Vraag 5: Filosofie en mythologie
5a/ Het verhaal wordt doorspekt met filosofische beschouwingen, met gedachten over recht spreken, over schuld en onschuld, over gerechtigheid, vrijheid … Hoe zie jij de rol hiervan in het boek? Wat wil je hierover kwijt? Vormen ze voor jou een fijne afwisseling met de verschillende verhaallijnen of halen ze eerder het tempo onderuit?
Ik houd er wel van. Ik zit al een dag te denken aan deze vraag en wat iedere keer naar bovenkomt is dat Oorlog en Vrede van Tolstoy ook zo is opgebouwd. Liefdes- en familieverhalen worden afgewisseld met fylosofische beschouwingen. Ik vind het het boek een extra dimensie geven, letterlijk en figuurlijk een mooie laag erbij.
Ik vind bv op pagina 431 een lange beschouwing erg mooi.
Ik vond dat al die dingen, die op wonderbaarlijke, verrassende en schijnbaar onverklaarbare wijze eeuwenlang hadden overleefd, iets bewonderingswaardigs, zelfs verhevens hadden; tegelijkertijd drong het tot me door hoe bedroevend de omstandigheden waren waaruit ik was voortegekomen. Wat een trieste wereld het was waar de machthebbers telkens veranderden en met hen ook het geloof, waar gebeurtenissen die hadden plaatsgevonden steeds maar weer herschreven en geflatteerd werden, wat mensen de kans ontnam om een gevoel van nederligheid of trots te ontwikkelen. Mijn beklagenswaardig lang, waar degenen die hun overtuigingen wilden behouden al eeuwenlang uit wegvluchtten en degenen bleven die wie het niet zwaar viel zich te conformeren, waar wetten vaak al vervielen voor ze toegepast konden worden, waar prestaties van de vorige generatie meestal werden verguisd en lof was voorbehouden aan het actuele, waar steeds weer een nieuw begin werd gemaakt in de naam van iets beters wat uiteindelijk blijvend zou zijn, terwijl er nooit iets daarvan langer had geduurd dan een deel van een mensenleven. Waar alles wat zuiver, waardig, edel of verheven was, argwaan wekte. Hoe moest je daarin leven? Waar kon je je nog op beroepen, op welke waarde, op welke taal, op welke wet, op welke rechter?
Zo'n mooie alinea. Dat zegt zoveel over de 20e eeuw denk ik dan, en dan vooral voor mensen in het Oostblok. Maar alleen in het Oostblok? Dit geldt ook nu nog voor zo veel landen.
5b/ Elk hoofdstuk wordt afgesloten door een aantal bladzijden met de kop “Voor we van de rivier de Lethe drinken”. Hoe interpreteren jullie deze kop, wat zou zijn betekenis voor het verhaal kunnen zijn? Enig idee waarom Klíma er specifiek de Griekse mythologie bijhaalt? Ga gerust googlen als je dat niet eerder gedaan hebt.
Ik zie deze hoofdstukken vooral als de Lethe als een van de rivieren van de onderwereld, de hel. En daar was Adam, hij was in het concentratiekamp, in de hel. 'De zielen van overledenen zouden van de Lethe moeten drinken voordat ze opnieuw kunnen incarneren'. Maar ik lees ook degenen die hun herinneringen kwijt willen, moeten van de Lethe drinken? Ik denk dus in ieder geval, hoe overleef je zulke gruwelen, hoe ga je door met je leven als je mee hebt gemaakt wat Adam mee heeft gemaakt.