
Literatuur en fictie gaan hand in hand, maar wat met non-fictie?

Een eenvoudige vraag deze keer. Wat met non-fictie? Lezen jullie die ook? En heb je 1 of 2 tips?





Het antwoord op deze vraag is ja. Ongeveer een derde van de boeken die ik lees is non-fictie. Waar ik het meest over lees is Europese geschiedenis. Slechts 2 titels noemen is een lastige keuze. Met mijn keuze doe ik dan altijd een aantal favorieten auteurs geen recht (Sorry aan: Geert Mak, Bill Bryson, Frank Westerman, Simon Schama, Tony Judt, David van Reybrouck, Christopher Clark).
Een titel die ik langer geleden las is De duizelingwekkende jaren van Philipp Blom. De ondertitel van het boek luidt*: Europa 1900-1914*. In 15 hoofdstukken schets Blom een beeld van het Europa vlak voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog. Eén van de hoofdstukken heet: 1904 Zijne majesteit en meneer Morel. Morel is een jonge boekhouder die de terreur in Congo aan de kaak stelt. Philipp Blom heeft meerdere boeken geschreven, ook romans, maar dit is toch wel zijn beste werk.
Een titel die ik recentelijk las is De Bourgondiërs van Bart van Loo. De ondertitel van dit boek luidt: Aartsvaders van de lage landen. Europa eind 15 de eeuw door een meesterlijke verteller, alsof ik weer op de middelbare school bij geschiedenisles zit. Heerlijk! Bart van Loo schreef er ook nog een soort vervolg op: Stoute schoenen. Dit is meer een historisch culturele reisgids door het huidige Europa langs de overblijfselen van dit rijk.




Als ik deze vraag enkele jaren geleden gekregen had, zou ik waarschijnlijk gezegd hebben dat ik, buiten de boeken die ik voor mijn werk lees, geen non-fictie tot me nam. Toch glipte er af en toe een boek tussendoor waar wel degelijk sprake was van non-fictie, maar dat vergat ik vaak ook weer. Op een gegeven moment kwam er een leesclub-klus voorbij en ik mocht die leesclub coördineren. Pas op dat moment drong tot mij door dat ik non-fictie erg leuk vond (hoewel ik dat boek erg slecht geschreven vond). Het was uiteindelijk Evy de Brabander, ooit ook coördinator op Hebban, die mij wees op mooie, interessante en literair geschreven non-fictie, waaronder Catch & Kill van journalist Ronan Farrow. Dit boek mocht ik recenseren voor Hebban en ik vond het alleen al geweldig dat Ronan de zoon is van Mia Farrow (van de film Rosemary’s Baby (lees dat boek!)) en Woody Allen (vergeet die man maar weer!)). Het verhaal bleek ook nog erg indrukwekkend, pijnlijk en interessant en daarbij fijn geschreven. Sindsdien…

Nu ja, ik lees nu geregeld een bijzonder boek met waargebeurde elementen, een biografie, een interessant geschiedkundig boek of pure non-fictie. Gezien mijn meisjesnaam, ik heet Neus, echt waar, vond ik Een kleine cultuurgeschiedenis van de (grote) neus van Caro Verbeek echt een heel fijn boek om te lezen. Het staat vol met wetenswaardigheden over beroemde grote, fijne, mooie en kleine neuzen. Nu mogen we van Ine maar twee titels noemen. Dat betekent dat ik jullie niets meer kan vertellen over het geweldige boek over mijn favoriete, slavenvrije, chocolademerk. Dat boek was qua schrijfstijl niet helemaal mijn-stijl maar het verhaal was heel interessant, heftig en urgent. Ik noem geen titel maar ik vertel wel dat het om een wereldschokkend verhaal gaat over de onweerstaanbaar lekkere Tony’s Chocolonely chocolade. Mjammie! Advies van mij aan jullie: “Lees non-fictie!” Mijn vraag aan jullie: “Wat is jouw favoriete smaak?




Zonder non-fictie zou mijn boekenkast er een stuk leger uitzien, er staan veel exemplaren in. Meestal lees ik naast een roman ook een non-fictie, pas nog was dat Congo van David Van Reybrouck en De Ethiopiërs van Steven Kaplan ligt klaar.
Maar er is meer. Ook de Privé-domein reeks is een bron van inspiratie, mijn favorieten zijn de boeken van Gerbrand Bakker. Je moet ervan houden, maar de rustig kabbelende schrijfsels over ‘gewone’ zaken die op zijn pad komen zijn balsem voor de ziel. Mijn tips zijn dan ook ongewoon gewoon, maar heerlijk om te lezen:

Gerbrand Bakker - Jasper en zijn knecht
Gerbrand Bakker - Knecht alleen



Zeker! En ook best wat zo stiekem tussendoor. Voor deze Boekhouding zal ik m’n sportparels in de kleedkamer laten en ook de lijvige blockbusters als Stoute schoenen, Revolusi en Het kleedje voor Hitler niet noemen. Die heb ik bij andere gelegenheden hier al in het zonnetje gezet. Afgelopen week las ik De grenshonden van Marie-Luise Scherer, een boeiende - en voor mij als baasje ook wel hartbrekende - bundeling reportages, die in samenhang vertellen over de grensbewaking in het spergebied tussen de voormalige Duitslanden. Van de handel in de honden en het werk dat zij deden tot de mensen die erbij betrokken waren. De Koude Oorlog in micro-verhaal.Deze compacte bundel - 104p - is een fraaie ambassadeur van de reportageliteratuur: een deel van de non-fictie die me het best ligt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de boeken van Geert Mak: waargebeurd en tegelijk geschreven met gebruik van literaire stijl. Geen droog feitenrelaas maar smakelijk verteld.

Toppers in dat subgenre zijn voor mij De ijle lucht in van Jon Krakauer over zijn eigen beklimming van de Mount Everest tijdens een catastrofale expeditie in 1996. En De paarden van Hitler van Arthur Brand over de verborgen en besloten nazi-cultuur die er nog altijd is en haar ondergrondse handel in kunstwerken. Bij beide moest ik me tijdens het lezen steeds weer in herinnering brengen: dit is non-fictie, dit is echt! Dit is waargebeurd!



Ja hoor, non-fictie lees ik ook. Weliswaar veel minder dan fictie, maar ik ben ook altijd wel in iets van non-fictie bezig. Congo heb ik net achter de kiezen, maar ik ben ook bezig in Middeleeuwse medemensen, de clichés over de donkere eeuwen voorbij van Jonas Roelens en Nathan van Kleij (red.), waarin tien jonge wetenschappers uit Vlaanderen en Nederland een nieuw licht laten schijnen op de Middeleeuwen en vooral heel veel de clichés over die zogenaamd donkere tijd ontkrachten. Heel interessant. Ik kocht het boek na een erg boeiende lezing door Jonas Roelens. Het boek ligt in de woonkamer binnen handbereik en af en toe lees ik dan een stukje. Ik doe soms best wel lang over non-fictie, meestal trekt een roman me net iets meer.
Tijdens dezelfde lezing kocht ik dan meteen ook maar een tweede boek, helemaal door Jonas Roelens geschreven: De onuitspreekbare zonde – sodomie in de zuidelijke Nederlanden 1400-1700.

En ja, die titel maakt me wel benieuwd natuurlijk...


Wie laat hier toch overal chocolade en wikkels achter?
Nuja, we laten ons niet afleiden - hm, ruik ik daar koffie voor erbij? - lees jij soms non-fictie?

