Vooraf-je
Je realiseert je het niet altijd, maar er wordt vaak gegoocheld met namen. Zo wist ik bijvoorbeeld niet dat George Orwell, van wie ik deze maand zowel Animal Farm als 1984 las het pseudoniem was waarvan Eric Arthur Blair zich bediende. In Sandra Newmans ‘krachtige, feministische hervertelling’ Julia krijgt die te horen dat de werkelijke naam van de alomtegenwoordige Grote Broer Humphrey Pease is. Sophie van der Stap gebruikt zelfs 9 verschillende namen voor zichzelf in Meisje met negen pruiken; Oema, Pam, Blondie, Daisy, Platina, Sue, Stella, Bebé en Lydia.
Door al het lezen, ik las ook nog Ellis Island (Georges Perec), Erik of het klein insectenboek (Godfried Bomans), Mijn eeuw (Günter Grass) en Het leven van dingen (Warna Oosterbaan), bleef er minder tijd over voor ‘schrijven’ waardoor deze maand de blog hier en daar beknopt(er) is dan gewoonlijk.
+ + + + + + +
Ellis Island, Verhalen over ontheemding en hoop is een gezamenlijk project van schrijver Georges Perec en filmmaker Robert Bober. De twee ontmoetten elkaar in 1975. Bober, die Perecs semi-autobiografische W of de jeugdherinnering had gelezen stelde voor om samen een film te maken over Ellis Island. Bobers overgrootvader was een van de ruim 12 miljoen Europese emigranten die op Ellis Island arriveerden, maar behoorde ongelukkigerwijs ook tot de 2 procent die om gezondheidsredenen de toegang tot Amerika werd geweigerd en teruggestuurd werd naar Europa. Perec ziet wel wat in zo’n project “wat ikzelf, Georges Perec, hier ben komen uitzoeken, heeft te maken met ontheemding, verstrooiing, diaspora. Ellis Island is voor mij bij uitstek de plaats van ballingschap, dat wil zeggen de plaats van de afwezigheid van plaats, de niet-plaats, het nergens.”
De door Bober gemaakte film en het gezamenlijke boek vormen één geheel met dezelfde titel. Het boek bestaat uit zowel een korte inleiding als een veel langere tekst van Perec over de geschiedenis van Ellis Island, gevolgd door een reeks door Bober gemaakte foto’s en sluit af met een een tiental door Perec gevoerde gesprekken met immigranten over hun herinnering aan Ellis Island.
Hier een kort fragment uit Perecs tekst;
“vier op de vijf emigranten brachten maar een paar uur op Ellis Island door
alles bij elkaar was het maar een onbeduidende formaliteit,
de vliegensvlugge transformatie van emigrant tot immigrant,
van iemand die was vertrokken tot iemand die was aangekomen
maar voor elk van hen die voorbijschuifelden
langs de dokters en de ambtenaren van de burgerlijke stand,
was wat er op het spel stond van vitaal belang:
ze hadden afstand gedaan van hun verleden en van hun geschiedenis,
ze hadden alles achtergelaten om te proberen hier een leven op te bouwen, een leven dat hun in hun geboorteland niet was vergund
en nu stonden ze oog in oog met het onafwendbare”
(zondag 17 mei) Hachelijke momenten voor wadlopers bij Ameland; een grote groep wadlopers die deelnamen aan een, slechts één keer per jaar georganiseerde nachtelijke wadlooptocht van Holwerd naar Ameland kwam met het eindpunt al in zicht in de problemen. Vanwege een geul die dieper was dan vooraf ingeschat konden zij niet verder, waarna ze al snel onderkoeld raakten. De KNRM heeft ze in veiligheid gebracht.
Maledivische duiker komt om bij zoektocht naar overleden Italiaanse grotduikers: Een vijftal Italiaanse duikers kwam om het leven tijdens een poging om grotten te verkennen op zo’n 50-meter diepte. Tijdens de zoektocht naar hun lichamen werd een duiker van het leger onwel. Hij werd overgebracht naar het ziekenhuis waar hij overleed aan decompressieziekte.
