
Of de mussen, spreeuwen en halsbandparkieten nou van het dak vallen, een pak sneeuw het treinverkeer lam legt, de takken van de bomen waaien of een miezerregentje je alsnog doorweekt tot op je onderbroek: over het weer valt altijd wat te kletsen. “Het weer is een sociale noodzaak; het overbrugt de kloof tussen vreemden", schreef John Steinbeck in Reizen met Charley. En hij is niet de enige. Het zal je verbazen hoeveel schrijvers hun romans zelfs ópenen met een zin waarin het weer een rol speelt. Jullie raden het al: we gaan het weer over het weer hebben. Dus kaplaarzen aan, gevoerde beanie - eventueel met oorflappen - op, paraplu mee of gewoon je zonnebril: we gaan weer op jacht naar openende Alweer Zinnen! Gaan jullie mee?
Alweer Zinnen | De temperatuur van de eerste zin
Het speuren naar, spotten en delen van die openingszinnen mét weerbericht is een oude traditie op Hebban. Dat niet al te lichtzinnig over dit speurwerk gedacht moet worden, legt weerzin- jager van het eerste uur @Jan Haas uit. Want voor je het weet, kruipen de weerzinnen in je hart, stijgt deze passie je naar je bol, zit je tot over je oren in de weerstabellen en steek je de thermometer in je boek (en echt: dan gaan mensen in je omgeving je toch écht met opgetrokken wenkbrauwen opnemen … of erger).

De eerste honderd weerzin titels
Sommige grappen kun je beter niet maken. Achteraf gezien.
Het aftellen naar de honderdste titel met een weerzin als opening was een ware happening op Hebban.
De Hebban crew had ooit een artikel geplaatst over openingszinnen van boeken waarin het weer een rol speelt, met de opdracht ook titels in te sturen als je zo’n openingszin tegen kwam. Ik vermoed dat de crew het succes van dit artikel niet heeft kunnen voorzien. Vele Hebbanisten gingen met de opdracht aan de slag en bleven dat doen, hielden gewoon niet op. Inmiddels zitten we dan ook op bijna 300 titels en het einde is nog niet in zicht.
De felicitaties aan elkaar waren niet van de lucht toen de 100e inzending binnenkwam. Voor de grap vroeg ik waarom de lijst niet op temperatuur gesorteerd was.
Binnen 24 uur had ik via via een excelbestand in mijn mail waarin vriendelijk werd ingegaan op mijn aanbod de lijst op temperatuur te sorteren.
Dit grapje ging mij twee lange leesavonden kosten.
Het was namelijk niet altijd even makkelijk om de temperatuur te meten van een openingszin. Daar kwam ik al snel achter. Wat bijvoorbeeld te denken van de openingszin van het boek Reis naar mijn vader door Roel Richelieu Van Londersele:
Ik, Robbert Van Lierde, was zes jaar toen op een regenachtige middag de bel als een vijand door ons huis drong.
Tja, een regenachtige middag kan in de zomer heel anders aanvoelen dan in de winter. Geen idee of het hier nu koud of warm is.
Ook Charles Dickens zadelde me met een probleem op, hij opent Onze wederzijdse vriend als volgt:
Het gebeurde in onze tijd, het precieze jaar hoeft hier niet vermeld te worden, dat er bij het invallen van een herfstige avond, op een plek ergens tussen Southwark Bridge, een brug van ijzer, en de London Bridge, een brug van steen, een vervuild, armoedige bootje met twee mannen aan boord over de Thames voer.
Sterke opening, maar zag ik de twee mannen nu bibberen van de eerste herfstige kou op het bootje of lagen ze nog languit op het povere houten dek, bij te komen van de laatste hete dag van het jaar?
Ik had geen andere optie dan deze grote meester als miezerig lezertje 150 jaar later vrijelijk te interpreteren. Waar haalde ik het lef vandaan?
Uiteindelijk heb ik met veel kunst en vliegwerk een zeer arbitraire op temperatuur gesorteerde lijst gemaakt van die eerste 100 weerzinnen.
Puur ter vermaak, best leuk.
De hele lijst willen we op de een of andere manier nog met jullie delen, maar alvast als voorproefje: De koudste zin staat in Homo Faber van Max Frisch: “We vertrokken van La Guardia, New York, met drie uur vertraging ten gevolge van sneeuwstormen.” De zin waarbij het zweet je uitbreekt schreef Bruno Schultz in De kaneelwinkels: “In juli vertrok mijn vadernaar een badplaats en liet moeder, mijn oudere broer en mij alleen, aan de witgloeiende, bedwelmende zomerdagen ten prooi.”
Heb ik er ook nog iets van opgestoken? Jawel: geen grappen over sorteringen van lijsten meer maken.
De allereerste weerzin werd in 2017 gevonden door @Gigi Leestgraag , in De Orde van de Feniks. Door weer en wind hebben de jagers en speurders inmiddels bijna 300 openingszinnen mét weerbericht verzameld. Een prachtige en kostbare verzameling, die bij de verhuizing naar Hebban 2.0 haast verloren zou zijn gegaan. Met permissie heeft Alles is Literatuur zich over de collectie ontfermd en het zo behoed voor de vergetelheid.
Hoera! We mogen weer op speurtocht! Want het is de hoogste tijd om deze onstuimige, snikhete, kletsnatte en klappertandende collectie verder aan te vullen en nog grootser en mooier te maken dan zij nu al is. Met nieuwe Alweer Zinnen! We gaan weer speuren en jagen! Hoe gaat dat dan in zijn werk? Het handboek van de Alweer Zin-speurtocht is heel simpel en makkelijk te begrijpen:
- Lees een boek waar je zin in hebt.
- Kijk of de openingszin van het boek dat je leest een weerbericht of verwijzing naar de weersgesteldheid heeft. Het is een Allweather Event, dus alles doet mee, maar omdat we graag bij onze eigen taal blijven noemen we het Alweer Zin.
- Gevonden? Kijk dan in de lijst ‘Aleer Zin’ of de weerzin al eens eerder is gespot en genoemd?
- Deel je nieuwe Alweer Zin hier met de andere speurders en weerzin-jagers
- Gefeliciteerd! Missie geslaagd! Je bent nu zelf een volleerd Alweerzin-jager!
Zo spannend welke Alweer Zinnen we zullen ontdekken!
En zooooo tof! Gaan jullie mee op speurtocht?

Hieronder vind je door op de afbeeldingen te klikken links naar de oude twee artikelen waarin de weerzinjagers aan het werk waren én een link naar de lijst met genoemde titels in de voorbije jaren:
Bronnen afbeeldingen: Magnific (Free[!k), bibliotheek Jan, Ine, Tea, Famke, WaybackMachine
