf begrijpt. Dat de ander aanvoelt wat wij nodig hebben. En als dat niet gebeurt, raken we teleurgesteld.
Wat ergens ook bijzonder is, als je er even over nadenkt. We verwachten soms dat iemand slaagt voor een examen waarvan hij niet eens weet dat hij het aan het maken is. Iets wat ik mezelf heb moeten leren: er zit een groot verschil tussen denken "als iemand echt van me houdt, dan weet diegene dit vanzelf" en daadwerkelijk uitspreken wat je nodig hebt. Dat eerste klinkt romantisch. Dat tweede werkt. En weet je wat grappig is? Vaak zijn de dingen waar we het meest naar verlangen helemaal niet zo groot. Mensen verlangen meestal niet naar een wereldreis. Niet naar een gigantisch cadeau. Ze verlangen naar aandacht. Naar waardering. Naar het gevoel dat ze belangrijk zijn voor iemand. Dat iemand echt luistert wanneer ze praten. Dat iemand opmerkt wanneer het niet goed gaat. We zeggen dat we boos zijn omdat de vaatwasser niet is uitgeruimd. Maar eigenlijk voelen we ons alleen in het dragen van al die taken. We zeggen dat we geïrriteerd zijn omdat iemand te laat thuis is. Maar eigenlijk voelen we ons niet belangrijk. We maken ruzie over iets kleins terwijl het eigenlijk over iets veel groters gaat. Het gaat nooit over die koffiekop. Ik geloof dan ook niet dat een goede relatie iets is wat je vindt. Alsof het succes ervan vooral afhangt van het vinden van de juiste persoon en dan is alles ineens goed.
Ik vergelijk het weleens met een tuin. Een tuin staat er niet mooi bij omdat je ooit goede planten hebt gekocht. Een tuin staat er mooi bij omdat je hem aandacht geeft. Omdat je water geeft. Omdat je af en toe onkruid weghaalt. Omdat je ziet wat aandacht nodig heeft voordat alles doodgaat. En dat geldt voor relaties. Voor vriendschappen. Voor je relatie met jezelf. Liefde is niet alleen iets wat je vindt. Liefde is iets wat je bouwt. Verliefd worden overkomt je. Maar liefde onderhouden is een keuze. En die keuze maak je niet één keer. Die maak je steeds opnieuw. Op gewone dinsdagen. Tussen de boodschappen. Tussen het werk. Tussen alle drukte van het leven door. Misschien is dat minder romantisch dan het idee van een soulmate. Maar eerlijk? Ik denk dat dat uiteindelijk ook ontzettend mooi is.