Voor deze maand stond al gepland om de twee versies van 1984 te lezen, zowel het door George Orwell in 1949 geschreven 1984 als de hervertelling ervan uit 2023, Sandra Newmans Julia. In haar versie is Julia Worthing, monteur op het ministerie van Waarheid de hoofdpersoon en niet de op dezelfde afdeling wekende Winston Smith, zoals in de oorspronkelijke versie. Beide boeken ademen dezelfde sfeer en verlopen volgens dezelfde grote lijn (soms zelfs in detail zoals een gebeurtenis tijdens een Haatsessie [“Instinctief griste ze het Nieuwspraakwoordenboek uit de kast. Ze haalde diep adem, gilde ‘Zwijn! Zwijn! Zwijn!’ en slingerde het zware naslagwerk over alle hoofden heen” (Julia) en “Het donkerharige meisje achter Winston was begonnen te krijsen: ‘Zwijn!Zwijn!Zwijn!’ en eensklaps greep zij een zwaar Nieuwspraak-woordenboek en smeet dat naar het scherm.” (1984) ]), in het perspectief verschillen ze echter totaal van elkaar.
In 1984 hangen er overal, zowel binnen als buiten teleschermen “Op het telescherm las een vrouw opgewekt een lijst met gewassen voor waarvan de oogst de in het Driejarenplan gestelde doelen had overtroffen.’Avocado: vijftig ton meer dan gepland! Bananen: zeventig ton meer dan gepland!’ Die jubelende landbouwberichten leken altijd te gaan over vruchten die je in de winkels nooit zag.” Die teleschermen worden echter vooral gebruikt om iedereen, dag en nacht in de gaten te houden.
Julia kan zich haar kindertijd, de tijd waarin haar ouders nog in leven waren nog levendig herinneren. “Bij vrijheid dacht ze aan uitbundigheid, stuntelig rollebollen, ze stelde zich twee honden voor die wild op elkaar springen als ze elkaar tegenkomen. Vrijheid was in haar hoofd verbonden met haar kindertijd, de uren dat de ballingen aan keukentafels zaten te klagen en te ruziën en zingen terwijl Julia op de grond aan hun voeten soldaatje speelde met haarspelden. Het smakelijke voedsel dat de ballingen aten was vrijheid, en de muziek die ze jazz noemden, met die koperblazers en de jammerende klanken als een heerlijke ziekte. Haar moeder had gezegd dat die liedjes uit een andere wereld kwamen. Die andere wereld, dat was dus vrijheid.” Winston moet voor hoe het vroeger, voor de Revolutie was afgaan op een geleend geschiedenisboek en zijn gevoel “Het kon waar zijn, dat de mensen er over het algemeen nu beter aan toe waren dan zij het vóór de Revolutie waren geweest. Het enige bewijs voor het tegendeel was het stomme protest in je eigen body, het instinctieve gevoel dat de omstandigheden waaronder je leefde ondraaglijk waren en dat zij eens, in een andere tijd, anders moesten zijn geweest.”
Tijdens de dagelijkse twee minuten Haatsessie zien Julia en Winston elkaar regelmatig; “Smith was bovendien wel interessant, al was hij niet het type waarmee Julia graag omging. Hij had een merkwaardige obsessie voor de waarheid. De helft van wat hij zei bestond uit beweringen over wat waar was en wat gelogen […] ze vroeg hem een keer of het hem een goed gevoel gaf om meer te weten dan de andere mensen. Toen zei hij stekelig: ‘Het gaat helemaal niet om mijn gevoel. Het gaat erom wat waar is.’”
