Gea Kuipers
7.a. Karel Strik, een mede-patiënt van Rieneke in de Ursulakliniek. Rieneke en Karel hadden de kamers naast elkaar. Rieneke heeft tijdens haar verblijf in de kliniek veel steun gehad aan Karel en ze trokken veel met elkaar op. Een liefdesrelatie hadden ze niet, maar Rieneke vond veel troost bij Karel, hij kwam voor haar op als het nodig was, maar dat leidde niet altijd tot succes, de wil van de behandelaars in de kliniek was wet. Als voorbeeld noem ik dan de keren dat Rieneke naar de gesloten afdeling moest en dat vreselijk vond; Karel wilde haar dan beschermen en proberen dit te voorkomen).
Karel komt op mij over als iemand die zeer begaan is met anderen, zeer invoelend is, ondanks zijn eigen sores.
Mirjam heeft tijdens haar zoektocht ook een gesprek met Karel Strik en met Peter. De cadeautjes van Karel die hij gekocht heeft voor de zoontjes van Mirjam, ontvangt Mirjam van Peter, vriend van Karel en ook een aantal weken mede-patiënt geweest. Het is dan vlak voor Kerst en Mirjam waardeert dit warme gebaar van Karel heel erg. Het is voor haar alsof het een gebaar van haar moeder is, via Karel bezorgd bij Mirjam.
Er zijn veel personen in het boek die ik had kunnen beschrijven als bijzonder, maar Karel heeft op mij toch een mooie indruk achtergelaten.
7.b. Mirjam vind ik een heel speciale vrouw en schrijfster van een heel bijzonder boek. Een boek waarin de antwoorden op vragen over het leven van Rieneke duidelijk maken dat het etiket “Rieneke is gek” van tafel geveegd kan worden.