1a) Opbouw van het boek
De opbouw van het boek was heel goed. Het leest fijn door de afwisseling, de duidelijke indeling in hoofdstukken en delen, en de rode draad die steeds voelbaar blijft. De driedeling (Nanesse/Vicky/Éléa – Mina – Renaud) is logisch en zorgt ervoor dat je stap voor stap meer inzicht krijgt in wat er werkelijk speelt.
De dichtregels van Rimbaud zijn een mooie toevoeging. Ze markeren niet alleen de nieuwe dag, maar zetten je ook aan het denken over wat er gaat komen. Bijvoorbeeld de regel “ik is een ander” krijgt aan het einde van het boek een andere betekenis. Voor mij gaf dat een extra laag aan het verhaal en maakte het de structuur nog sterker.
1b) Spanningsopbouw
De spanningsopbouw is goed ingevuld. Het duurde lang voordat ik doorhad dat Renauds zonen de andere identiteiten hadden ingevuld, en juist dat vertraagde inzicht zorgde voor spanning. Het is mooi gevonden en ook wel geloofwaardig dat je met een kopie en een aangepast jaartal als tweeling best veel op je vader kunt lijken.
De achtergrond van Mina was een duidelijke toevoeging. Het gaf inzicht in haar keuzes, haar levenswijze en waarom ze later via het poppenspel zo’n cruciale rol speelt. Dat via het poppenspel de ontknoping in het verhaal werd gepresenteerd was mooi; het bracht emotie, geschiedenis en plot samen.
1c) Verrassingen
Er zaten zeker verrassingen in het verhaal. Dat Katel nog in leven bleek, was zowel onverwacht als anderzijds logisch. In een verhaal waarin spelers elkaar beïnvloeden, heb je iemand nodig die op het juiste moment ingrijpt en gezien haar rol paste het dat zij diegene was.
Het moment waarop Éléa uiteindelijk Lola redt, is bijzonder. Dat ze zomaar uitstapte, kwam echt onverwachts. Het gaf haar personage een extra laag en zorgde ervoor dat de spanning op dat moment nog verder opliep. Deze wendingen maakten het verhaal levendig; niets is wat het lijkt, en dat is wat een thriller moet doen.
1d) Ontknoping
De ontknoping was sterk, maar ook tragisch. Dat één poppenoptreden van Mina uiteindelijk leidde tot het einde van Renaud, is heel treurig. Het laat zien hoe haat en wraak, vooral die van de broers, uiteindelijk alleen maar verliezers opleveren. Tegelijkertijd is het mooi dat Bussi nog een nablik zeven jaar later geeft, waarin iedereen zijn weg heeft gevonden en gelukkig is. Dat gaf het verhaal een warm en hoopvol slot.
De dichtregels kregen extra betekenis. Vooral “ik is een ander” viel in een nieuw licht toen duidelijk werd hoe de identiteiten in elkaar grepen. Het einde zelf was niet verrassend qua afloop (verwachting dat het goed zou komen) maar dat ze samen naar beneden waren gevallen was onverwacht. Het maakte de ontknoping passend binnen de thematiek van het verhaal.