Vraag 5: De schrijfstijl onder de loep
Al op de eerste bladzijde viel me een ironisch tot sarcastisch spel met het katholicisme op: "Een hele generatie jongeren heb ik voor mijn ogen zien neervallen als terminale engelen. (…) Met naalden doorstoken, als Sint-Sebastiaan. (…) Ik zag hen verwelken en steeds trager worden tot ze de ultieme rust bereikten en uiteenvielen in de ophopende modder in onze buurt die naar een heilige vernoemd was, maar door God verlaten leek." = San Blas
"Terwijl ze de staties van de nachtelijke kruisweg afliep…" op blz. 164 is nog een mooi voorbeeld.
De schrijfstijl is zo plastisch dat ik me in Madrid waande, zonder er ooit geweest te zijn. De beschrijvingen worden afgewisseld met stukjes dialoog en wat monologue intérieur over haar innerlijke strijd: " Wonen in een lichaam dat ik niet begreep, dat me verstikte omdat het te krap was, bepaalde sowieso elke stap die ik zette, en omgaan met die krapheid in het dagelijks leven maakte de wereld onleefbaar voor een vrouw als ik, maakte alles volkomen zinloos."
Er vielen me tegenstellingen op. Op de flaptekst staat "Met Slechte gewoontes wil ik laten zien dat deze grens onbestaand en ontmenselijkt is…" en in de tekst beweert ze: "Ons leven was niet als dat van de anderen en zou dat ook nooit worden."
Ze schrijft soms heel verbloemend en vertelt in bedekte termen over het huiselijk geweld en de climax "Aurelio was zo dicht bij ons dat hij, als zijn oogkassen niet waren leeggezogen, ongetwijfeld had teruggekeken." Haar wel erg summiere samenvatting van haar overlevingsstrijd na de aanval van Vark & Co klasseer ik onder dezelfde noemer van eufemisme, alsof ze niet te lang bij ontzettend negatieve zaken wil stilstaan.
Haar schrijfstijl spreekt mij aan. Vooral het beschrijven van de onzichtbare strijd die in Sempre woedt, vind ik sterk, waarschijnlijk omdat ze daar recht uit haar hart schrijft.