Winstons taak op het Ministerie van Waarheid is om die waarheid dagelijks aan te passen; “Winston bestudeerde de vier strookjes papier die hij opengegooid had. Elk ervan bevatte een opdracht van slechts één of twee regels […] Zij luidden: times 17.3.84 gb rede misverslag afrika rectificeer / times 19.12.83 voorspellingen 3 j 4de kwartaal 83 drukfouten vgl nr heden / times 14.2.84 miniwel miscitaat chocolade rectificeer / times 3.12.83 verslag gb dagorder dubbelplusongoed spr onpersonen herschrijf voltijds paraut antarch […] De taken die hij had ontvangen hadden betrekking op artikelen of nieuwsberichten, die men om een of andere reden meende te moeten laten veranderen, of, zoals de officiële term luidde, te rectificeren.”
Tijdens de Haatsessies komen zowel Julia als Winston in contact met O’Brien, die de tijdgeest als volgt verwoord; “‘Tegenover de wellust van de welvaart, de lafheid van de vrede, de afhankelijkheid van de liefde, de loze schijnheiligheid van de waarheid, stellen wij de haat. Haat is de hoogste kwaliteit van de mensheid. […] Alleen haat is goed. Dat is de grote onthulling van het Denken van Grote Broer. Wie weet ontwikkelt de mens van de toekomst een of andere nog hogere eigenschap, zuiverder en meedogenlozer. Voor nu is dit het hoogste wat menselijk haalbaar is: haten en zich laten leiden door haat.’”
In Newmans versie slaagt O’Brien erin om Julia voor dat gedachtengoed te winnen, zodanig dat zij diverse anderen, waaronder ook Winston zover krijgt dat die zichzelf door hun doen en laten of gedachten ‘verraden’. In de versie van Orwell graaft Winston zijn eigen graf doordat hij in O’Brien een medestander denkt te vinden. Beide wegen leiden echter naar hetzelfde, gevangenschap, martelingen, bekentenissen (al of niet gemeend) in het Ministerie van Liefde.
Na hun beider vrijlating begint voor Julia het grote zwerven; “Elke ochtend verliet ze nu het tehuis en liep urenlang rond door de winterse straten. Als het regende zocht ze soms het ministerie op om in haar kantoortje te gaan schuilen. […] Op mooie dagen maakte ze urenlange tochten in de buitenlucht en versleet haar schoenen in een eindeloze rondgang langs de openbare toiletten van de stad. Van tijd tot tijd stopte ze dan bij een winkel en kocht een bruin brood dat ze op een bank opat. Dan deed ze allerlei rek- en strekoefeningen om de pijn te verlichten en voelde ze iets wat verwant was aan geluk. Ze realiseerde zich dat waar ze van genoot eigenzinnig was, iets wat haar altijd verboden was geweest toen ze nog een persoon was. Toen miste ze het niet, maar nu kon ze zich niets fijners voorstellen.”
Uiteindelijk is de lange strijd van de opstandelingen niets voor niets en wordt Grote Broer overwonnen. “De stem uit het telescherm dreunde onverstaanbaar door en zij stond met opgeheven gezicht te staren naar die enorme tronie. Het had haar zevenentwintig jaar gekost om erachter te komen wat het voor glimlach was die zich verborg achter die zwarte snor. Maar het was goed, alles was goed. Ze had ten lange leste de overwinning op zichzelf behaald. Ze haatte Grote Broer.”
Orwell besluit 1984 totaal anders, hier geen happy end; “Maar het was goed zo, alles was goed zo, de strijd was voorbij. Hij had de overwinning op zichzelf behaald. Hij had Grote Broer lief.”
*** Net zoals in 1984 met Winston gebeurt hield de politie gedurende meer dan 20 jaar een dossier van Orwell zelf bij. Zij was van mening dat hij een vergevorderde communistische visie had. ***
Als ‘opwarmertje’ voor 1884 las ik Orwells antistanilistische satire Animal Farm. Nadat onder leiding van de twee varkens Sneeuwbal en Napoleon de boer verdreven is stellen zij op de Dierenboerderij het beginsel ‘Alle dieren zijn gelijk in’. Dit verandert echter al snel in ‘Alle dieren zijn gelijk, maar sommige dieren zijn meer gelijk dan andere’. Sneeuwbal raakt in ongenade, verdwijnt, wordt zelfs geschrapt uit de geschiedenis en op het einde is de commune een dictatuur geworden onder leiding van Napoleon.
