Ik vind ook dat er zeker sprake is van magisch realisme.
Het verschil met de Zuid-Amerikaanse invulling zit voor mij in het feit dat vanaf het begin duidelijk is wat realisme en wat magisch is. Het magisch-realisme zit dan in de wederzijdse beïnvloeding. In dit boek was het magische deel voor mij lange tijd onherkenbaar, omdat de geschiedenissen van de historische vrouwen als realiteit werden gepresenteerd.
Ik "zag" het magisch-realisme bij eerste lezing pas op ongeveer tweederde. Dat werkte vervreemdend. Bij tweede lezing ging dat beter. Voor mij had dat toegevoegde waarde en het droeg bij aan waardering van de structuur.
Met Martin ben ik het eens, dat in de Zuid-Amerikaanse magisch-realistische traditie de wisselwerking tussen "geesten" en levende personages gelijkwaardiger is. Hier zit de wisselwerking vooral tussen de diverse vrouwengeesten. Ze delen een fysieke ruimte met de levende personages, maar beïnvloeden die nauwelijks. En voor de jongste generatie zijn ze ook niet zichtbaar.
Een beetje zoals bij Het Lied van Ooievaar en Dromedaris van Anjet Daanje. Daar heb ik me ook door het eerste deel moeten heen worstelen, omdat ik niet zag waar het naar toe ging. Toen ik de structuur snapte, groeide de waardering.