Vraag 3: wat valt er te zeggen over de schrijfstijl
Volgens mij raak ik niet uitgepraat als ik over de schrijfstijl mag beginnen. Allereerst vind ik het heerlijk lezen. Ik. Houd ervan als er niet te veel uitgelegd wordt in een boek. Dus dat je tussen de regels door mag lezen. Ondanks dat in dit boek heel veel beschreven staat blijft er genoeg ruimte om tussen de regels te lezen. Heerlijk.
Het eerste hoofdstuk, waar ik enorm van genoot, was enorm beeldend, heel uitgebreid, zonder in herhaling te vallen. Het was lieflijk, met veel bewondering voor en verwondering over de omgeving. Het tweede hoofdstuk, of het derde, dat weet ik niet meer, stond bol van de humor, ironie, sarcasme. Het volgende hoofdstuk (Adam en Charles) was pijnlijk, heftig, aangrijpend. Ook hier weer beeldend, dat gevecht, ik voelde die pijn zelf. de heftigheid. Maar ook het schrijnende van de liefde (en de afwezigheid hieraan) van de kinderen voor hun ouders en andersom.
De afwisseling van de hoofdstukken, qua stijl (een beetje) en qua gezin waar je over hoorde was heel boeiend.
Pirayaani geeft hierboven een bijzonder stijl figuur aan van de personificatie. Het was me niet opgevallen waarom de zinnen me zo raakten, maar nu weet ik het, die personificatie. Maar ook overdrijving en humor en vooruitwijzingen.
De beschouwingen van de vertelinstantie zijn ook hilarisch.
Mooi, aantrekkelijk, plezierig, humoristisch, veel symboliek, pakkend…