(dinsdag 26 mei) 700.000 oude televisieprogramma’s uit het archief van Beeld en Geluid staan vanaf vandaag online. Dat is zo’n 50% van de door de publieke omroep in de periode tussen 1920 en 2020 gemaakte programma’s. Swiebertje, de Fabeltjeskrant, De Grote Meneer Kaktus Show en nog heel veel meer zijn terug te zien.
In Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans gaat het veel gemoedelijker aan toe dan op Orwell’s Dierenboerderij. In 2013 verscheen de 57ste druk ter gelegenheid van de actie Nederland Leest.
(donderdag 28 mei) Vanaf juli mag Post NL twee dagen doen over het bezorgen van gewone post. Moet je verstuurde poststuk toch al de volgende dag bezorgd worden dan moet je flink meer gaan betalen: geen €1,40 maar €3,25 voor rouwpost en €3,95 voor gewone post.
Een leestempo van gemiddeld één jaar per dag had tot gevolg dat ik zo’n drie maanden over Mijn Eeuw van Günter Grass gedaan heb. De tekst op de achterflap vermeldt; “Door de ogen van telkens weer andere mensen, (een aantal keren is hij overigens zelf aan het woord), vertelt Günter Grass over grote gebeurtenissen (1989; de val van de muur) en ogenschijnlijke onbenulligheden, over technische uitvindingen (1925; een kind dat naar de radio luistert) en wetenschappelijke ontdekkingen, sportieve en culturele prestaties, grootheidswaanzin, vervolging en moord, oorlog (1901; de opstand van de Boksers in China) en catastrofen, en over telkens weer een nieuw begin. In het stuk over 1975 komt het volgende aan bod; westerse schrijvers waaronder Grass zelf die naar Oost-Berlijn reizen, de val van Saigon, de terreur van de Rote Armee Fraktion, een droge zomer met veel bosbranden, een vijfjarige Turkse jongen die in het Spreekanaal, de grens tussen Oost en West valt en door geen van beide kanten gered wordt, de dood van de Ethiopische keizer Haile Selassie.
Waar Grass zich beperkt tot één eeuw bestrijken de deze maand in de kringloop gevonden Ooggetuigen van de wereldgeschiedenis (René van Stipriaan) en Ooggetuigen van de Gouden Eeuw (Geert Mak/René van Stipriaan) een langere periode. Daarover een van de volgende maanden meer.
+ + + + + + +
Toe-tje
Er verscheen in de reeks Privé-Domein nog een derde boek van George Orwell, Een olifant omleggen. Dat bevat een keuze uit The collected essays, journalist and letters, over ondermeer de ondergang van de olifant, maar ook de terechtstelling van een Hindoe. Groot is mijn verrassing wanneer ik in Ooggetuigen van de wereldgeschiedenis dat tweede fragment tegenkom bij het jaar 1931 onder het kopje ‘Een terechtstelling in Birma’.
Uitvliegers:
- Tapas en trappers; Polly Evans
- Kiwi’s en kilometers; Polly Evans
- Onder de Paramariboom; Johan Fretz
- Wormmaan; Mariken Heitman
- Alle verhalen; Arthur Japin
- Het land van de krul; Marcel Leijendekker
- Reizen zonder John; Geert Mak
- Café Babylon; Marsha Mehran
- De val; Marga Minco
- De omweg naar Santiago; Cees Nooteboom
- Sahara; Michael Palin
- Italiaanse opvoeding; Tim Parks
- Het complot tegen Amerika; Philip Roth
- Pelgrims en pepers; Frank van Rijn
- Een been om op te staan; Oliver Sacks
- De grote spoorwegcarrousel; Paul Theroux
- De dood van Murat Idrisi; Tommy Wieringa
Blog-overzicht